Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Deuteronomium 26

Eerstelingen en tienden

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
De eerstelingen
Straks kom je in het land dat de HEERE, je God, je als erfdeel geeft.
Je neemt het in bezit en gaat er wonen.

Neem dan iets van de eerste opbrengst van alles wat je oogst in het land dat de HEERE, je God, je geeft.
Doe het in een mand en ga naar de plaats die de HEERE, je God, zal kiezen om er Zijn naam te laten wonen.

Ga naar de priester die er in die tijd is.
Zeg tegen hem: Ik verklaar vandaag voor de HEERE, uw God, dat ik in het land gekomen ben.
Dit is het land dat de HEERE onze voorouders onder ede beloofd heeft.

De priester neemt de mand van je aan en zet die neer voor het altaar van de HEERE, je God.
Dan zeg je plechtig voor de HEERE, je God: Mijn vader was een Arameeër die bijna omkwam.
Hij trok naar Egypte en woonde daar als vreemdeling met maar een paar mensen.
Maar daar werd hij een groot, machtig en talrijk volk.

De Egyptenaren behandelden ons slecht en onderdrukten ons.
Zij legden ons zware slavenarbeid op.

Toen riepen wij tot de HEERE, de God van onze voorouders.
De HEERE hoorde ons en zag onze ellende, onze zware arbeid en onze onderdrukking.

De HEERE leidde ons uit Egypte met een sterke hand en een uitgestrekte arm, met grote, angstaanjagende daden, met tekenen en wonderen.
Hij bracht ons naar deze plaats en gaf ons dit land, een land dat overvloeit van melk en honing.
Kijk, nu breng ik het eerste van de opbrengst van het land dat U, HEERE, mij gegeven hebt.
Zet het dan neer voor de HEERE, je God, en buig je voor Hem neer.

Wees dan blij met al het goede dat de HEERE, je God, jou en je gezin gegeven heeft.
Wees blij samen met de Leviet en de vreemdeling die bij je wonen.

De tiende van het derde jaar
In het derde jaar, het jaar van de tiende, geef je de hele tiende van je opbrengst weg.
Geef die aan de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe, zodat zij in je woonplaats kunnen eten en verzadigd worden.

Zeg dan voor de HEERE, je God: Ik heb het heilige deel uit mijn huis weggehaald.
Ik heb het aan de Leviet, de vreemdeling, de wees en de weduwe gegeven, zoals U mij hebt opgedragen.
Ik heb geen van Uw geboden overtreden of vergeten.

Ik heb er niets van gegeten toen ik rouwde.
Ik heb er niets van weggehaald terwijl ik onrein was, en er niets van gegeven voor een dode.
Ik heb geluisterd naar de HEERE, mijn God, en alles gedaan wat U mij hebt opgedragen.

Kijk neer vanuit Uw heilige woning, vanuit de hemel.
Zegen Uw volk Israël en het land dat U ons gegeven hebt, zoals U onze voorouders onder ede beloofd hebt.
Het is een land dat overvloeit van melk en honing.

Het volk van de HEERE
Vandaag draagt de HEERE, je God, je op deze voorschriften en regels te houden.
Houd je eraan en doe ze met heel je hart en heel je ziel.

Vandaag heb je de HEERE laten verklaren dat Hij je God wil zijn.
Jij verklaart dat je Zijn wegen zult gaan en je zult houden aan Zijn voorschriften, geboden en regels.
Je zult naar Hem luisteren.

En vandaag heeft de HEERE jou laten verklaren dat je Zijn eigen volk zult zijn, zoals Hij je beloofd heeft.
Je zult je houden aan al Zijn geboden.

Dan zal Hij je hoog verheffen boven alle volken die Hij gemaakt heeft, tot lof, tot eer en tot sieraad.
Dan zul je een heilig volk zijn voor de HEERE, je God, zoals Hij gezegd heeft.

Download hoofdstuk als tekstbestand