Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Ezechiël 7

Het einde is gekomen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Het einde over de vier hoeken van het land
Daarna kwam het woord van de HEERE tot mij.
En jij, mensenkind, dit zegt de Heere HEERE over het land van Israël: Het einde is er.
Het einde is gekomen over de vier hoeken van het land.

Nu is het einde over jou gekomen.
Ik stuur mijn toorn tegen je.
Ik zal je oordelen naar je wegen en al je gruwelen op je afsturen.

Mijn oog zal je niet sparen en ik zal geen medelijden hebben.
Ik zal je je eigen wegen laten dragen en je gruwelen zullen in je midden zijn.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.

Dit zegt de Heere HEERE: Onheil, onheil zonder weerga, kijk, het is gekomen!
Er is een einde gekomen.
Dat einde is gekomen; het is tegen jou wakker geworden.
Kijk, het is er!

De ochtend is over je gekomen, bewoner van het land.
De tijd is gekomen, de dag van paniek is nabij.
Er klinkt geen vreugdegeroep meer op de bergen.

Nu zal ik binnenkort mijn woede over je uitgieten en mijn toorn tegen je volbrengen.
Ik zal je oordelen naar je wegen en al je gruwelen op je afsturen.

Mijn oog zal niet sparen en ik zal geen medelijden hebben.
Ik zal je geven naar je wegen en je gruwelen zullen in je midden zijn.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben, die slaat.

Kijk, de dag!
Kijk, de ochtend is gekomen, de ochtend is aangebroken.
De stok heeft gebloeid en de hoogmoed is uitgelopen.

Het geweld is opgestaan als een stok van goddeloosheid.
Niets van hen blijft over, niets van hun menigte en niets van hun rumoer.
Er zal geen klacht om hen zijn.

De tijd is gekomen, de dag is nabij.
Laat de koper niet blij zijn en de verkoper niet treuren.
Want een brandende toorn is over heel de menigte van het land.

De verkoper zal niet terugkeren naar wat hij verkocht, ook al blijft hij leven.
Want het visioen over heel de menigte van het land wordt niet herroepen.
Niemand zal door zijn schuld zijn leven kunnen vasthouden.

Zilver en goud helpen niet
Zij hebben op de trompet geblazen en alles klaargemaakt, maar niemand trekt ten strijde.
Want mijn brandende toorn is over heel de menigte van het land.

Buiten is het zwaard, binnen zijn de pest en de honger.
Wie op het veld is, sterft door het zwaard.
Wie in de stad is, wordt door honger en pest verteerd.

Wie van hen ontkomt, zal ontkomen.
Maar zij zullen op de bergen zijn, allemaal kreunend als duiven in de dalen, ieder om zijn eigen schuld.

Alle handen worden slap en alle knieën worden als water.
Zij zullen rouwkleren aandoen.
Huiver zal hen bedekken.
Op elk gezicht ligt schaamte en elk hoofd wordt kaalgeschoren.

Zij zullen hun zilver op straat gooien en hun goud zal onrein zijn.
Hun zilver en hun goud kunnen hen niet redden op de dag van de toorn van de HEERE.
Zij zullen er hun honger niet mee stillen en hun buik niet mee vullen.
Want het was de oorzaak van hun schuld.

Hun prachtige sieraad gebruikten zij voor hoogmoed.
Zij maakten er beelden van hun gruwelen en hun afschuwelijke goden van.
Daarom heb ik het voor hen tot iets onreins gemaakt.

Ik zal het aan vreemden geven als buit en aan de goddelozen van de aarde als roof.
Zij zullen het ontheiligen.

Ook zal ik mij van hen afwenden.
Zij zullen mijn verborgen plaats ontheiligen.
Want inbrekers zullen daar binnenkomen en haar ontheiligen.

Maak een ketting, want het land is vol bloedschuld en de stad is vol geweld.
Daarom laat ik de wreedste volken komen.
Zij zullen hun huizen in bezit nemen.
Ik zal de hoogmoed van de sterken laten ophouden.
Wie zich heilig noemen, zullen ontheiligd worden.

De ondergang komt.
Zij zullen vrede zoeken, maar die is er niet.

Ramp op ramp zal komen en gerucht op gerucht.
Dan zullen zij een visioen van een profeet zoeken.
Maar de priester heeft geen onderwijs meer en de oudsten hebben geen raad meer.

De koning zal rouwen en de vorsten zullen in wanhoop zijn.
De handen van het volk van het land zullen beven.
Ik zal met hen doen naar hun wegen en hen oordelen naar hun eigen recht.
Dan zullen zij weten dat ik de HEERE ben.

Download hoofdstuk als tekstbestand