Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Ezechiël 3

Een wachter voor Israël

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Eet deze rol
Daarna zei Hij tegen mij: Mensenkind, eet wat je voor je vindt.
Eet deze rol op en ga spreken tot het volk van Israël.

Toen deed ik mijn mond open en Hij gaf mij die rol te eten.
Hij zei tegen mij: Mensenkind, eet je buik vol en vul je binnenste met deze rol die ik je geef.
Toen at ik hem op, en in mijn mond was hij zo zoet als honing.

Hij zei tegen mij: Mensenkind, ga naar het volk van Israël en spreek tot hen met mijn woorden.
Want je wordt niet gestuurd naar een volk met een vreemde taal en een moeilijke spraak, maar naar het volk van Israël.
Je gaat niet naar veel volken met een vreemde taal en een moeilijke spraak, van wie je de woorden niet verstaat.
Als ik je naar hén gestuurd had, zouden zij naar je geluisterd hebben.

Maar het volk van Israël wil niet naar je luisteren, want zij willen niet naar mij luisteren.
Heel het volk van Israël heeft een hard voorhoofd en een koppig hart.

Kijk, ik maak jouw gezicht net zo hard als het hunne en jouw voorhoofd net zo hard als het hunne.
Ik maak je voorhoofd als diamant, harder dan steen.
Wees niet bang voor hen en schrik niet van hun blik, want zij zijn een opstandig volk.

Verder zei Hij tegen mij: Mensenkind, neem alle woorden die ik tegen je spreek in je hart op en luister er goed naar.
Ga dan naar de ballingen, naar de mensen van je eigen volk.
Spreek tot hen en zeg: dit zegt de Heere HEERE.
Zeg het, of zij nu luisteren of niet.

Toen tilde de Geest mij op.
Achter mij hoorde ik een luid ruisend geluid: geprezen zij de heerlijkheid van de HEERE in Zijn woonplaats!
Ik hoorde het geluid van de vleugels van de wezens die elkaar raakten, en het geluid van de raderen ernaast, en een luid gedreun.
De Geest tilde mij op en nam mij mee.
Ik ging bitter en opgewonden weg, en de hand van de HEERE was zwaar op mij.
Ik kwam bij de ballingen in Tel-Abib, die aan de rivier de Chebar woonden.
Daar bleef ik waar zij woonden.
Zeven dagen lang zat ik verbijsterd tussen hen in.
Ik stel je aan als wachter
Na zeven dagen kwam het woord van de HEERE tot mij.
Mensenkind, ik heb je aangesteld als wachter over het volk van Israël.
Je zult het woord uit mijn mond horen en hen namens mij waarschuwen.

Stel dat ik tegen een slecht mens zeg: je zult sterven.
Jij moet hem waarschuwen en hem van zijn slechte weg afbrengen, zodat hij in leven blijft.
Doe je dat niet, dan zal die slechte mens sterven om zijn schuld.
Maar zijn bloed zal ik van jou eisen.
Maar stel dat jij die slechte mens waarschuwt en hij keert zich niet af van zijn slechte weg.
Dan zal hij sterven om zijn schuld.
Maar jij hebt je leven gered.

Stel dat een rechtvaardige zich van zijn gerechtigheid afkeert en onrecht doet, en dat ik hem laat struikelen.
Dan zal hij sterven.
Omdat jij hem niet gewaarschuwd hebt, sterft hij om zijn zonde.
Het goede dat hij gedaan heeft, telt niet meer mee.
Maar zijn bloed zal ik van jou eisen.

Maar als jij de rechtvaardige waarschuwt om niet te zondigen, en hij zondigt niet, dan zal hij zeker leven, want hij is gewaarschuwd.
En jij hebt je leven gered.

Daar was de hand van de HEERE op mij.
Hij zei tegen mij: Sta op en ga naar de vlakte, dan zal ik daar met je spreken.
Ik stond op en ging naar de vlakte.
En kijk, daar stond de heerlijkheid van de HEERE, zoals ik die gezien had bij de rivier de Chebar.
Ik viel op mijn gezicht.
Toen kwam de Geest in mij en zette mij op mijn voeten.
Hij sprak met mij en zei: Ga naar binnen en sluit jezelf op in je huis.
En jij, mensenkind, kijk, zij zullen touwen om je heen leggen en je ermee binden.
Daarom kun je niet naar buiten om onder hen te zijn.

Ik zal je tong aan je gehemelte laten kleven, zodat je stom wordt.
Je zult hen niet kunnen terechtwijzen, want zij zijn een opstandig volk.

Maar als ik met je spreek, zal ik je mond opendoen.
Dan moet je tegen hen zeggen: dit zegt de Heere HEERE.
Wie wil horen, laat hij horen.
Wie het niet wil, laat het.
Want zij zijn een opstandig volk.

Download hoofdstuk als tekstbestand