Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Genesis 26
Izak in Gerar
De HEERE bevestigt Zijn belofte aan Izak
In dat land kwam opnieuw hongersnood, naast de eerdere hongersnood in Abrahams tijd.
Daarom trok Izak naar koning Abimelech van de Filistijnen in Gerar.
Daarom trok Izak naar koning Abimelech van de Filistijnen in Gerar.
De HEERE verscheen aan hem en zei: Ga niet naar Egypte, maar woon in het land dat ik je zal aanwijzen.
Blijf als vreemdeling in dit land.
Ik zal bij je zijn en je zegenen.
Ik zal al deze landen aan jou en je nakomelingen geven.
Zo bevestig ik de eed die ik aan je vader Abraham heb gezworen.
Ik zal bij je zijn en je zegenen.
Ik zal al deze landen aan jou en je nakomelingen geven.
Zo bevestig ik de eed die ik aan je vader Abraham heb gezworen.
Ik zal je nakomelingen zo talrijk maken als de sterren aan de hemel.
Ik zal al deze landen aan hen geven.
Via jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.
Ik zal al deze landen aan hen geven.
Via jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.
Dat doe ik omdat Abraham mij gehoorzaamde en zich hield aan mijn bevel, geboden, voorschriften en wetten.
Izak en Rebekka in Gerar
Zo bleef Izak in Gerar wonen.
Toen de mannen daar hem naar zijn vrouw vroegen, antwoordde hij: Zij is mijn zus.
Hij was bang haar zijn vrouw te noemen.
Anders zouden ze hem misschien doden vanwege Rebekka, want zij was heel mooi.
Hij was bang haar zijn vrouw te noemen.
Anders zouden ze hem misschien doden vanwege Rebekka, want zij was heel mooi.
Toen Izak daar al lange tijd woonde, keek koning Abimelech van de Filistijnen uit het raam.
Hij zag dat Izak zijn vrouw Rebekka liefkoosde.
Hij zag dat Izak zijn vrouw Rebekka liefkoosde.
Toen riep Abimelech Izak bij zich en zei: Zij is dus echt je vrouw!
Waarom heb je gezegd dat zij je zus is?
Izak antwoordde: Omdat ik dacht dat ik anders vanwege haar zou sterven.
Waarom heb je gezegd dat zij je zus is?
Izak antwoordde: Omdat ik dacht dat ik anders vanwege haar zou sterven.
Abimelech vroeg: Wat heb je ons aangedaan?
Een van onze mannen had zomaar met je vrouw kunnen slapen.
Dan had je ons schuldig gemaakt.
Een van onze mannen had zomaar met je vrouw kunnen slapen.
Dan had je ons schuldig gemaakt.
Daarna gaf Abimelech het hele volk dit bevel: Wie deze man of zijn vrouw aanraakt, wordt zeker gedood!
Izak wordt rijk en machtig
Izak zaaide in dat land en oogstte dat jaar honderd keer zoveel als hij had gezaaid.
De HEERE zegende hem.
De HEERE zegende hem.
Hij werd steeds rijker en machtiger, totdat hij zeer machtig was.
Hij bezat veel schapen en runderen en had een groot aantal dienaren.
Daarom waren de Filistijnen jaloers op hem.
Daarom waren de Filistijnen jaloers op hem.
De Filistijnen stopten alle putten dicht die de dienaren van zijn vader Abraham hadden gegraven.
Ze vulden ze met aarde.
Ze vulden ze met aarde.
Abimelech zei tegen Izak: Ga bij ons weg, want je bent veel machtiger geworden dan wij.
Ruzie over de waterputten
Izak vertrok daarvandaan.
Hij sloeg zijn kamp op in het dal van Gerar en bleef daar wonen.
Hij sloeg zijn kamp op in het dal van Gerar en bleef daar wonen.
Izak groef de waterputten opnieuw open die in de tijd van zijn vader Abraham waren gegraven.
Na Abrahams dood hadden de Filistijnen ze dichtgestopt.
Hij gaf ze dezelfde namen die zijn vader had gegeven.
Na Abrahams dood hadden de Filistijnen ze dichtgestopt.
Hij gaf ze dezelfde namen die zijn vader had gegeven.
De dienaren van Izak groeven in het dal en vonden daar een bron met stromend water.
De herders van Gerar kregen ruzie met Izaks herders en zeiden: Dit water is van ons!
Daarom noemde Izak de put Esek, omdat zij ruzie met hem hadden gemaakt.
Daarom noemde Izak de put Esek, omdat zij ruzie met hem hadden gemaakt.
Daarna groeven zijn dienaren een andere put, maar ook daarover ontstond ruzie.
Daarom noemde Izak die put Sitna.
Daarom noemde Izak die put Sitna.
Hij vertrok opnieuw en groef nog een put.
Daarover maakten ze geen ruzie.
Hij noemde hem Rehoboth en zei: Nu heeft de HEERE ruimte voor ons gemaakt.
In dit land zullen wij groeien.
Daarover maakten ze geen ruzie.
Hij noemde hem Rehoboth en zei: Nu heeft de HEERE ruimte voor ons gemaakt.
In dit land zullen wij groeien.
De HEERE verschijnt aan Izak in Berseba
Van daaruit trok hij verder naar Berseba.
Diezelfde nacht verscheen de HEERE aan hem en zei: Ik ben de God van je vader Abraham.
Wees niet bang, want ik ben bij je.
Ik zal je zegenen en je veel nakomelingen geven vanwege mijn dienaar Abraham.
Wees niet bang, want ik ben bij je.
Ik zal je zegenen en je veel nakomelingen geven vanwege mijn dienaar Abraham.
Izak bouwde daar een altaar en aanbad de HEERE.
Hij zette er zijn tent op, en zijn dienaren groeven er een put.
Hij zette er zijn tent op, en zijn dienaren groeven er een put.
Izak sluit een verbond met Abimelech
Abimelech kwam vanuit Gerar naar hem toe.
Hij bracht zijn vriend Ahuzzat en zijn legeraanvoerder Pichol mee.
Hij bracht zijn vriend Ahuzzat en zijn legeraanvoerder Pichol mee.
Izak vroeg hun: Waarom komen jullie naar mij toe?
Jullie haten mij toch en hebben mij bij jullie weggestuurd?
Jullie haten mij toch en hebben mij bij jullie weggestuurd?
Zij antwoordden: Wij hebben duidelijk gezien dat de HEERE met je is.
Daarom willen wij samen met jou onder ede een verbond sluiten.
Daarom willen wij samen met jou onder ede een verbond sluiten.
Beloof dat je ons geen kwaad zult doen.
Wij hebben jou ook geen kwaad gedaan, maar alleen goed behandeld en vreedzaam laten vertrekken.
Nu ben je gezegend door de HEERE.
Wij hebben jou ook geen kwaad gedaan, maar alleen goed behandeld en vreedzaam laten vertrekken.
Nu ben je gezegend door de HEERE.
Toen maakte Izak een maaltijd voor hen klaar.
Ze aten en dronken samen.
Ze aten en dronken samen.
De volgende morgen stonden ze vroeg op en legden ze elkaar een eed af.
Daarna liet Izak hen gaan, en ze vertrokken in vrede.
Daarna liet Izak hen gaan, en ze vertrokken in vrede.
De put bij Berseba
Diezelfde dag kwamen Izaks dienaren hem vertellen over de put die ze hadden gegraven.
Ze zeiden: Wij hebben water gevonden.
Ze zeiden: Wij hebben water gevonden.
Izak noemde de put Seba.
Daarom heet de stad tot op de dag van vandaag Berseba.
Daarom heet de stad tot op de dag van vandaag Berseba.
Ezau trouwt met Hethitische vrouwen
Toen Ezau veertig jaar oud was, trouwde hij met Judith, de dochter van de Hethiet Beëri.
Ook trouwde hij met Basmath, de dochter van de Hethiet Elon.
Ook trouwde hij met Basmath, de dochter van de Hethiet Elon.
Deze vrouwen bezorgden Izak en Rebekka veel verdriet.