Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Ezechiël 4
De steen en het beleg
De stad op de steen
En jij, mensenkind, neem een tegel, leg die voor je neer en teken daarop de stad Jeruzalem.
Beleger haar: bouw er belegeringstorens tegenaan, werp er een wal tegenop, zet er legerkampen omheen en plaats er stormrammen tegen.
Neem verder een ijzeren bakplaat en zet die als een ijzeren muur tussen jou en de stad.
Richt je gezicht naar haar toe.
Zij komt onder beleg en jij belegert haar.
Dit is een teken voor het volk van Israël.
Richt je gezicht naar haar toe.
Zij komt onder beleg en jij belegert haar.
Dit is een teken voor het volk van Israël.
Ga ook op je linkerzij liggen en leg de schuld van het volk van Israël daarop.
Zoveel dagen als je daarop ligt, zul je hun schuld dragen.
Zoveel dagen als je daarop ligt, zul je hun schuld dragen.
Want ik reken je de jaren van hun schuld toe als dagen: driehonderdnegentig dagen.
Zolang zul je de schuld van het volk van Israël dragen.
Zolang zul je de schuld van het volk van Israël dragen.
Als je die dagen voorbij bent, ga dan voor de tweede keer liggen, op je rechterzij.
Dan zul je veertig dagen de schuld van het volk van Juda dragen.
Ik reken je elke dag voor een jaar.
Dan zul je veertig dagen de schuld van het volk van Juda dragen.
Ik reken je elke dag voor een jaar.
Richt je gezicht naar het belegerde Jeruzalem, met ontblote arm, en profeteer tegen haar.
En kijk, ik leg touwen om je heen.
Zo kun je je niet van de ene zij op de andere draaien voordat de dagen van je beleg voorbij zijn.
Zo kun je je niet van de ene zij op de andere draaien voordat de dagen van je beleg voorbij zijn.
Brood en water op gewicht
Neem verder tarwe, gerst, bonen, linzen, gierst en spelt.
Doe dat in één pot en maak er brood van.
Zoveel dagen als je op je zij ligt, zul je daarvan eten: driehonderdnegentig dagen.
Doe dat in één pot en maak er brood van.
Zoveel dagen als je op je zij ligt, zul je daarvan eten: driehonderdnegentig dagen.
Je eten dat je eet, moet je afwegen: ongeveer tweehonderd gram per dag.
Je moet het op vaste tijden eten.
Je moet het op vaste tijden eten.
Ook je water moet je afmeten: ongeveer zes deciliter.
Dat moet je op vaste tijden drinken.
Dat moet je op vaste tijden drinken.
Je moet het eten als gerstekoek.
Je moet die voor hun ogen bakken op mensenpoep.
Je moet die voor hun ogen bakken op mensenpoep.
De HEERE zei: Zo zullen de Israëlieten hun brood onrein eten, bij de volken waarheen ik hen verdrijf.
Toen zei ik: Ach, Heere HEERE, kijk, ik ben nooit onrein geweest.
Van mijn jeugd af tot nu toe heb ik nooit een gestorven of verscheurd dier gegeten.
Er is nooit onrein vlees in mijn mond gekomen.
Van mijn jeugd af tot nu toe heb ik nooit een gestorven of verscheurd dier gegeten.
Er is nooit onrein vlees in mijn mond gekomen.
Hij zei tegen mij: Kijk, ik geef je koeienmest in plaats van mensenpoep.
Daarop mag je je brood klaarmaken.
Daarop mag je je brood klaarmaken.
Daarna zei Hij tegen mij: Mensenkind, kijk, ik breek de voorraad brood in Jeruzalem.
Zij zullen hun brood afgewogen en met zorg eten.
Zij zullen hun water afgemeten en met angst drinken.
Zij zullen hun brood afgewogen en met zorg eten.
Zij zullen hun water afgemeten en met angst drinken.
Zo zullen zij gebrek hebben aan brood en water.
Zij zullen elkaar verbijsterd aankijken en wegkwijnen door hun schuld.
Zij zullen elkaar verbijsterd aankijken en wegkwijnen door hun schuld.