Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Ezechiël 35
Het woord over het bergland Seïr
Een eeuwige vijandschap
Verder kwam het woord van de HEERE tot mij.
Mensenkind, kijk naar het bergland Seïr en profeteer daartegen.
Zeg ertegen: dit zegt de Heere HEERE.
Kijk, ik keer mij tegen je, bergland Seïr.
Ik zal mijn hand tegen je uitstrekken en je tot een woestenij maken.
Kijk, ik keer mij tegen je, bergland Seïr.
Ik zal mijn hand tegen je uitstrekken en je tot een woestenij maken.
Ik zal je steden tot een verlaten plek maken en je zult een woestenij worden.
Dan zul je weten dat ik de HEERE ben.
Dan zul je weten dat ik de HEERE ben.
Je koesterde een eeuwige vijandschap.
Je leverde de Israëlieten over aan het zwaard, in de tijd van hun ondergang, toen hun schuld ten einde liep.
Je leverde de Israëlieten over aan het zwaard, in de tijd van hun ondergang, toen hun schuld ten einde liep.
Daarom, zo waar ik leef, zegt de Heere HEERE: ik maak je klaar voor bloed en bloed zal je achtervolgen.
Je hebt bloed niet gehaat; daarom zal bloed je achtervolgen.
Je hebt bloed niet gehaat; daarom zal bloed je achtervolgen.
Ik zal het bergland Seïr tot een volkomen woestenij maken.
Ik zal daar iedereen uitroeien die er doorheen trekt of terugkomt.
Ik zal daar iedereen uitroeien die er doorheen trekt of terugkomt.
Ik zal zijn bergen vullen met zijn gedode mensen.
Op je heuvels, in je dalen en bij al je beken zullen mensen liggen die door het zwaard gedood zijn.
Op je heuvels, in je dalen en bij al je beken zullen mensen liggen die door het zwaard gedood zijn.
Ik zal je voor altijd tot een woestenij maken.
Je steden zullen niet meer bewoond worden.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.
Je steden zullen niet meer bewoond worden.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.
Je zei: die twee volken en die twee landen worden van mij; wij zullen ze in bezit nemen.
En dat terwijl de HEERE daar was.
En dat terwijl de HEERE daar was.
Daarom, zo waar ik leef, zegt de Heere HEERE: ik zal met je afrekenen.
Uit haat toonde je toorn en jaloezie tegen hen.
Ik zal mij bij hen bekendmaken als ik je geoordeeld heb.
Uit haat toonde je toorn en jaloezie tegen hen.
Ik zal mij bij hen bekendmaken als ik je geoordeeld heb.
Dan zul je weten dat ik, de HEERE, al je beledigingen gehoord heb die je tegen de bergen van Israël gesproken hebt.
Je zei: zij zijn verwoest, zij zijn ons gegeven om op te eten.
Je zei: zij zijn verwoest, zij zijn ons gegeven om op te eten.
Zo maakte je jezelf met je mond groot tegen mij en stapelde je woorden tegen mij op.
Ik heb het gehoord.
Ik heb het gehoord.
Dit zegt de Heere HEERE: terwijl heel de aarde blij is, zal ik jou tot een woestenij maken.
Jij was blij over het erfdeel van het volk van Israël, omdat het verwoest was.
Zo zal ik het jou aandoen.
Het bergland Seïr en heel Edom zullen helemaal een woestenij worden.
Dan zullen zij weten dat ik de HEERE ben.
Zo zal ik het jou aandoen.
Het bergland Seïr en heel Edom zullen helemaal een woestenij worden.
Dan zullen zij weten dat ik de HEERE ben.