Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Apocriefe boeken

Esther (apocrief) 14

Het gebed van Esther

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Zij legt haar mooie kleren af
Ook koningin Esther nam haar toevlucht tot de Heere, want zij was in doodsangst.
Zij legde haar prachtige kleren af en trok kleren van nood en rouw aan.
In plaats van dure, geurige zalven deed zij as en vuil op haar hoofd, en zij vernederde haar lichaam diep.
Alle plekken waar zij zich vroeger mooi maakte en vrolijk was, bedekte zij met haar uitgetrokken haar.
En zij bad tot de Heere, de God van Israël, en zei:
U bent alleen onze Koning
Heere, U bent alleen onze Koning.
Help mij, die nu alleen ben en geen helper heb dan U, en mijn gevaar staat voor de deur.

Ik heb van jongs af in mijn familie gehoord dat U Israël uit alle volken hebt uitgekozen en onze voorouders uit al hun voorgangers, als een eeuwig erfdeel, en dat U alles gehouden hebt wat U hun beloofd had.
Nu hebben wij tegen U gezondigd, en U hebt ons overgegeven in de handen van onze vijanden, omdat wij hun goden vereerd hadden.
U bent rechtvaardig, Heere.
En nu zijn zij er niet tevreden mee dat zij ons in bittere slavernij houden,
maar zij hebben zich met een handslag verbonden aan hun afgoden,
om het besluit van Uw mond ongedaan te maken, Uw erfdeel uit te roeien, de mond te sluiten van wie U loven, en de eer van Uw huis en van Uw altaar uit te blussen,
en om de mond van de volken te openen tot lof van nietige afgoden en om een sterfelijke koning voor altijd te roemen.
Geef, Heere, Uw scepter niet over aan wie niets zijn, en laat hen niet lachen om onze val.
Keer hun plan tegen henzelf en zet hem te kijk die dit tegen ons bedacht heeft.

Denk aan ons, Heere, en maak Uzelf bekend in de tijd van onze nood.
Maak mij sterk, Koning van alle volken en heerser over alle vorsten.

Geef mij de juiste woorden
Geef mij de juiste woorden in mijn mond om te spreken tegenover de leeuw, en keer zijn hart tot haat tegen hem die ons bestrijdt, zodat hij verdwijnt en wie het met hem eens zijn.
Verlos ons door Uw hand en help mij, die alleen ben en niemand heb dan U, Heere.
U weet alles en U weet dat ik de eer van goddelozen haat, dat ik een afkeer heb van het bed van onbesnedenen en van alle vreemden.
U weet dat ik het moet doen en dat ik een afkeer heb van het teken van mijn hoge stand dat op mijn hoofd staat op de dagen dat ik mij moet laten zien.
Ik heb er een afkeer van als van een onreine doek, en ik draag het niet wanneer ik alleen ben.

Uw dienares heeft ook niet gegeten aan de tafel van Haman, geen eer gegeven aan het feest van de koning en niet gedronken van de offerwijn.
Uw dienares heeft geen vreugde gehad vanaf de dag dat ik hierheen gebracht ben tot nu toe, behalve in U, Heere, God van Abraham.
Verhoor de stem van wie verlaten zijn, sterke God boven allen.
Verlos ons uit de hand van wie kwaad doen, en verlos mij uit mijn angst.

Download hoofdstuk als tekstbestand