Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Daniël 1
Vier jonge mannen aan het hof
Weggevoerd naar Babel
In het derde jaar van de regering van Jojakim, de koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem.
Hij belegerde de stad.
Hij belegerde de stad.
De HEERE gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn hand, en ook een deel van de voorwerpen uit het huis van God.
Hij bracht ze naar het land Sinear, naar het huis van zijn god.
De voorwerpen bracht hij in de schatkamer van zijn god.
Hij bracht ze naar het land Sinear, naar het huis van zijn god.
De voorwerpen bracht hij in de schatkamer van zijn god.
De koning zei tegen Aspenaz, het hoofd van zijn hofdienaren, dat hij een aantal Israëlieten moest uitkiezen.
Zij moesten uit de koninklijke familie en uit de adel komen.
Zij moesten uit de koninklijke familie en uit de adel komen.
Het moesten jonge mannen zijn zonder enig gebrek, knap om te zien, wijs en verstandig, met kennis en inzicht.
Zij moesten geschikt zijn om aan het hof van de koning te dienen.
Men moest hun de boeken en de taal van de Chaldeeën leren.
Zij moesten geschikt zijn om aan het hof van de koning te dienen.
Men moest hun de boeken en de taal van de Chaldeeën leren.
De koning bepaalde wat zij elke dag zouden krijgen van het eten van de koning en van de wijn die hij dronk.
Drie jaar lang moesten zij zo opgeleid worden.
Daarna zouden zij bij de koning in dienst komen.
Drie jaar lang moesten zij zo opgeleid worden.
Daarna zouden zij bij de koning in dienst komen.
Onder hen waren uit de stam Juda: Daniël, Hananja, Misaël en Azarja.
Het hoofd van de hofdienaren gaf hun andere namen.
Daniël noemde hij Beltsazar, Hananja noemde hij Sadrach, Misaël noemde hij Mesach en Azarja noemde hij Abed-Nego.
Daniël noemde hij Beltsazar, Hananja noemde hij Sadrach, Misaël noemde hij Mesach en Azarja noemde hij Abed-Nego.
Groente en water
Daniël nam zich in zijn hart voor dat hij zich niet onrein zou maken.
Hij wilde niet eten van het eten van de koning en niet drinken van zijn wijn.
Daarom vroeg hij het hoofd van de hofdienaren of hij zich niet onrein hoefde te maken.
Hij wilde niet eten van het eten van de koning en niet drinken van zijn wijn.
Daarom vroeg hij het hoofd van de hofdienaren of hij zich niet onrein hoefde te maken.
God zorgde ervoor dat het hoofd van de hofdienaren Daniël goedgezind was.
Maar het hoofd van de hofdienaren zei tegen Daniël: Ik ben bang voor mijn heer, de koning.
Hij heeft bepaald wat jullie moeten eten en drinken.
Waarom zou hij zien dat jullie er slechter uitzien dan de andere jonge mannen van jullie leeftijd?
Dan breng je mijn hoofd in gevaar bij de koning.
Hij heeft bepaald wat jullie moeten eten en drinken.
Waarom zou hij zien dat jullie er slechter uitzien dan de andere jonge mannen van jullie leeftijd?
Dan breng je mijn hoofd in gevaar bij de koning.
Toen zei Daniël tegen de opzichter die het hoofd van de hofdienaren over Daniël, Hananja, Misaël en Azarja had aangesteld:
Doe met uw dienaren tien dagen lang een proef.
Geef ons groente te eten en water te drinken.
Geef ons groente te eten en water te drinken.
Kijk daarna hoe wij eruitzien en hoe de jonge mannen eruitzien die het eten van de koning eten.
Doe dan met uw dienaren wat u goeddunkt.
Doe dan met uw dienaren wat u goeddunkt.
Hij luisterde naar hen in deze zaak en deed tien dagen lang de proef.
Na die tien dagen zag men dat zij er beter uitzagen.
Zij waren gezonder dan alle jonge mannen die het eten van de koning aten.
Zij waren gezonder dan alle jonge mannen die het eten van de koning aten.
Zo nam de opzichter hun eten en hun wijn weg en gaf hun groente.
Aan deze vier jonge mannen gaf God kennis en inzicht in alle boeken, en wijsheid.
En Daniël gaf Hij inzicht in allerlei visioenen en dromen.
En Daniël gaf Hij inzicht in allerlei visioenen en dromen.
Toen de tijd voorbij was die de koning had genoemd om hen voor te stellen, bracht het hoofd van de hofdienaren hen bij Nebukadnezar.
De koning sprak met hen.
Onder hen allen was er niemand als Daniël, Hananja, Misaël en Azarja.
Zo kwamen zij bij de koning in dienst.
Onder hen allen was er niemand als Daniël, Hananja, Misaël en Azarja.
Zo kwamen zij bij de koning in dienst.
De koning stelde hun allerlei vragen van wijsheid en inzicht.
Hij vond hen tien keer beter dan alle magiërs en sterrenwichelaars in zijn koninkrijk.
Hij vond hen tien keer beter dan alle magiërs en sterrenwichelaars in zijn koninkrijk.
Daniël bleef daar tot het eerste jaar van koning Kores.