Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Esther 4

Mordechai vraagt Esther te spreken

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Mordechai in rouw
Toen Mordechai alles wist wat er gebeurd was, scheurde hij zijn kleren.
Hij trok een rouwkleed aan en deed as op zijn hoofd.
Zo ging hij midden door de stad en riep het luid en bitter uit.
Hij kwam tot voor de poort van de koning, want niemand mocht in rouwkleed de poort van de koning binnengaan.
In elk gewest en elke plaats waar het woord en de wet van de koning aankwamen, rouwden de Joden zwaar.
Zij vastten, huilden en klaagden luid, en velen lagen in rouwkleren en as.
De meisjes en de hofbeambten van Esther kwamen het haar vertellen.
De koningin schrok er hevig van.
Zij stuurde kleren om Mordechai aan te trekken in plaats van zijn rouwkleed, maar hij nam ze niet aan.
Toen riep Esther Hatach, een van de hofbeambten die de koning voor haar had aangesteld.
Zij stuurde hem naar Mordechai om te horen wat er aan de hand was en waarom.
Hatach ging naar Mordechai op het plein van de stad, voor de poort van de koning.
Mordechai vertelde hem alles wat hem overkomen was.
Ook noemde hij het precieze bedrag aan zilver dat Haman had toegezegd voor de schatkamers van de koning, om de Joden om te brengen.
Hij gaf hem ook een afschrift van de wet die in Susan was uitgevaardigd om hen te vernietigen.
Hatach moest dat aan Esther laten zien en het haar uitleggen.
Zij moest naar de koning gaan om hem te smeken en voor haar volk te pleiten.
Hatach kwam terug en vertelde Esther de woorden van Mordechai.
De boodschap over en weer
Toen gaf Esther Hatach een boodschap terug voor Mordechai.
Alle dienaren van de koning en het volk in de gewesten weten het.
Wie zonder uitnodiging bij de koning in de binnenhof komt, man of vrouw, wacht maar één vonnis: de dood.
Alleen wie de koning de gouden scepter toereikt, blijft leven.
Zelf ben ik al dertig dagen niet geroepen om bij de koning te komen.

Zij vertelden de woorden van Esther aan Mordechai.
Mordechai liet Esther dit antwoorden: Denk niet dat u als enige van alle Joden zult ontkomen, omdat u in het paleis van de koning bent.
Als u nu blijft zwijgen, komt er voor de Joden van een andere kant verlichting en redding.
Maar u en uw familie zullen omkomen.
Wie weet bent u juist voor een tijd als deze koningin geworden.

Toen liet Esther Mordechai antwoorden:
Ga alle Joden in Susan bijeenroepen en vast voor mij.
Eet en drink drie dagen lang niets, dag noch nacht.
Ik en mijn meisjes zullen ook zo vasten.
Daarna ga ik naar de koning, ook al is dat tegen de wet.
Kom ik om, dan kom ik om.

Toen ging Mordechai weg en deed alles wat Esther hem opgedragen had.

Download hoofdstuk als tekstbestand