Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Daniël 2

De droom van het grote beeld

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 9 minuten
Vertel mij de droom
In het tweede jaar van de regering van Nebukadnezar had Nebukadnezar dromen.
Zijn geest raakte daarvan in de war en hij kon niet meer slapen.
De koning liet de magiërs, de sterrenwichelaars, de bezweerders en de Chaldeeën roepen om hem zijn dromen uit te leggen.
Zij kwamen en gingen voor de koning staan.
De koning zei tegen hen: Ik heb een droom gehad.
Mijn geest is onrustig, want ik wil weten wat die droom betekent.

Toen spraken de Chaldeeën tot de koning in het Aramees: Koning, leef voor altijd!
Vertel uw dienaren de droom, dan zullen wij de uitleg geven.

De koning antwoordde de Chaldeeën: Mijn besluit staat vast.
Als jullie mij de droom en de uitleg niet bekendmaken, worden jullie in stukken gehakt en worden jullie huizen tot een puinhoop gemaakt.

Maar als jullie de droom en de uitleg wel bekendmaken, dan krijgen jullie van mij geschenken, gaven en grote eer.
Vertel mij dus de droom en de uitleg.

Zij antwoordden voor de tweede keer: Laat de koning zijn dienaren de droom vertellen, dan zullen wij de uitleg geven.
De koning antwoordde: Ik weet zeker dat jullie tijd proberen te rekken, omdat jullie zien dat mijn besluit vaststaat.
Als jullie mij die droom niet bekendmaken, geldt er voor jullie één vonnis.
Jullie hebben afgesproken leugens en verzinsels tegen mij te zeggen tot de tijd verandert.
Vertel mij dus de droom.
Dan weet ik dat jullie mij ook de uitleg kunnen geven.

De Chaldeeën antwoordden de koning: Er is geen mens op aarde die kan doen wat de koning vraagt.
Geen enkele koning, hoe groot of machtig ook, heeft ooit zoiets gevraagd aan een magiër, een sterrenwichelaar of een Chaldeeër.

Wat de koning vraagt, is te moeilijk.
Er is niemand die het de koning kan vertellen, behalve de goden, en die wonen niet bij de mensen.

Daarom werd de koning woedend en razend.
Hij beval dat men alle wijzen in Babel moest doden.
Het bevel ging uit en de wijzen werden gedood.
Ook Daniël en zijn vrienden werden gezocht om gedood te worden.
Daniël bidt en krijgt antwoord
Toen sprak Daniël verstandig en voorzichtig met Arioch, het hoofd van de lijfwacht van de koning.
Die was op weg om de wijzen van Babel te doden.
Hij vroeg Arioch, de bevelhebber van de koning: Waarom is dit bevel van de koning zo streng?
Toen legde Arioch de zaak aan Daniël uit.

Daniël ging naar binnen en vroeg de koning om hem tijd te geven, zodat hij de koning de uitleg kon geven.
Toen ging Daniël naar zijn huis en vertelde de zaak aan zijn vrienden Hananja, Misaël en Azarja.
Zij moesten de God van de hemel om ontferming vragen over dit geheim.
Zo zouden Daniël en zijn vrienden niet met de andere wijzen van Babel omkomen.
Toen werd het geheim aan Daniël geopenbaard in een nachtvisioen.
Daniël prees de God van de hemel.
Daniël zei: Geprezen zij de naam van God, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Want van Hem is de wijsheid en de kracht.

Want Hij verandert de tijden en de seizoenen.
Hij zet koningen af en Hij stelt koningen aan.
Hij geeft de wijzen wijsheid en kennis aan wie inzicht hebben.

Hij onthult diepe en verborgen dingen.
Hij weet wat in het donker is, want het licht woont bij Hem.

Ik dank en prijs U, God van mijn vaderen.
Want U hebt mij wijsheid en kracht gegeven.
U hebt mij nu bekendgemaakt wat wij U gevraagd hebben.
U hebt ons de zaak van de koning bekendgemaakt.

Daarom ging Daniël naar Arioch, die de koning aangesteld had om de wijzen van Babel te doden.
Hij zei tegen hem: Dood de wijzen van Babel niet.
Breng mij bij de koning, dan zal ik de koning de uitleg geven.

Toen bracht Arioch Daniël haastig bij de koning.
Hij zei tegen hem: Ik heb tussen de ballingen uit Juda een man gevonden die de koning de uitleg kan geven.
De koning zei tegen Daniël, die Beltsazar heette: Kun jij mij de droom bekendmaken die ik gezien heb, en de uitleg ervan?
Daniël antwoordde de koning: Het geheim dat de koning vraagt, kunnen de wijzen, de sterrenwichelaars, de magiërs en de waarzeggers de koning niet vertellen.
Maar er is een God in de hemel die geheimen onthult.
Hij heeft koning Nebukadnezar bekendgemaakt wat er aan het einde van de dagen zal gebeuren.
Uw droom en de beelden die u op uw bed zag, waren deze.

Koning, toen u op uw bed lag, kwamen er gedachten bij u op over wat hierna zou gebeuren.
En Hij die geheimen onthult, heeft u laten weten wat er zal gebeuren.

Aan mij is dit geheim onthuld, niet omdat ik wijzer ben dan alle levenden.
Het gebeurde zodat de koning de uitleg zou horen en zodat u zou begrijpen wat er in uw hart omging.

Het beeld en de steen
Koning, u keek en kijk, daar stond een groot beeld.
Dat beeld was enorm en het glansde bijzonder.
Het stond tegenover u en het zag er angstaanjagend uit.

Het hoofd van dit beeld was van zuiver goud, zijn borst en zijn armen van zilver, zijn buik en zijn heupen van brons.
Zijn benen waren van ijzer en zijn voeten deels van ijzer en deels van klei.
Dit zag u, totdat er een steen werd losgemaakt zonder dat een mensenhand eraan te pas kwam.
Die steen sloeg het beeld op zijn voeten van ijzer en klei en verbrijzelde ze.

Toen werden het ijzer, de klei, het brons, het zilver en het goud samen verbrijzeld.
Zij werden als kaf op de dorsvloer in de zomer; de wind nam ze mee en er bleef niets van over.
Maar de steen die het beeld geslagen had, werd een grote berg die de hele aarde vulde.

Dit is de droom.
Nu zullen wij de koning de uitleg geven.

Koning, u bent de koning der koningen.
Want de God van de hemel heeft u een koninkrijk, macht, kracht en eer gegeven.

Overal waar mensen wonen, heeft Hij de dieren van het veld en de vogels van de hemel in uw hand gegeven.
Hij heeft u over alles aangesteld als heerser.
U bent dat gouden hoofd.

Na u zal een ander koninkrijk opstaan, minder dan het uwe.
Daarna komt een derde koninkrijk van brons, dat over heel de aarde zal heersen.

Het vierde koninkrijk zal hard zijn als ijzer.
Want ijzer verbrijzelt en verplettert alles.
Zoals ijzer alles stukslaat, zo zal dat koninkrijk verbrijzelen en stukslaan.

U zag de voeten en de tenen, deels van pottenbakkersklei en deels van ijzer.
Dat zal een verdeeld koninkrijk zijn.
Toch zal er iets van de hardheid van ijzer in zitten; daarom zag u ijzer vermengd met natte klei.

De tenen van de voeten waren deels van ijzer en deels van klei.
Dat koninkrijk zal deels sterk zijn en deels breekbaar.

U zag ijzer vermengd met natte klei.
Zij zullen zich wel door huwelijken vermengen, maar zij zullen niet aan elkaar hechten, net zoals ijzer zich niet met klei vermengt.

In de dagen van die koningen zal de God van de hemel een Koninkrijk laten opkomen dat nooit vernietigd zal worden.
Dat Koninkrijk zal niet aan een ander volk overgelaten worden.
Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en er een einde aan maken, maar zelf zal het voor altijd bestaan.

Daarom zag u dat er uit de berg een steen werd losgemaakt zonder mensenhanden.
Die verbrijzelde het ijzer, het brons, de klei, het zilver en het goud.
De grote God heeft de koning bekendgemaakt wat hierna zal gebeuren.
De droom is waar en de uitleg is betrouwbaar.

De koning eert Daniël
Toen viel koning Nebukadnezar op zijn gezicht en boog zich voor Daniël.
Hij gaf bevel dat men hem een graanoffer en aangename wierook zou brengen.
De koning zei tegen Daniël: Het is waar: jullie God is de God van de goden en de Heer van de koningen.
Hij onthult geheimen, want u kon dit geheim onthullen.

Toen maakte de koning Daniël groot.
Hij gaf hem veel grote geschenken.
Hij stelde hem aan als heerser over heel het gewest Babel en als hoofd over alle wijzen van Babel.
Daniël vroeg de koning iets, en die stelde Sadrach, Mesach en Abed-Nego aan over het bestuur van het gewest Babel.
Maar Daniël zelf bleef aan het hof van de koning.

Download hoofdstuk als tekstbestand