Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Ezechiël 14

Afgoden in het hart

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
De oudsten komen vragen
Daarna kwamen er mannen uit de oudsten van Israël bij mij en gingen voor mij zitten.
Toen kwam het woord van de HEERE tot mij.
Mensenkind, deze mannen hebben hun afgoden in hun hart gezet.
Zij hebben de oorzaak van hun schuld recht voor zich neergezet.
Zou ik mij dan echt door hen laten raadplegen?

Spreek daarom met hen en zeg: dit zegt de Heere HEERE.
Stel dat iemand uit het volk van Israël zijn afgoden in zijn hart zet.
Hij zet de oorzaak van zijn schuld recht voor zich neer en komt dan naar de profeet.
Dan zal ik, de HEERE, hem zelf antwoord geven, passend bij al zijn afgoden.

Zo wil ik het volk van Israël bij het hart grijpen, want zij zijn allemaal door hun afgoden van mij vervreemd.
Zeg daarom tegen het volk van Israël: dit zegt de Heere HEERE.
Kom terug en keer je af van je afgoden.
Wend je gezicht af van al je gruwelen.

Want stel dat iemand uit het volk van Israël of een vreemdeling die in Israël woont, zich van mij afkeert.
Hij zet zijn afgoden in zijn hart en zet de oorzaak van zijn schuld recht voor zich neer.
Dan komt hij naar de profeet om mij te raadplegen.
Ik, de HEERE, zal hem zelf antwoorden.

Ik zal mij tegen die man keren.
Ik zal hem tot een teken en een spotwoord maken en hem uit mijn volk verwijderen.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.

Als een profeet zich laat verleiden en toch iets zegt, dan heb ik, de HEERE, die profeet verleid.
Ik zal mijn hand tegen hem uitstrekken en hem verdelgen uit mijn volk Israël.

Zij zullen hun schuld dragen.
De schuld van wie vraagt, zal gelijk zijn aan de schuld van de profeet.

Zo zal het volk van Israël niet meer van mij afdwalen.
Zij zullen zich niet meer verontreinigen met al hun overtredingen.
Dan zullen zij mijn volk zijn en ik zal hun God zijn, zegt de Heere HEERE.

Zelfs Noach, Daniël en Job
Verder kwam het woord van de HEERE tot mij.
Mensenkind, stel dat een land tegen mij zondigt en zwaar overtreedt.
Dan strek ik mijn hand ertegen uit en breek de voorraad brood.
Ik stuur er honger heen en roei mens en dier uit.

Ook al zouden daar die drie mannen zijn, Noach, Daniël en Job, dan zouden zij alleen zichzelf redden door hun gerechtigheid, zegt de Heere HEERE.
Of stel dat ik wilde dieren door het land laat gaan.
Die roven de kinderen weg, zodat het land verlaten wordt en niemand er nog doorheen trekt vanwege de dieren.

Zo waar ik leef, zegt de Heere HEERE: al zouden die drie mannen daar zijn, zij zouden zonen noch dochters kunnen redden.
Alleen zijzelf zouden gered worden, maar het land zou een woestenij worden.

Of stel dat ik het zwaard over dat land breng en zeg: zwaard, ga door dat land.
Dan roei ik daar mens en dier uit.

Zo waar ik leef, zegt de Heere HEERE: al zouden die drie mannen daar zijn, zij zouden zonen noch dochters kunnen redden.
Alleen zijzelf zouden gered worden.

Of stel dat ik de pest naar dat land stuur en mijn woede erover uitgiet met bloed, om daar mens en dier uit te roeien.
Zo waar ik leef, zegt de Heere HEERE: al zouden Noach, Daniël en Job daar zijn, zij zouden zoon noch dochter kunnen redden.
Zij zouden alleen zichzelf redden door hun gerechtigheid.

Want dit zegt de Heere HEERE: hoeveel te meer geldt dat bij mijn vier zware straffen over Jeruzalem.
Ik stuur het zwaard, de honger, de wilde dieren en de pest om daar mens en dier uit te roeien.

Maar kijk, er zullen mensen overblijven die eruit weggevoerd worden, zonen en dochters.
Kijk, zij zullen naar jullie toe komen.
Jullie zullen hun weg en hun daden zien.
Dan zullen jullie getroost worden over het onheil dat ik over Jeruzalem gebracht heb, over alles wat ik over haar gebracht heb.

Zij zullen jullie troosten als jullie hun weg en hun daden zien.
Dan zullen jullie weten dat ik niet zonder reden gedaan heb wat ik in haar gedaan heb, zegt de Heere HEERE.

Download hoofdstuk als tekstbestand