Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Daniël 5
Het schrift op de muur
De maaltijd van Belsazar
Koning Belsazar gaf een groot feest voor zijn duizend hovelingen.
Hij dronk wijn voor de ogen van die duizend.
Hij dronk wijn voor de ogen van die duizend.
Onder invloed van de wijn beval Belsazar dat men de gouden en zilveren voorwerpen moest halen.
Zijn vader Nebukadnezar had die uit de tempel in Jeruzalem weggehaald.
De koning en zijn hovelingen, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen zouden eruit drinken.
Zijn vader Nebukadnezar had die uit de tempel in Jeruzalem weggehaald.
De koning en zijn hovelingen, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen zouden eruit drinken.
Toen bracht men de gouden voorwerpen die uit de tempel, het huis van God in Jeruzalem, weggehaald waren.
De koning en zijn hovelingen, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen dronken eruit.
De koning en zijn hovelingen, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen dronken eruit.
Zij dronken de wijn en prezen de goden van goud en zilver, van brons, ijzer, hout en steen.
Op datzelfde moment verschenen er vingers van een mensenhand.
Zij schreven tegenover de kandelaar op de gepleisterde muur van het koninklijk paleis.
De koning zag de hand die daar schreef.
Zij schreven tegenover de kandelaar op de gepleisterde muur van het koninklijk paleis.
De koning zag de hand die daar schreef.
Toen verbleekte het gezicht van de koning en zijn gedachten maakten hem bang.
Zijn knieën knikten en hij kon niet meer op zijn benen staan.
Zijn knieën knikten en hij kon niet meer op zijn benen staan.
De koning riep luid dat men de sterrenwichelaars, de Chaldeeën en de waarzeggers moest halen.
Hij zei tegen de wijzen van Babel: Wie dit schrift kan lezen en mij de uitleg kan geven, zal met purper gekleed worden.
Hij krijgt een gouden ketting om zijn hals en hij zal de derde heerser in dit koninkrijk zijn.
Hij zei tegen de wijzen van Babel: Wie dit schrift kan lezen en mij de uitleg kan geven, zal met purper gekleed worden.
Hij krijgt een gouden ketting om zijn hals en hij zal de derde heerser in dit koninkrijk zijn.
Toen kwamen alle wijzen van de koning binnen.
Maar zij konden dit schrift niet lezen en de koning de uitleg niet geven.
Maar zij konden dit schrift niet lezen en de koning de uitleg niet geven.
Toen schrok koning Belsazar hevig en zijn gezicht verbleekte.
Zijn hovelingen waren verbijsterd.
Zijn hovelingen waren verbijsterd.
Door de woorden van de koning en zijn hovelingen kwam de koningin de feestzaal binnen.
Zij zei: Koning, leef voor altijd!
Laat uw gedachten u niet bang maken en laat uw gezicht niet verbleken.
Zij zei: Koning, leef voor altijd!
Laat uw gedachten u niet bang maken en laat uw gezicht niet verbleken.
Er is een man in uw koninkrijk in wie de geest van de heilige goden is.
In de dagen van uw vader bleek dat hij licht, inzicht en wijsheid had, zoals de wijsheid van de goden.
Daarom stelde koning Nebukadnezar, uw vader, hem aan als hoofd van de magiërs, de sterrenwichelaars, de Chaldeeën en de waarzeggers.
In de dagen van uw vader bleek dat hij licht, inzicht en wijsheid had, zoals de wijsheid van de goden.
Daarom stelde koning Nebukadnezar, uw vader, hem aan als hoofd van de magiërs, de sterrenwichelaars, de Chaldeeën en de waarzeggers.
In hem werd een bijzondere geest gevonden, met kennis en inzicht.
Hij kon dromen uitleggen, raadsels verklaren en knopen ontwarren.
Het gaat om Daniël, die de koning de naam Beltsazar gaf.
Laat Daniël nu roepen; hij zal de uitleg geven.
Hij kon dromen uitleggen, raadsels verklaren en knopen ontwarren.
Het gaat om Daniël, die de koning de naam Beltsazar gaf.
Laat Daniël nu roepen; hij zal de uitleg geven.
Daniël leest het schrift
Toen werd Daniël bij de koning gebracht.
De koning zei tegen Daniël: Ben jij die Daniël, een van de ballingen uit Juda die de koning, mijn vader, uit Juda heeft meegebracht?
De koning zei tegen Daniël: Ben jij die Daniël, een van de ballingen uit Juda die de koning, mijn vader, uit Juda heeft meegebracht?
Ik heb van je gehoord dat de geest van de goden in je is.
Men zegt dat er licht, inzicht en bijzondere wijsheid in je gevonden wordt.
Men zegt dat er licht, inzicht en bijzondere wijsheid in je gevonden wordt.
Zojuist zijn de wijzen en de sterrenwichelaars bij mij gebracht om dit schrift te lezen en mij de uitleg te geven.
Maar zij kunnen de betekenis van deze woorden niet vertellen.
Maar zij kunnen de betekenis van deze woorden niet vertellen.
Van jou heb ik gehoord dat je uitleg kunt geven en knopen kunt ontwarren.
Als jij dit schrift kunt lezen en mij de uitleg kunt geven, dan word je met purper gekleed.
Je krijgt een gouden ketting om je hals en je zult de derde heerser in dit koninkrijk zijn.
Als jij dit schrift kunt lezen en mij de uitleg kunt geven, dan word je met purper gekleed.
Je krijgt een gouden ketting om je hals en je zult de derde heerser in dit koninkrijk zijn.
Toen antwoordde Daniël de koning: Houd uw geschenken zelf en geef uw gaven aan een ander.
Toch zal ik het schrift voor de koning lezen en hem de uitleg geven.
Toch zal ik het schrift voor de koning lezen en hem de uitleg geven.
Koning, de allerhoogste God heeft uw vader Nebukadnezar het koninkrijk gegeven, met grootheid, eer en majesteit.
Door de grootheid die Hij hem gegeven had, beefden alle volken, naties en talen voor hem.
Wie hij wilde, doodde hij, en wie hij wilde, liet hij leven.
Wie hij wilde, verhoogde hij, en wie hij wilde, vernederde hij.
Wie hij wilde, doodde hij, en wie hij wilde, liet hij leven.
Wie hij wilde, verhoogde hij, en wie hij wilde, vernederde hij.
Maar toen zijn hart hoogmoedig werd en zijn geest verhard raakte, werd hij van zijn koningstroon gestoten.
Zijn eer werd hem afgenomen.
Zijn eer werd hem afgenomen.
Hij werd weggejaagd bij de mensen vandaan.
Zijn hart werd als dat van een dier en hij woonde bij de wilde ezels.
Men gaf hem gras te eten zoals aan de runderen en zijn lichaam werd nat van de dauw van de hemel.
Zo ging het tot hij erkende dat God, de Allerhoogste, heerser is over de koninkrijken van de mensen en daarover aanstelt wie Hij wil.
Zijn hart werd als dat van een dier en hij woonde bij de wilde ezels.
Men gaf hem gras te eten zoals aan de runderen en zijn lichaam werd nat van de dauw van de hemel.
Zo ging het tot hij erkende dat God, de Allerhoogste, heerser is over de koninkrijken van de mensen en daarover aanstelt wie Hij wil.
En u, Belsazar, zijn zoon, hebt uw hart niet vernederd, terwijl u dit alles wel wist.
U hebt zich juist verheven tegen de Heer van de hemel.
Men heeft de voorwerpen uit Zijn huis bij u gebracht.
U en uw hovelingen, uw vrouwen en uw bijvrouwen hebben er wijn uit gedronken.
U prees de goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen, die niet zien, niet horen en niets weten.
Maar de God in wiens hand uw adem is en die al uw wegen kent, hebt u niet geëerd.
Men heeft de voorwerpen uit Zijn huis bij u gebracht.
U en uw hovelingen, uw vrouwen en uw bijvrouwen hebben er wijn uit gedronken.
U prees de goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen, die niet zien, niet horen en niets weten.
Maar de God in wiens hand uw adem is en die al uw wegen kent, hebt u niet geëerd.
Daarom heeft Hij die hand gestuurd en dit schrift laten schrijven.
Dit is het schrift dat daar staat: MENE, MENE, TEKEL, UPHARSIN.
Dit is de uitleg van deze woorden.
MENE: God heeft de dagen van uw koninkrijk geteld en er een einde aan gemaakt.
MENE: God heeft de dagen van uw koninkrijk geteld en er een einde aan gemaakt.
TEKEL: u bent op de weegschaal gewogen en te licht bevonden.
PERES: uw koninkrijk is verdeeld en aan de Meden en de Perzen gegeven.
Toen gaf Belsazar bevel en men kleedde Daniël met purper.
Hij kreeg een gouden ketting om zijn hals.
Men riep luid over hem uit dat hij de derde heerser in dat koninkrijk was.
Hij kreeg een gouden ketting om zijn hals.
Men riep luid over hem uit dat hij de derde heerser in dat koninkrijk was.
Diezelfde nacht werd Belsazar, de koning van de Chaldeeën, gedood.