Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
Boek der Wijsheid 15
De pottenbakker en zijn god van klei
U kennen is gerechtigheid
Maar U, onze God, bent goed en betrouwbaar, geduldig, en U bestuurt alles met ontferming.
Want ook als wij zondigen, zijn wij van U, want wij kennen Uw kracht.
Maar wij zullen niet zondigen, omdat wij weten dat wij bij U gerekend worden.
Maar wij zullen niet zondigen, omdat wij weten dat wij bij U gerekend worden.
Want U kennen is volmaakte gerechtigheid, en Uw kracht kennen is de wortel van de onsterfelijkheid.
Want wij zijn niet misleid door de kwade bedenksels van mensen, en ook niet door de schaduw van schilderwerk, dat vruchteloos werk is: een gestalte die met allerlei kleuren beklad is.
Wie daarnaar kijkt en onverstandig is, krijgt verlangen, zodat hij zin krijgt in de vorm van een dood beeld dat niet ademt.
Zulke mensen houden van kwade dingen en zij verdienen zulke hoop: wie ze maken, wie ze verlangen en wie ze vereren.
Uit dezelfde klei
Want ook een pottenbakker die de zachte klei met moeite kneedt, maakt elk stuk voor ons dagelijks gebruik.
Uit dezelfde klei maakt hij potten voor zuiver werk en net zo goed potten voor vuil werk, en de pottenbakker beslist zelf waar elk van beide voor gebruikt wordt.
Uit dezelfde klei maakt hij potten voor zuiver werk en net zo goed potten voor vuil werk, en de pottenbakker beslist zelf waar elk van beide voor gebruikt wordt.
Daarna houdt hij zich met slecht werk bezig en maakt hij uit diezelfde klei een lege god, terwijl hij zelf kort geleden uit aarde gemaakt is en korte tijd later terug zal gaan in de aarde waaruit hij genomen is, wanneer men zijn ziel van hem terugvraagt.
Maar hij maakt zich geen zorgen dat hij moeite zal hebben of dat zijn leven kort is.
Hij is er druk mee dat hij het opneemt tegen de goudsmeden en de zilversmeden en dat hij de kopersmeden nadoet, en hij vindt het een eer om valse dingen te maken.
Hij is er druk mee dat hij het opneemt tegen de goudsmeden en de zilversmeden en dat hij de kopersmeden nadoet, en hij vindt het een eer om valse dingen te maken.
Zijn hart is as, zijn hoop is minder waard dan aarde en zijn leven is verachtelijker dan klei.
Want hij kent Hem niet die hem gemaakt heeft, die hem een ziel ingeblazen heeft die in hem werkt en die hem een geest ingeademd heeft die hem laat leven.
Zij vinden ons leven een spel en de loop van het leven een jaarmarkt waar je winst maakt.
Want je moet, zeggen zij, winst zoeken waar je kunt, zelfs uit het kwade.
Want je moet, zeggen zij, winst zoeken waar je kunt, zelfs uit het kwade.
Want deze man weet beter dan wie ook dat hij zondigt, terwijl hij uit aardse grondstof potten maakt die makkelijk breken, en ook gesneden beelden.
Beelden die niets kunnen
Maar de vijanden van Uw volk, die het onderdrukken, zijn allemaal heel onverstandig en ellendiger dan het verstand van kleine kinderen.
Want zij houden alle beelden van de volken voor goden: beelden die hun ogen niet kunnen gebruiken om te zien, en hun neusgaten niet om lucht te halen, en hun oren niet om te horen, en de vingers van hun handen niet om iets aan te raken, en van wie de voeten te lui zijn om te lopen.
Want een mens heeft ze gemaakt, en wie zijn adem in bruikleen gekregen heeft, heeft ze klaargemaakt.
Want geen mens kan een god maken die aan hem gelijk is.
Want geen mens kan een god maken die aan hem gelijk is.
Hij is sterfelijk en maakt met zijn onrechtvaardige handen een dood ding.
Want hij is beter dan wat hij als god vereert, want hij heeft leven en die dingen hebben dat nooit gehad.
Want hij is beter dan wat hij als god vereert, want hij heeft leven en die dingen hebben dat nooit gehad.
Zij vereren zelfs de dieren die het vijandigst zijn, want dieren zonder verstand zijn nog erger dan andere.
En zij zijn niet eens mooi, zodat je ze zou verlangen als je ze naast andere dieren ziet.
Nee, zij zijn de lof van God en Zijn zegen ontlopen.
Nee, zij zijn de lof van God en Zijn zegen ontlopen.