Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Genesis 12
God roept Abram
God roept Abram
De HEERE had tegen Abram gezegd: Verlaat je land, je familie en het huis van je vader.
Ga naar het land dat ik je zal wijzen.
Ga naar het land dat ik je zal wijzen.
Ik zal van jou een groot volk maken, je zegenen en je naam groot maken.
Wees een zegen!
Wees een zegen!
Ik zal mensen zegenen die jou zegenen.
Wie jou vervloekt, zal ik vervloeken.
Door jou zullen alle families op aarde gezegend worden.
Wie jou vervloekt, zal ik vervloeken.
Door jou zullen alle families op aarde gezegend worden.
Abram reist naar Kanaän
Abram vertrok zoals de HEERE hem had opgedragen, en Lot ging met hem mee.
Abram was 75 jaar oud toen hij uit Haran vertrok.
Abram was 75 jaar oud toen hij uit Haran vertrok.
Abram nam zijn vrouw Sarai, zijn neef Lot, al hun bezittingen en iedereen die in Haran bij hun huishouden was gekomen mee.
Ze vertrokken naar Kanaän en kwamen daar aan.
Ze vertrokken naar Kanaän en kwamen daar aan.
Abram trok door het land tot bij Sichem, bij het eikenbos van More.
In die tijd woonden de Kanaänieten in het land.
In die tijd woonden de Kanaänieten in het land.
Toen verscheen de HEERE aan Abram en zei: Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven.
Abram bouwde daar een altaar voor de HEERE, omdat Hij aan hem verschenen was.
Abram bouwde daar een altaar voor de HEERE, omdat Hij aan hem verschenen was.
Daarna trok Abram naar het bergland ten oosten van Beth-el.
Hij zette zijn tent op met Beth-el in het westen en Ai in het oosten.
Daar bouwde hij een altaar voor de HEERE en riep hij de naam van de HEERE aan.
Hij zette zijn tent op met Beth-el in het westen en Ai in het oosten.
Daar bouwde hij een altaar voor de HEERE en riep hij de naam van de HEERE aan.
Daarna trok Abram steeds verder naar het zuiden.
Abram trekt naar Egypte
Er kwam hongersnood in het land.
Omdat de hongersnood zwaar was, trok Abram naar Egypte om daar tijdelijk als vreemdeling te wonen.
Omdat de hongersnood zwaar was, trok Abram naar Egypte om daar tijdelijk als vreemdeling te wonen.
Toen hij bijna in Egypte was, zei Abram tegen zijn vrouw Sarai: Ik weet dat je een bijzonder mooie vrouw bent.
Wanneer de Egyptenaren je zien, zullen ze zeggen: Zij is zijn vrouw.
Dan zullen ze mij doden en jou laten leven.
Dan zullen ze mij doden en jou laten leven.
Zeg toch dat je mijn zus bent.
Dan zal het dankzij jou goed met mij gaan en blijf ik door jou in leven.
Dan zal het dankzij jou goed met mij gaan en blijf ik door jou in leven.
Sarai wordt naar Farao gebracht
Toen Abram in Egypte aankwam, zagen de Egyptenaren dat Sarai heel mooi was.
Ook de leiders van Farao zagen haar.
Zij prezen haar bij Farao, waarna Sarai naar zijn paleis werd gebracht.
Zij prezen haar bij Farao, waarna Sarai naar zijn paleis werd gebracht.
Farao behandelde Abram goed vanwege Sarai.
Abram kreeg schapen, runderen, ezels, mannelijke en vrouwelijke dienaren, ezelinnen en kamelen.
Abram kreeg schapen, runderen, ezels, mannelijke en vrouwelijke dienaren, ezelinnen en kamelen.
De HEERE grijpt in
Maar de HEERE trof Farao en zijn huis met zware plagen vanwege Sarai, de vrouw van Abram.
Toen riep Farao Abram bij zich en vroeg: Wat heb je mij aangedaan?
Waarom heb je me niet verteld dat zij je vrouw is?
Waarom heb je me niet verteld dat zij je vrouw is?
Waarom heb je gezegd: Zij is mijn zus?
Daardoor heb ik haar als vrouw genomen.
Hier is je vrouw.
Neem haar mee en vertrek!
Daardoor heb ik haar als vrouw genomen.
Hier is je vrouw.
Neem haar mee en vertrek!
Farao gaf zijn mannen opdracht Abram weg te brengen.
Zij begeleidden hem, zijn vrouw en alles wat hij bezat.
Zij begeleidden hem, zijn vrouw en alles wat hij bezat.