Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Ezechiël 11
Een nieuw hart
De stad is de pot
Toen tilde de Geest mij op en bracht mij naar de oostpoort van het huis van de HEERE, die naar het oosten kijkt.
En kijk, bij de ingang van de poort stonden vijfentwintig mannen.
Tussen hen in zag ik Jaäzanja, de zoon van Azzur, en Pelatja, de zoon van Benaja, leiders van het volk.
En kijk, bij de ingang van de poort stonden vijfentwintig mannen.
Tussen hen in zag ik Jaäzanja, de zoon van Azzur, en Pelatja, de zoon van Benaja, leiders van het volk.
Hij zei tegen mij: Mensenkind, dit zijn de mannen die kwaad bedenken en slechte raad geven in deze stad.
Zij zeggen: het duurt nog lang voordat wij huizen bouwen.
Deze stad is de pot en wij zijn het vlees.
Deze stad is de pot en wij zijn het vlees.
Profeteer daarom tegen hen.
Profeteer, mensenkind.
Profeteer, mensenkind.
Toen viel de Geest van de HEERE op mij en Hij zei tegen mij: Zeg: dit zegt de HEERE.
Zo zeggen jullie, volk van Israël.
Maar ik weet precies wat er in jullie geest opkomt.
Zo zeggen jullie, volk van Israël.
Maar ik weet precies wat er in jullie geest opkomt.
Jullie hebben in deze stad veel mensen gedood.
Jullie hebben haar straten gevuld met gedode mensen.
Jullie hebben haar straten gevuld met gedode mensen.
Daarom zegt de Heere HEERE dit: jullie gedode mensen die jullie daar neergelegd hebben, dat is het vlees, en deze stad is de pot.
Maar jullie zal ik eruit halen.
Maar jullie zal ik eruit halen.
Jullie waren bang voor het zwaard.
En het zwaard zal ik over jullie brengen, zegt de Heere HEERE.
En het zwaard zal ik over jullie brengen, zegt de Heere HEERE.
Ik zal jullie uit de stad halen en jullie in de hand van vreemden geven.
Ik zal recht over jullie spreken.
Ik zal recht over jullie spreken.
Jullie zullen door het zwaard vallen.
Aan de grens van Israël zal ik over jullie oordelen.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.
Aan de grens van Israël zal ik over jullie oordelen.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.
Deze stad zal voor jullie geen pot zijn en jullie zullen daarin geen vlees zijn.
Aan de grens van Israël zal ik over jullie oordelen.
Aan de grens van Israël zal ik over jullie oordelen.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE ben.
Want jullie hebben niet naar mijn wetten geleefd en mijn regels niet gehouden.
Jullie deden wat de volken om je heen doen.
Want jullie hebben niet naar mijn wetten geleefd en mijn regels niet gehouden.
Jullie deden wat de volken om je heen doen.
Terwijl ik profeteerde, stierf Pelatja, de zoon van Benaja.
Toen viel ik op mijn gezicht en riep hard: Ach, Heere HEERE, maakt U helemaal een einde aan wat er van Israël over is?
Toen viel ik op mijn gezicht en riep hard: Ach, Heere HEERE, maakt U helemaal een einde aan wat er van Israël over is?
Ik zal jullie verzamelen
Toen kwam het woord van de HEERE tot mij.
Mensenkind, het gaat om je eigen verwanten, je eigen familie, en om heel het volk van Israël.
Tegen hen hebben de bewoners van Jeruzalem gezegd: blijf ver van de HEERE, want dit land is aan ons gegeven als bezit.
Tegen hen hebben de bewoners van Jeruzalem gezegd: blijf ver van de HEERE, want dit land is aan ons gegeven als bezit.
Zeg daarom: dit zegt de Heere HEERE.
Ik heb hen ver weggestuurd onder de volken en over de landen verstrooid.
Toch ben ik voor hen een tijdlang een heiligdom geweest in de landen waar zij kwamen.
Ik heb hen ver weggestuurd onder de volken en over de landen verstrooid.
Toch ben ik voor hen een tijdlang een heiligdom geweest in de landen waar zij kwamen.
Zeg daarom: dit zegt de Heere HEERE.
Ja, ik zal jullie bijeenbrengen uit de volken.
Ik zal jullie verzamelen uit de landen waarover jullie verstrooid zijn.
En ik zal jullie het land van Israël geven.
Ja, ik zal jullie bijeenbrengen uit de volken.
Ik zal jullie verzamelen uit de landen waarover jullie verstrooid zijn.
En ik zal jullie het land van Israël geven.
Zij zullen daarheen komen en al haar afschuwelijke goden en al haar gruwelen daar weghalen.
Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in jullie binnenste.
Ik zal het hart van steen uit hun lichaam wegnemen en hun een hart van vlees geven.
Ik zal het hart van steen uit hun lichaam wegnemen en hun een hart van vlees geven.
Zo zullen zij naar mijn wetten leven, mijn regels bewaren en die doen.
Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn.
Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn.
Maar sommigen lopen in hun hart achter hun afschuwelijke goden en hun gruwelen aan.
Hun eigen weg zal ik op hun hoofd laten neerkomen, zegt de Heere HEERE.
Hun eigen weg zal ik op hun hoofd laten neerkomen, zegt de Heere HEERE.
Toen hieven de cherubs hun vleugels op en de raderen gingen met hen mee.
De heerlijkheid van de God van Israël was boven hen.
De heerlijkheid van de God van Israël was boven hen.
De heerlijkheid van de HEERE steeg op uit het midden van de stad en bleef staan op de berg ten oosten van de stad.
Daarna tilde de Geest mij op en bracht mij in een visioen door de Geest van God naar Chaldea, naar de ballingen.
Toen verdween het visioen dat ik gezien had.
Toen verdween het visioen dat ik gezien had.
En ik vertelde de ballingen alle woorden van de HEERE die Hij mij had laten zien.