Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Deuteronomium 10

Nieuwe stenen platen, en wat de HEERE vraagt

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Nieuwe stenen platen
In die tijd zei de HEERE tegen mij: Hak twee stenen platen uit zoals de eerste, en kom naar mij de berg op.
Maak ook een houten ark.

Ik zal op die platen de woorden schrijven die op de eerste platen stonden, die jij gebroken hebt.
Leg ze daarna in de ark.

Toen maakte ik een ark van acaciahout en hakte twee stenen platen uit zoals de eerste.
Ik ging de berg op met de twee platen in mijn hand.

Toen schreef Hij op de platen, net als eerst, de tien woorden.
De HEERE had ze op de dag van de samenkomst vanuit het vuur op de berg tot jullie gesproken.
De HEERE gaf ze aan mij.

Ik draaide mij om, ging de berg af en legde de platen in de ark die ik gemaakt had.
Daar liggen ze nog, zoals de HEERE mij had opgedragen.

Aäron sterft; Levi wordt apart gezet
De Israëlieten trokken van Beëroth Bene-Jaäkan naar Mosera.
Daar stierf Aäron, en daar werd hij begraven.
Zijn zoon Eleazar werd priester in zijn plaats.
Van daar trokken zij naar Gudgod, en van Gudgod naar Jotbath, een land met beken.
In die tijd koos de HEERE de stam Levi uit om de ark van het verbond van de HEERE te dragen.
Zij moesten voor de HEERE staan om Hem te dienen en in Zijn naam te zegenen, zoals zij nu nog doen.

Daarom heeft Levi geen deel of erfdeel samen met zijn broers.
De HEERE zelf is zijn erfdeel, zoals de HEERE, jullie God, hem beloofd heeft.

Ik bleef op de berg, net als de eerste keer, veertig dagen en veertig nachten.
Ook die keer luisterde de HEERE naar mij.
De HEERE wilde jullie niet vernietigen.

De HEERE zei tegen mij: Sta op en ga op weg, voor het volk uit.
Dan kunnen zij het land binnengaan en in bezit nemen dat ik hun voorouders onder ede beloofd heb.

Wat vraagt de HEERE van je?
Nu dan, Israël, wat vraagt de HEERE, je God, van je?
Alleen dat je de HEERE, je God, vreest en al Zijn wegen gaat.
Dat je Hem liefhebt en de HEERE, je God, dient met heel je hart en heel je ziel.

Dat je je houdt aan de geboden en voorschriften van de HEERE, die ik je vandaag geef.
Dat is goed voor je.

Kijk, de hemel, ja, de hoogste hemel, is van de HEERE, je God, en ook de aarde met alles wat erop is.
Toch heeft de HEERE alleen je voorouders liefgehad en voor hen gekozen.
Uit alle volken koos Hij hun nakomelingen na hen, jullie, zoals nu blijkt.

Besnijd daarom de voorhuid van jullie hart, en wees niet langer koppig.
Want de HEERE, jullie God, is de God van de goden en de Heere van de heren.
Hij is de grote, machtige en ontzagwekkende God.
Hij kiest geen partij en laat zich niet omkopen.

Hij verschaft recht aan wees en weduwe.
Hij heeft de vreemdeling lief en geeft hem brood en kleding.

Heb daarom ook de vreemdeling lief, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte.
Vrees de HEERE, je God, en dien Hem.
Houd je aan Hem vast en zweer bij Zijn naam.

Hij is je lofzang en Hij is je God.
Hij heeft voor je die grote en ontzagwekkende dingen gedaan die je met eigen ogen gezien hebt.

Je voorouders trokken met zeventig personen naar Egypte.
En nu heeft de HEERE, je God, je zo talrijk gemaakt als de sterren aan de hemel.

Download hoofdstuk als tekstbestand