Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Exodus 16
De HEERE geeft manna en kwartels
Het volk klaagt over honger
Nadat ze uit Elim vertrokken waren, kwam de hele gemeenschap van de Israëlieten in de woestijn Sin, tussen Elim en Sinaï.
Dat was op de vijftiende dag van de tweede maand nadat ze uit Egypte waren vertrokken.
Dat was op de vijftiende dag van de tweede maand nadat ze uit Egypte waren vertrokken.
In de woestijn begon de hele gemeenschap van de Israëlieten tegen Mozes en Aäron te morren.
De Israëlieten zeiden tegen hen: Had de HEERE ons in Egypte maar laten sterven!
Daar zaten we bij potten vol vlees en aten we brood tot we verzadigd waren.
Maar jullie hebben ons naar deze woestijn geleid om deze hele gemeenschap van honger te laten sterven!
Daar zaten we bij potten vol vlees en aten we brood tot we verzadigd waren.
Maar jullie hebben ons naar deze woestijn geleid om deze hele gemeenschap van honger te laten sterven!
De HEERE belooft brood en vlees
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Ik zal brood uit de hemel voor jullie laten regenen.
Het volk moet eropuit gaan en elke dag genoeg voor die dag verzamelen.
Zo zal ik hen op de proef stellen en zien of ze mijn wet volgen.
Het volk moet eropuit gaan en elke dag genoeg voor die dag verzamelen.
Zo zal ik hen op de proef stellen en zien of ze mijn wet volgen.
Op de zesde dag moeten ze klaarmaken wat ze hebben binnengebracht.
Dat zal tweemaal zoveel zijn als wat ze dagelijks verzamelen.
Dat zal tweemaal zoveel zijn als wat ze dagelijks verzamelen.
Mozes en Aäron zeiden tegen alle Israëlieten: Vanavond zullen jullie weten dat de HEERE jullie uit Egypte heeft geleid.
Morgenochtend zullen jullie de heerlijkheid van de HEERE zien.
Hij heeft namelijk gehoord hoe jullie tegen de HEERE mopperden.
Wie zijn wij dat jullie tegen ons morren?
Hij heeft namelijk gehoord hoe jullie tegen de HEERE mopperden.
Wie zijn wij dat jullie tegen ons morren?
Mozes zei ook: Vanavond geeft de HEERE jullie vlees te eten, en morgenochtend brood totdat jullie verzadigd zijn.
Dat gebeurt omdat de HEERE heeft gehoord hoe jullie tegen Hem morren.
Wie zijn wij eigenlijk?
Jullie gemopper is niet tegen ons gericht, maar tegen de HEERE.
Dat gebeurt omdat de HEERE heeft gehoord hoe jullie tegen Hem morren.
Wie zijn wij eigenlijk?
Jullie gemopper is niet tegen ons gericht, maar tegen de HEERE.
De heerlijkheid van de HEERE verschijnt
Daarna zei Mozes tegen Aäron: Zeg tegen de hele gemeenschap van Israël: Kom voor de HEERE, want Hij heeft jullie gemopper gehoord.
Terwijl Aäron tegen de hele gemeenschap van Israël sprak, draaiden ze zich om naar de woestijn.
Daar verscheen de heerlijkheid van de HEERE in de wolk.
Daar verscheen de heerlijkheid van de HEERE in de wolk.
De HEERE zei ook tegen Mozes:
Ik heb het gemopper van de Israëlieten gehoord.
Zeg tegen hen: Tegen de avond zullen jullie vlees eten, en morgenochtend zullen jullie genoeg brood krijgen.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE, jullie God, ben.
Zeg tegen hen: Tegen de avond zullen jullie vlees eten, en morgenochtend zullen jullie genoeg brood krijgen.
Dan zullen jullie weten dat ik de HEERE, jullie God, ben.
Kwartels en manna
Die avond kwamen er kwartels aanvliegen die het kamp bedekten.
De volgende morgen lag er dauw rondom het kamp.
De volgende morgen lag er dauw rondom het kamp.
Toen de dauw was opgetrokken, lag er op de woestijngrond iets kleins en ronds.
Het was zo klein als rijp op de aarde.
Het was zo klein als rijp op de aarde.
Toen de Israëlieten het zagen, vroegen ze elkaar: Wat is dat?
Ze wisten namelijk niet wat het was.
Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE jullie te eten heeft gegeven.
Ze wisten namelijk niet wat het was.
Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE jullie te eten heeft gegeven.
Mozes zei verder: Dit heeft de HEERE bevolen: Verzamel er voor iedereen zoveel van als nodig is om te eten.
Neem één maat, een gomer, per persoon.
Ieder moet genoeg meenemen voor alle mensen in zijn tent.
Neem één maat, een gomer, per persoon.
Ieder moet genoeg meenemen voor alle mensen in zijn tent.
De Israëlieten deden dit.
De een verzamelde veel en de ander weinig.
De een verzamelde veel en de ander weinig.
Toen ze alles met een gomer maten, had degene die veel verzameld had niets over.
Degene die weinig had verzameld, kwam niets tekort.
Iedereen had precies zoveel verzameld als hij kon eten.
Degene die weinig had verzameld, kwam niets tekort.
Iedereen had precies zoveel verzameld als hij kon eten.
Mozes zei tegen hen: Niemand mag er iets van bewaren tot morgenochtend.
Toch luisterden sommigen niet naar Mozes.
Enkele mannen bewaarden er iets van tot de volgende morgen.
Toen kwamen er wormen in en ging het stinken.
Mozes werd erg boos op hen.
Enkele mannen bewaarden er iets van tot de volgende morgen.
Toen kwamen er wormen in en ging het stinken.
Mozes werd erg boos op hen.
Elke morgen verzamelde iedereen zoveel als hij kon eten.
Wanneer de zon heet werd, smolt het.
Wanneer de zon heet werd, smolt het.
De sabbat is een rustdag
Op de zesde dag verzamelden ze tweemaal zoveel brood: twee gomers per persoon.
Alle leiders van de gemeenschap kwamen dit aan Mozes vertellen.
Alle leiders van de gemeenschap kwamen dit aan Mozes vertellen.
Mozes zei tegen hen: Dit heeft de HEERE gezegd: Morgen is een rustdag, een heilige sabbat voor de HEERE.
Bak wat jullie moeten bakken en kook wat jullie moeten koken.
Bewaar alles wat overblijft tot morgenochtend.
Bak wat jullie moeten bakken en kook wat jullie moeten koken.
Bewaar alles wat overblijft tot morgenochtend.
Ze bewaarden het tot de volgende morgen, zoals Mozes had bevolen.
Het stonk niet en er zaten geen wormen in.
Het stonk niet en er zaten geen wormen in.
Toen zei Mozes: Eet het vandaag, want vandaag is het sabbat voor de HEERE.
Vandaag zullen jullie het niet op het veld vinden.
Vandaag zullen jullie het niet op het veld vinden.
Zes dagen moeten jullie het verzamelen.
Maar op de zevende dag is het sabbat en zal het er niet zijn.
Maar op de zevende dag is het sabbat en zal het er niet zijn.
Op de zevende dag gingen sommigen van het volk toch naar buiten om te verzamelen, maar ze vonden niets.
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Hoe lang blijven jullie weigeren mijn geboden en wetten te gehoorzamen?
Bedenk dat de HEERE jullie de sabbat heeft gegeven.
Daarom geeft Hij jullie op de zesde dag brood voor twee dagen.
Iedereen moet op zijn plaats blijven.
Niemand mag op de zevende dag zijn plaats verlaten.
Daarom geeft Hij jullie op de zesde dag brood voor twee dagen.
Iedereen moet op zijn plaats blijven.
Niemand mag op de zevende dag zijn plaats verlaten.
Daarom rustte het volk op de zevende dag.
Een gomer manna wordt bewaard
De Israëlieten noemden het manna.
Het zag eruit als wit korianderzaad en smaakte als honingkoek.
Het zag eruit als wit korianderzaad en smaakte als honingkoek.
Verder zei Mozes: De HEERE heeft het volgende bevolen: Vul een gomer met manna en bewaar die voor de komende generaties.
Zo kunnen zij het brood zien dat ik jullie in de woestijn te eten gaf, toen ik jullie uit Egypte leidde.
Zo kunnen zij het brood zien dat ik jullie in de woestijn te eten gaf, toen ik jullie uit Egypte leidde.
Mozes zei ook tegen Aäron: Neem een kruik en doe er een gomer manna in.
Zet die voor de HEERE neer, zodat hij voor de komende generaties bewaard blijft.
Zet die voor de HEERE neer, zodat hij voor de komende generaties bewaard blijft.
Zoals de HEERE Mozes had bevolen, zette Aäron de kruik vóór de getuigenis om hem te bewaren.
De Israëlieten aten veertig jaar manna, totdat ze in bewoond land kwamen.
Ze aten manna totdat ze de grens van Kanaän bereikten.
Ze aten manna totdat ze de grens van Kanaän bereikten.
Een gomer is een inhoudsmaat die gelijkstaat aan een tiende van een efa.