Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Ezechiël 45

Het heilige deel van het land

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Land voor het heiligdom, de stad en de vorst
Als jullie het land als erfdeel verdelen, moeten jullie een deel van het land aan de HEERE geven als heilige plaats.
Het moet ongeveer dertien kilometer lang en vijf kilometer breed zijn.
Heel dat gebied zal heilig zijn.

Daarvan is voor het heiligdom een vierkant van tweehonderdvijftig meter bij tweehonderdvijftig meter.
Daaromheen komt een open ruimte van vijfentwintig meter.

Van dat gebied moeten jullie een strook afmeten van ongeveer dertien kilometer lang en vijf kilometer breed.
Daarin zal het heiligdom staan met het allerheiligste.

Dat zal het heilige deel van het land zijn.
Het is voor de priesters die in het heiligdom dienen en tot de HEERE naderen.
Daar zullen hun huizen staan en daar is de heilige plaats voor het heiligdom.

Ook de Levieten, de dienaars van het huis, krijgen een strook van ongeveer dertien kilometer lang en vijf kilometer breed.
Dat is hun bezit, met twintig kamers.

Als bezit van de stad moeten jullie een strook geven van ruim twee kilometer breed en ongeveer dertien kilometer lang, naast het heilige deel.
Dat zal voor heel het volk van Israël zijn.

De vorst krijgt zijn deel aan beide kanten van het heilige deel en van het bezit van de stad.
Het ligt langs het heilige deel en langs het bezit van de stad.
Het loopt van de westkant naar het westen en van de oostkant naar het oosten.
De lengte is gelijk aan die van de andere delen, van de westgrens tot de oostgrens.

Dit land zal zijn bezit zijn in Israël.
Mijn vorsten zullen mijn volk niet meer onderdrukken, maar het land aan het volk van Israël laten, verdeeld over hun stammen.

Eerlijke maten en eerlijke gaven
Dit zegt de Heere HEERE: het is genoeg geweest, vorsten van Israël.
Doe geweld en onderdrukking weg en doe recht en gerechtigheid.
Houd op met het verdrijven van mijn volk, zegt de Heere HEERE.

Jullie moeten een eerlijke weegschaal hebben en eerlijke maten voor droge en voor natte waren.
De maat voor droge waren en de maat voor natte waren moeten gelijk zijn.
Beide moeten een tiende deel zijn van de grote maat van ongeveer tweehonderdtwintig liter.

Het zilverstuk weegt ongeveer twaalf gram.
Zestig zilverstukken vormen samen een pond.

Dit is de gave die jullie moeten brengen.
Van tweehonderdtwintig liter tarwe geven jullie ongeveer vier liter.
Van tweehonderdtwintig liter gerst geven jullie ook ongeveer vier liter.

Voor de olie geldt dit: van elke tweehonderdtwintig liter geven jullie ongeveer twee liter.
Verder geven jullie één lam uit elke tweehonderd dieren van de kudde, uit het waterrijke land van Israël.
Dat is voor het graanoffer, het brandoffer en de dankoffers, om verzoening voor hen te doen, zegt de Heere HEERE.

Heel het volk van het land moet deze gave brengen aan de vorst in Israël.
De vorst zal de brandoffers, het graanoffer en het drankoffer brengen.
Dat doet hij op de feesten, op de nieuwe maanden en op de sabbatten van het volk van Israël.
Hij zal het zondoffer, het graanoffer, het brandoffer en de dankoffers brengen om verzoening te doen voor het volk van Israël.

De feesten van het jaar
Dit zegt de Heere HEERE: in de eerste maand, op de eerste dag van de maand, moeten jullie een gave jonge stier nemen.
Daarmee moeten jullie het heiligdom van zonde reinigen.

De priester zal wat bloed van het zondoffer nemen.
Hij zal dat strijken op de deurposten van het huis en op de vier hoeken van de omlijsting van het altaar.
Ook strijkt hij het op de deurposten van de binnenste poort.

Hetzelfde moeten jullie doen op de zevende dag van die maand, voor wie per ongeluk of uit onwetendheid gezondigd heeft.
Zo moeten jullie verzoening doen voor het huis.

In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, vieren jullie het paasfeest.
Het is een feest van zeven dagen; men eet dan ongezuurde broden.

Op die dag zal de vorst voor zichzelf en voor heel het volk van het land een stier klaarmaken als zondoffer.
De zeven dagen van het feest zal hij elke dag een brandoffer aan de HEERE brengen.
Dat zijn zeven gave stieren en zeven gave rammen per dag.
Ook brengt hij elke dag een geitenbok als zondoffer.

Ook zal hij een graanoffer klaarmaken: ongeveer twintig liter meel bij elke stier en twintig liter bij elke ram.
Daarbij komt ongeveer vier liter olie per twintig liter meel.

In de zevende maand, op de vijftiende dag van de maand, zal hij op het feest hetzelfde doen, zeven dagen lang.
Dat geldt voor het zondoffer, het brandoffer, het graanoffer en de olie.

Download hoofdstuk als tekstbestand