Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Deuteronomium 18

Priesters en profeten

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Het deel van de priesters en Levieten
De Levitische priesters, de hele stam Levi, krijgen geen eigen deel of erfdeel in Israël.
Zij leven van de vuuroffers voor de HEERE, want dat is hun erfdeel.

Zij krijgen geen erfdeel onder hun broers.
De HEERE zelf is hun erfdeel, zoals Hij hun beloofd heeft.

Dit komt de priesters toe van het volk, van ieder die een offer brengt, een rund of een schaap of geit.
Hij moet de priester de schouder, de beide kaken en de maag geven.

Geef hem ook het eerste van je koren, je nieuwe wijn en je olie, en het eerste van de wol als je je schapen scheert.
Want de HEERE, je God, heeft hem uit al je stammen gekozen.
Hij en zijn zonen moeten altijd klaarstaan om te dienen in de naam van de HEERE.

Stel dat een Leviet uit een van je steden, ergens in Israël waar hij woont, naar de plaats komt die de HEERE gekozen heeft.
Hij komt omdat hij dat van harte wil.

Hij mag daar dienen in de naam van de HEERE, zijn God, net als al zijn broers, de Levieten, die daar voor de HEERE staan.
Zij krijgen allemaal een gelijk deel te eten, los van wat hij heeft gekregen uit de verkoop van zijn familiebezit.
Geen waarzeggerij
Straks kom je in het land dat de HEERE, je God, je geeft.
Neem dan de gruwelijke gewoonten van die volken niet over.

Er mag onder jullie niemand zijn die zijn zoon of dochter door het vuur laat gaan.
Er mag niemand zijn die waarzegt, de toekomst voorspelt, voortekens zoekt of tovert.

Er mag niemand zijn die bezweringen uitspreekt, een geestenbezweerder of waarzegger raadpleegt, of de doden om raad vraagt.
Want ieder die zulke dingen doet, is een gruwel voor de HEERE.
Vanwege deze gruwelen verdrijft de HEERE, je God, die volken voor je uit.

Wees volkomen oprecht tegenover de HEERE, je God.
Want de volken die je gaat verdrijven, luisteren naar tovenaars en waarzeggers.
Maar dat staat de HEERE, je God, jou niet toe.

Een profeet zoals Mozes
De HEERE, je God, zal uit je midden, uit je broers, een profeet zoals ik voor je laten opstaan.
Naar Hem moeten jullie luisteren.

Dat vroeg je zelf aan de HEERE, je God, op de dag van de samenkomst bij Horeb.
Je zei: Laat mij de stem van de HEERE, mijn God, niet langer horen.
Laat mij dit grote vuur niet meer zien, anders sterf ik.

Toen zei de HEERE tegen mij: Wat zij gezegd hebben, is goed.
Ik zal een profeet zoals jij voor hen laten opstaan uit het midden van hun broers.
Ik zal mijn woorden in Zijn mond leggen, en Hij zal alles tegen hen zeggen wat ik Hem opdraag.

Wie niet luistert naar mijn woorden die Hij in mijn naam spreekt, zal ik ter verantwoording roepen.
Maar een profeet die het waagt in mijn naam iets te zeggen wat ik hem niet heb opgedragen, moet sterven.
Dat geldt ook voor een profeet die in de naam van andere goden spreekt.

Misschien vraag je je af: Hoe weten wij welk woord de HEERE niet gesproken heeft?
Stel dat een profeet in de naam van de HEERE spreekt, maar het gebeurt niet of komt niet uit.
Dan heeft de HEERE dat woord niet gesproken.
Die profeet heeft het uit overmoed gezegd.
Wees niet bang voor hem.

Download hoofdstuk als tekstbestand