Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Exodus 32
Het gouden kalf en Mozes' voorbede
Het gouden kalf
Het volk zag dat Mozes lang wegbleef en niet van de berg afkwam.
Daarom verzamelden zij zich rond Aäron en zeiden: Sta op en maak goden voor ons die voor ons uitgaan.
Wij weten niet wat er met die man Mozes gebeurd is, die ons uit Egypte heeft geleid.
Daarom verzamelden zij zich rond Aäron en zeiden: Sta op en maak goden voor ons die voor ons uitgaan.
Wij weten niet wat er met die man Mozes gebeurd is, die ons uit Egypte heeft geleid.
Aäron antwoordde hun: Doe de gouden oorringen af die jullie vrouwen, zonen en dochters dragen.
Breng ze bij mij.
Breng ze bij mij.
Toen deed het hele volk de gouden oorringen af die zij droegen en bracht ze naar Aäron.
Aäron nam de sieraden van hen aan, bewerkte het goud met een graveerstift en maakte er een gegoten kalf van.
Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit Egypte hebben geleid.
Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit Egypte hebben geleid.
Toen Aäron dat zag, bouwde hij voor het kalf een altaar.
Daarna riep hij uit: Morgen vieren we een feest voor de HEERE!
Daarna riep hij uit: Morgen vieren we een feest voor de HEERE!
De volgende dag stonden zij vroeg op.
Zij offerden brandoffers en brachten dankoffers.
Daarna ging het volk zitten om te eten en te drinken.
Vervolgens stonden zij op om feest te vieren.
Zij offerden brandoffers en brachten dankoffers.
Daarna ging het volk zitten om te eten en te drinken.
Vervolgens stonden zij op om feest te vieren.
De HEERE waarschuwt Mozes
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Ga!
Daal af, want jouw volk, dat jij uit Egypte hebt geleid, heeft zichzelf door zijn afgoderij in het verderf gestort.
Daal af, want jouw volk, dat jij uit Egypte hebt geleid, heeft zichzelf door zijn afgoderij in het verderf gestort.
Zij zijn al snel afgeweken van de weg die ik hun had opgedragen.
Zij hebben een gegoten kalf gemaakt, ervoor geknield en eraan geofferd.
Ze zeiden: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit Egypte hebben geleid.
Zij hebben een gegoten kalf gemaakt, ervoor geknield en eraan geofferd.
Ze zeiden: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit Egypte hebben geleid.
De HEERE zei verder tegen Mozes: Ik heb dit volk gezien.
Het is een hardnekkig volk!
Het is een hardnekkig volk!
Laat mij nu met rust, zodat mijn toorn tegen hen ontbrandt en ik hen vernietig.
Dan zal ik van jou een groot volk maken.
Dan zal ik van jou een groot volk maken.
Mozes smeekte de HEERE, zijn God: HEERE, waarom zou Uw toorn ontbranden tegen Uw volk?
U hebt hen met grote kracht en sterke hand uit Egypte geleid.
U hebt hen met grote kracht en sterke hand uit Egypte geleid.
Waarom zouden de Egyptenaren zeggen: Hij heeft hen met kwade bedoelingen uit Egypte geleid.
Hij wilde hen in de bergen doden en van de aarde wegvagen.
Laat Uw brandende toorn varen en zie af van de ramp waarmee U Uw volk wilde treffen.
Hij wilde hen in de bergen doden en van de aarde wegvagen.
Laat Uw brandende toorn varen en zie af van de ramp waarmee U Uw volk wilde treffen.
Denk aan Abraham, Izak en Israël, Uw dienaren.
U hebt hun bij Uzelf gezworen en gezegd: Ik zal jullie nakomelingen zo talrijk maken als de sterren aan de hemel.
Dit hele land waarover ik sprak, geef ik aan jullie nakomelingen.
Zij zullen het voor altijd erven.
U hebt hun bij Uzelf gezworen en gezegd: Ik zal jullie nakomelingen zo talrijk maken als de sterren aan de hemel.
Dit hele land waarover ik sprak, geef ik aan jullie nakomelingen.
Zij zullen het voor altijd erven.
Toen zag de HEERE af van de ramp die Hij Zijn volk had aangekondigd.
Mozes daalt af en verbrijzelt de platen
Mozes keerde zich om en daalde de berg af met de twee platen van de getuigenis in zijn hand.
De platen waren aan beide kanten beschreven, aan de voor- en achterkant.
De platen waren aan beide kanten beschreven, aan de voor- en achterkant.
De platen waren Gods eigen werk.
Het schrift dat erin gegraveerd was, was door God zelf geschreven.
Het schrift dat erin gegraveerd was, was door God zelf geschreven.
Toen Jozua het juichende volk hoorde, zei hij tegen Mozes: Er klinkt oorlogsgeschreeuw in het kamp.
Mozes antwoordde: Het klinkt niet als een overwinningskreet en ook niet als het geschreeuw bij een nederlaag.
Ik hoor mensen om beurten zingen.
Ik hoor mensen om beurten zingen.
Toen Mozes het kamp naderde, zag hij het kalf en de dansende groepen.
Hij werd woedend, gooide de platen uit zijn handen en verbrijzelde ze onder aan de berg.
Hij werd woedend, gooide de platen uit zijn handen en verbrijzelde ze onder aan de berg.
Hij nam het kalf dat zij hadden gemaakt en verbrandde het in het vuur.
Daarna vermaalde hij het tot poeder en strooide dat op het water.
Vervolgens liet hij de Israëlieten dat water drinken.
Daarna vermaalde hij het tot poeder en strooide dat op het water.
Vervolgens liet hij de Israëlieten dat water drinken.
Aäron legt verantwoording af
Mozes vroeg Aäron: Wat heeft dit volk je aangedaan dat je hen tot zo'n grote zonde hebt gebracht?
Aäron antwoordde: Mijn heer moet niet boos worden.
U weet zelf dat dit volk tot het kwaad geneigd is.
U weet zelf dat dit volk tot het kwaad geneigd is.
Zij zeiden tegen mij: Maak goden voor ons die voor ons uitgaan.
Wij weten niet wat er met die man Mozes gebeurd is.
Hij heeft ons uit Egypte geleid.
Wij weten niet wat er met die man Mozes gebeurd is.
Hij heeft ons uit Egypte geleid.
Toen zei ik tegen hen: Wie goud heeft, moet het afdoen en aan mij geven.
Ik gooide het in het vuur en toen kwam dit kalf eruit.
Ik gooide het in het vuur en toen kwam dit kalf eruit.
De Levieten treden op
Mozes zag dat het volk weerloos was.
Aäron had het volk weerloos gemaakt, zodat het bij zijn vijanden tot schande werd.
Aäron had het volk weerloos gemaakt, zodat het bij zijn vijanden tot schande werd.
Daarom ging Mozes bij de poort van het kamp staan en zei: Wie bij de HEERE hoort, moet bij mij komen!
Toen verzamelden alle Levieten zich bij hem.
Toen verzamelden alle Levieten zich bij hem.
Hij zei tegen hen: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Iedereen moet zijn zwaard aan zijn heup hangen.
Ga het hele kamp door, van poort tot poort en weer terug.
Dood je broer, vriend en naaste!
Ga het hele kamp door, van poort tot poort en weer terug.
Dood je broer, vriend en naaste!
De Levieten deden wat Mozes had gezegd.
Die dag werden drieduizend mannen uit het volk gedood.
Die dag werden drieduizend mannen uit het volk gedood.
Mozes had namelijk gezegd: Wijd jezelf vandaag aan de dienst van de HEERE.
Iedereen moet zich zelfs tegen zijn zoon en broer keren.
Dan zal Hij jullie vandaag zegenen.
Iedereen moet zich zelfs tegen zijn zoon en broer keren.
Dan zal Hij jullie vandaag zegenen.
Mozes pleit opnieuw voor het volk
De volgende dag zei Mozes tegen het volk: Jullie hebben een grote zonde begaan.
Nu zal ik naar de HEERE omhooggaan.
Misschien kan ik verzoening voor jullie zonde verkrijgen.
Nu zal ik naar de HEERE omhooggaan.
Misschien kan ik verzoening voor jullie zonde verkrijgen.
Mozes ging terug naar de HEERE en zei: Ach, dit volk heeft een grote zonde begaan.
Zij hebben gouden goden voor zichzelf gemaakt.
Zij hebben gouden goden voor zichzelf gemaakt.
Wilt U hun zonden toch vergeven!
Maar als U dat niet doet, wis mij dan uit Uw boek dat U hebt geschreven.
Maar als U dat niet doet, wis mij dan uit Uw boek dat U hebt geschreven.
De HEERE antwoordde Mozes: Wie tegen mij zondigt, zal ik uit mijn boek wissen.
Ga nu en leid het volk naar de plaats die ik je heb genoemd.
Mijn Engel zal voor je uitgaan.
Maar wanneer de tijd komt om te straffen, zal ik hen voor hun zonde straffen.
Mijn Engel zal voor je uitgaan.
Maar wanneer de tijd komt om te straffen, zal ik hen voor hun zonde straffen.
Zo trof de HEERE het volk met een plaag vanwege het kalf dat Aäron voor hen had gemaakt.