Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Esther 3
Haman beraamt een plan tegen de Joden
Haman wordt groot gemaakt
Later maakte koning Ahasveros Haman groot, de zoon van Hammedatha uit Agag.
Hij gaf hem een hogere plaats dan alle leiders om hem heen.
Hij gaf hem een hogere plaats dan alle leiders om hem heen.
Alle dienaren van de koning in de poort knielden en bogen voor Haman, want dat had de koning bevolen.
Maar Mordechai knielde niet en boog niet.
Maar Mordechai knielde niet en boog niet.
Toen zeiden de dienaren van de koning in de poort tegen Mordechai: Waarom overtreedt u het gebod van de koning?
Zij zeiden dat elke dag tegen hem, maar hij luisterde niet.
Toen vertelden zij het aan Haman, om te zien of Mordechai zijn houding zou volhouden.
Hij had hun namelijk verteld dat hij een Jood was.
Toen vertelden zij het aan Haman, om te zien of Mordechai zijn houding zou volhouden.
Hij had hun namelijk verteld dat hij een Jood was.
Haman zag dat Mordechai niet knielde en niet voor hem boog.
Toen werd Haman razend.
Toen werd Haman razend.
Hij vond het te min om alleen Mordechai te doden, want men had hem verteld bij welk volk Mordechai hoorde.
Daarom zocht Haman een manier om alle Joden in het hele koninkrijk van Ahasveros te vernietigen, het volk van Mordechai.
Daarom zocht Haman een manier om alle Joden in het hele koninkrijk van Ahasveros te vernietigen, het volk van Mordechai.
Het lot en het besluit
In de eerste maand, de maand Nisan, in het twaalfde jaar van koning Ahasveros, wierp men het pur, dat is het lot, voor Haman.
Men deed dat dag na dag en maand na maand, tot de twaalfde maand, de maand Adar.
Men deed dat dag na dag en maand na maand, tot de twaalfde maand, de maand Adar.
Haman had tegen koning Ahasveros gezegd: Er is een volk verspreid en verdeeld onder de volken in alle gewesten van uw koninkrijk.
Hun wetten zijn anders dan die van alle andere volken, en zij houden zich niet aan de wetten van de koning.
Het is voor de koning niet verstandig hen te laten blijven.
Hun wetten zijn anders dan die van alle andere volken, en zij houden zich niet aan de wetten van de koning.
Het is voor de koning niet verstandig hen te laten blijven.
Als de koning het goedvindt, laat er dan een besluit geschreven worden om hen te vernietigen.
Dan zal ik ongeveer 340 ton zilver afwegen voor de ambtenaren, om in de schatkamers van de koning te brengen.
Dan zal ik ongeveer 340 ton zilver afwegen voor de ambtenaren, om in de schatkamers van de koning te brengen.
Toen deed de koning zijn zegelring van zijn hand en gaf die aan Haman, de zoon van Hammedatha uit Agag, de vijand van de Joden.
De koning zei tegen Haman: Dat zilver mag u houden.
Doe met dat volk wat u goeddunkt.
Doe met dat volk wat u goeddunkt.
De brieven gaan uit
Op de dertiende dag van de eerste maand werden de schrijvers van de koning geroepen.
Er werd precies opgeschreven wat Haman beval, voor de stadhouders van de koning, de landvoogden van elk gewest en de leiders van elk volk.
Elk gewest kreeg het in zijn eigen schrift en elk volk in zijn eigen taal.
Het werd geschreven in de naam van koning Ahasveros en verzegeld met zijn ring.
Er werd precies opgeschreven wat Haman beval, voor de stadhouders van de koning, de landvoogden van elk gewest en de leiders van elk volk.
Elk gewest kreeg het in zijn eigen schrift en elk volk in zijn eigen taal.
Het werd geschreven in de naam van koning Ahasveros en verzegeld met zijn ring.
De brieven gingen met boden naar alle gewesten van de koning.
Daarin stond dat men alle Joden moest vernietigen, doden en uitroeien, jong en oud, kleine kinderen en vrouwen.
Dat moest gebeuren op één dag: de dertiende dag van de twaalfde maand, de maand Adar.
Hun bezit mocht geplunderd worden.
Daarin stond dat men alle Joden moest vernietigen, doden en uitroeien, jong en oud, kleine kinderen en vrouwen.
Dat moest gebeuren op één dag: de dertiende dag van de twaalfde maand, de maand Adar.
Hun bezit mocht geplunderd worden.
Een afschrift van het bevel moest in alle gewesten als wet worden uitgevaardigd en aan alle volken bekend worden gemaakt.
Zo konden zij zich klaarmaken voor die dag.
Zo konden zij zich klaarmaken voor die dag.
De boden gingen haastig op weg, opgejaagd door het woord van de koning.
De wet werd in de burcht van Susan uitgevaardigd.
De koning en Haman zaten te drinken, maar de stad Susan was in verwarring.
De wet werd in de burcht van Susan uitgevaardigd.
De koning en Haman zaten te drinken, maar de stad Susan was in verwarring.