Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Ezechiël 6
Tegen de bergen van Israël
Ik breng het zwaard over jullie
Het woord van de HEERE kwam tot mij.
Mensenkind, kijk naar de bergen van Israël en profeteer tegen ze.
Zeg: bergen van Israël, hoor het woord van de Heere HEERE.
Dit zegt de Heere HEERE tegen de bergen en de heuvels, tegen de beken en de dalen.
Kijk, ik breng het zwaard over jullie en ik zal jullie offerhoogten vernietigen.
Dit zegt de Heere HEERE tegen de bergen en de heuvels, tegen de beken en de dalen.
Kijk, ik breng het zwaard over jullie en ik zal jullie offerhoogten vernietigen.
Jullie altaren worden verwoest en jullie wierookaltaren worden gebroken.
Ik zal jullie gedode mensen neerleggen voor jullie afgoden.
Ik zal jullie gedode mensen neerleggen voor jullie afgoden.
Ik zal de lijken van de Israëlieten voor hun afgoden leggen.
Ik zal jullie botten rondom jullie altaren strooien.
Ik zal jullie botten rondom jullie altaren strooien.
Overal waar jullie wonen, worden de steden verwoest en de offerhoogten verlaten.
Zo worden jullie altaren woest en eenzaam, worden jullie afgoden gebroken en houden zij op.
Jullie wierookaltaren worden omgehakt en jullie werk wordt uitgewist.
Zo worden jullie altaren woest en eenzaam, worden jullie afgoden gebroken en houden zij op.
Jullie wierookaltaren worden omgehakt en jullie werk wordt uitgewist.
De gedode mensen zullen in jullie midden liggen.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben
Toch zal ik een rest overlaten.
Sommigen van jullie zullen aan het zwaard ontkomen onder de volken, als jullie over de landen verstrooid worden.
Sommigen van jullie zullen aan het zwaard ontkomen onder de volken, als jullie over de landen verstrooid worden.
Dan zullen wie ontkomen zijn aan mij denken, bij de volken waarheen zij weggevoerd zijn.
Want ik ben gebroken door hun ontrouwe hart dat van mij afweek, en door hun ogen die achter hun afgoden aan liepen.
Zij zullen van zichzelf walgen om de kwade dingen die zij in al hun gruwelen gedaan hebben.
Want ik ben gebroken door hun ontrouwe hart dat van mij afweek, en door hun ogen die achter hun afgoden aan liepen.
Zij zullen van zichzelf walgen om de kwade dingen die zij in al hun gruwelen gedaan hebben.
En zij zullen weten dat ik de HEERE ben.
Ik heb niet voor niets gezegd dat ik hun dit onheil zou aandoen.
Ik heb niet voor niets gezegd dat ik hun dit onheil zou aandoen.
Dit zegt de Heere HEERE: sla in je handen, stamp met je voet en zeg: ach, om alle kwade gruwelen van het volk van Israël!
Want zij zullen vallen door het zwaard, door de honger en door de pest.
Want zij zullen vallen door het zwaard, door de honger en door de pest.
Wie ver weg is, sterft aan de pest.
Wie dichtbij is, valt door het zwaard.
Wie overblijft en belegerd wordt, sterft van de honger.
Zo zal ik mijn woede tegen hen volbrengen.
Wie dichtbij is, valt door het zwaard.
Wie overblijft en belegerd wordt, sterft van de honger.
Zo zal ik mijn woede tegen hen volbrengen.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.
Hun gedode mensen liggen dan tussen hun afgoden rondom hun altaren.
Zo zullen zij liggen op elke hoge heuvel, op elke bergtop, onder elke groene boom en onder elke dichte eik.
Dat zijn de plaatsen waar zij hun afgoden een aangename geur brachten.
Hun gedode mensen liggen dan tussen hun afgoden rondom hun altaren.
Zo zullen zij liggen op elke hoge heuvel, op elke bergtop, onder elke groene boom en onder elke dichte eik.
Dat zijn de plaatsen waar zij hun afgoden een aangename geur brachten.
Daarom strek ik mijn hand tegen hen uit.
Ik zal het land tot een woestenij maken, tot een wildernis vanaf de woestijn tot aan Dibla, overal waar zij wonen.
Dan zullen zij merken dat ik de HEERE ben.
Ik zal het land tot een woestenij maken, tot een wildernis vanaf de woestijn tot aan Dibla, overal waar zij wonen.
Dan zullen zij merken dat ik de HEERE ben.