Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Ezechiël 10
De heerlijkheid verlaat de tempel
Vurige kolen over de stad
Daarna keek ik, en kijk, boven het gewelf dat boven het hoofd van de cherubs was, was iets als saffier.
Het leek op een troon en Hij verscheen daarop.
Het leek op een troon en Hij verscheen daarop.
Hij zei tegen de man in linnen kleren: Ga tussen de raderen, onder de cherub.
Vul je handen met vurige kolen van tussen de cherubs.
Strooi die uit over de stad.
En hij ging naar binnen, voor mijn ogen.
Vul je handen met vurige kolen van tussen de cherubs.
Strooi die uit over de stad.
En hij ging naar binnen, voor mijn ogen.
De cherubs stonden aan de rechterkant van het huis toen die man naar binnen ging.
Een wolk vulde de binnenste voorhof.
Een wolk vulde de binnenste voorhof.
Toen steeg de heerlijkheid van de HEERE op van de cherub naar de drempel van het huis.
Het huis werd gevuld met een wolk en de voorhof was vol van de gloed van de heerlijkheid van de HEERE.
Het huis werd gevuld met een wolk en de voorhof was vol van de gloed van de heerlijkheid van de HEERE.
Het ruisen van de vleugels van de cherubs was tot in de buitenste voorhof te horen.
Het klonk als de stem van de almachtige God als Hij spreekt.
Het klonk als de stem van de almachtige God als Hij spreekt.
Hij had de man in linnen kleren bevolen: neem vuur van tussen de raderen, van tussen de cherubs.
Toen ging die man naar binnen en ging naast een rad staan.
Toen ging die man naar binnen en ging naast een rad staan.
Een cherub stak zijn hand uit naar het vuur dat tussen de cherubs was.
Hij nam ervan en legde het in de handen van de man in linnen kleren.
Die nam het en ging naar buiten.
Hij nam ervan en legde het in de handen van de man in linnen kleren.
Die nam het en ging naar buiten.
Onder de vleugels van de cherubs was iets te zien dat op een mensenhand leek.
De cherubs en de raderen
Toen keek ik, en kijk, er waren vier raderen bij de cherubs.
Bij elke cherub stond een rad.
De raderen glansden als turkoois.
Bij elke cherub stond een rad.
De raderen glansden als turkoois.
Alle vier zagen zij er hetzelfde uit.
Het leek of er een rad midden in een ander rad zat.
Het leek of er een rad midden in een ander rad zat.
Als zij gingen, konden zij naar alle vier de kanten gaan.
Zij draaiden zich niet om als zij gingen.
Zij volgden de richting waarin het hoofd keek; zij draaiden zich niet om als zij gingen.
Zij draaiden zich niet om als zij gingen.
Zij volgden de richting waarin het hoofd keek; zij draaiden zich niet om als zij gingen.
Hun hele lichaam, hun rug, hun handen en hun vleugels zaten rondom vol ogen, en de raderen ook.
Alle vier hadden zij hun raderen.
Alle vier hadden zij hun raderen.
De raderen werden, zodat ik het hoorde, elk Galgal genoemd.
Elk had vier gezichten.
Het eerste gezicht was dat van een cherub en het tweede dat van een mens.
Het derde was dat van een leeuw en het vierde dat van een arend.
Het eerste gezicht was dat van een cherub en het tweede dat van een mens.
Het derde was dat van een leeuw en het vierde dat van een arend.
De cherubs stegen op.
Dit waren dezelfde wezens die ik bij de rivier de Chebar gezien had.
Dit waren dezelfde wezens die ik bij de rivier de Chebar gezien had.
Als de cherubs gingen, gingen de raderen naast hen mee.
Als de cherubs hun vleugels ophieven om van de grond op te stijgen, bleven die raderen ook bij hen.
Als de cherubs hun vleugels ophieven om van de grond op te stijgen, bleven die raderen ook bij hen.
Als zij stilstonden, stonden de raderen stil.
Als zij opstegen, stegen de raderen mee op.
Want de geest van de wezens was in hen.
Als zij opstegen, stegen de raderen mee op.
Want de geest van de wezens was in hen.
Toen ging de heerlijkheid van de HEERE weg van de drempel van het huis en stond boven de cherubs.
De cherubs hieven hun vleugels op en stegen voor mijn ogen van de grond op toen zij weggingen.
De raderen bleven naast hen.
Zij bleven staan bij de ingang van de oostpoort van het huis van de HEERE.
De heerlijkheid van de God van Israël was boven hen.
De raderen bleven naast hen.
Zij bleven staan bij de ingang van de oostpoort van het huis van de HEERE.
De heerlijkheid van de God van Israël was boven hen.
Dit waren de wezens die ik onder de God van Israël gezien had bij de rivier de Chebar.
Ik begreep dat het cherubs waren.
Ik begreep dat het cherubs waren.
Elk had vier gezichten en elk had vier vleugels.
Onder hun vleugels was iets dat op mensenhanden leek.
Onder hun vleugels was iets dat op mensenhanden leek.
Hun gezichten zagen eruit als de gezichten die ik bij de rivier de Chebar gezien had.
Zij zagen er precies zo uit.
Ieder ging recht vooruit.
Zij zagen er precies zo uit.
Ieder ging recht vooruit.