Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Exodus 37
De ark, tafel, kandelaar en het reukofferaltaar
De ark en het verzoendeksel
Bezaleël maakte de ark van acaciahout.
De ark was ongeveer 1,1 meter lang, 70 centimeter breed en 70 centimeter hoog.
De ark was ongeveer 1,1 meter lang, 70 centimeter breed en 70 centimeter hoog.
Hij bekleedde haar van binnen en buiten met zuiver goud en maakte er rondom een gouden rand aan.
Hij goot vier gouden ringen voor de ark en bevestigde ze aan haar vier hoeken: twee aan elke kant.
Hij maakte draagstokken van acaciahout en bekleedde ze met goud.
Hij stak de draagstokken in de ringen aan de zijkanten van de ark, zodat men haar kon dragen.
Ook maakte hij een verzoendeksel van zuiver goud.
Het was ongeveer 1,1 meter lang en 70 centimeter breed.
Het was ongeveer 1,1 meter lang en 70 centimeter breed.
Aan de twee uiteinden van het verzoendeksel maakte hij twee cherubs van gehamerd goud.
De ene cherub kwam uit het ene uiteinde en de andere uit het andere.
Beide vormden één geheel met het verzoendeksel.
Beide vormden één geheel met het verzoendeksel.
De cherubs spreidden hun vleugels omhoog en bedekten daarmee het verzoendeksel.
Hun gezichten stonden tegenover elkaar en waren naar het verzoendeksel gericht.
Hun gezichten stonden tegenover elkaar en waren naar het verzoendeksel gericht.
De tafel en haar voorwerpen
Ook maakte hij een tafel van acaciahout.
Ze was ongeveer 90 centimeter lang, 45 centimeter breed en 70 centimeter hoog.
Ze was ongeveer 90 centimeter lang, 45 centimeter breed en 70 centimeter hoog.
Hij bekleedde de tafel met zuiver goud en maakte er rondom een gouden rand aan.
Hij maakte rondom de tafel een lijst van ongeveer 7,5 centimeter breed en rond die lijst een gouden rand.
Hij goot vier gouden ringen en bevestigde ze aan de vier hoeken bij de vier poten.
De ringen zaten vlak bij de lijst.
Ze dienden als houders voor de draagstokken waarmee de tafel werd gedragen.
Ze dienden als houders voor de draagstokken waarmee de tafel werd gedragen.
Hij maakte de draagstokken van acaciahout en bekleedde ze met goud, zodat men de tafel ermee kon dragen.
Hij maakte voor de tafel ook schotels, wierookschalen, kommen en kannen waarmee de tafel werd afgedekt.
Alles was van zuiver goud.
Alles was van zuiver goud.
De gouden kandelaar
Ook maakte hij een kandelaar van zuiver goud, uit één stuk gehamerd goud.
De schacht, armen, schaaltjes, knoppen en bloemen vormden één geheel.
De schacht, armen, schaaltjes, knoppen en bloemen vormden één geheel.
Uit de zijkanten kwamen zes armen: drie uit de ene kant en drie uit de andere kant.
Elke arm had drie amandelvormige schaaltjes, met telkens een knop en een bloem.
Zo waren alle zes armen van de kandelaar gemaakt.
Zo waren alle zes armen van de kandelaar gemaakt.
De kandelaar zelf had vier amandelvormige schaaltjes, met zijn knoppen en bloemen.
Onder elk van de drie paren armen die uit de kandelaar kwamen, zat een knop.
De knoppen en armen vormden één geheel met de kandelaar.
Alles was uit één stuk zuiver, gehamerd goud gemaakt.
Alles was uit één stuk zuiver, gehamerd goud gemaakt.
Hij maakte zeven lampen voor de kandelaar.
De lontscharen en blusvaten waren van zuiver goud.
De lontscharen en blusvaten waren van zuiver goud.
Voor de kandelaar en al het gereedschap gebruikte hij ongeveer 34 kilo zuiver goud.
Het reukofferaltaar
Hij maakte ook het reukofferaltaar van acaciahout.
Het was ongeveer 45 centimeter lang en breed en 90 centimeter hoog.
De horens vormden één geheel met het altaar.
Het was ongeveer 45 centimeter lang en breed en 90 centimeter hoog.
De horens vormden één geheel met het altaar.
Hij bekleedde het bovenblad, de wanden en de horens met zuiver goud.
Rondom maakte hij een gouden rand.
Rondom maakte hij een gouden rand.
Hij maakte twee gouden ringen onder de rand, aan twee tegenoverliggende kanten.
Ze hielden de draagstokken waarmee het altaar werd gedragen.
Ze hielden de draagstokken waarmee het altaar werd gedragen.
Hij maakte de draagstokken van acaciahout en bekleedde ze met goud.
De zalfolie en het reukwerk
Hij maakte ook de heilige zalfolie en het zuivere, geurige reukwerk.
Hij bereidde ze zoals een parfumeur dat doet.
Hij bereidde ze zoals een parfumeur dat doet.