Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
Boek der Wijsheid 13
Wie de maker niet herkent
Zij hielden de schepping voor god
Werkelijk, alle mensen bij wie geen kennis van God is, zijn van nature leeg.
Uit de zichtbare goede dingen hebben zij Hem die is niet kunnen kennen, en door naar Zijn werken te kijken hebben zij de maker niet herkend.
Uit de zichtbare goede dingen hebben zij Hem die is niet kunnen kennen, en door naar Zijn werken te kijken hebben zij de maker niet herkend.
Maar zij dachten dat het vuur, of de wind, of de snelle lucht, of de loop van de sterren, of het krachtige water, of de lichten aan de hemel goden waren die de wereld bestuurden.
Als zij die dingen dan voor goden aannamen omdat zij plezier hadden in hun schoonheid, laten zij dan erkennen hoeveel beter de Heere daarvan is.
Want Hij die de schoonheid begonnen is, heeft die dingen geschapen.
Want Hij die de schoonheid begonnen is, heeft die dingen geschapen.
En als zij vol verwondering waren over hun kracht en werking, laten zij daaruit dan opmaken hoeveel machtiger Hij is die ze gemaakt heeft.
Want uit de grootte en de schoonheid van de schepselen kun je hun maker zien, als je Hem ernaast legt.
En toch valt er over hen weinig te klagen, want misschien dwalen zij terwijl zij God zoeken en Hem graag willen vinden.
Want zij gaan met Zijn werken om, zij onderzoeken ze, en zij worden meegenomen door wat zij zien, omdat wat zij zien mooi is.
Maar aan de andere kant valt ook hun dit niet te vergeven.
Want als zij zo veel konden weten dat zij de kennis van de wereld konden bereiken, hoe hebben zij dan niet veel eerder de Heere van die dingen gevonden?
Het beeld van de timmerman
Maar het zijn ellendige mensen, en al hun hoop hoort bij de doden, want zij hebben het werk van mensenhanden goden genoemd: kunstig bewerkt goud en zilver, beelden van dieren, of een nutteloze steen die door een oude hand gemaakt is.
Neem een timmerman die een sappige boom omzaagt en vakkundig alle schors eraf haalt.
Hij bewerkt hem kunstig en maakt er een mooi stuk werk van dat nuttig is in het dagelijks leven.
Hij bewerkt hem kunstig en maakt er een mooi stuk werk van dat nuttig is in het dagelijks leven.
Het schaafsel van zijn werk gebruikt hij om eten te koken, en hij eet zich vol.
En wat er overblijft en nergens goed voor is, een krom stuk hout vol kwasten, dat pakt hij.
In zijn vrije tijd snijdt hij er zorgvuldig aan en hij maakt er met zijn vakmanschap een beeld van dat op een mens lijkt.
In zijn vrije tijd snijdt hij er zorgvuldig aan en hij maakt er met zijn vakmanschap een beeld van dat op een mens lijkt.
Of hij maakt het gelijk aan een dier van weinig waarde.
Hij bestrijkt het met rode verf en blanketsel, hij maakt de kleur roodachtig en hij verft alle vlekken weg die erin zaten.
Hij bestrijkt het met rode verf en blanketsel, hij maakt de kleur roodachtig en hij verft alle vlekken weg die erin zaten.
En als hij er een huisje voor gemaakt heeft dat erbij past, zet hij het in de muur en maakt hij het met ijzer vast.
Hij zorgt er van tevoren voor dat het vooral niet valt, want hij weet dat het zichzelf niet kan helpen.
Het is immers een beeld en het heeft hulp nodig.
Het is immers een beeld en het heeft hulp nodig.
En toch bidt hij voor zijn bezit, zijn huwelijk en zijn kinderen, en hij schaamt zich er niet voor iets aan te spreken dat geen ziel heeft.
Hij roept om gezondheid tot wat zwak is.
Hij bidt om leven tot wat dood is.
En wat helemaal niets kan, dat smeekt hij om hulp.
Hij bidt om leven tot wat dood is.
En wat helemaal niets kan, dat smeekt hij om hulp.
En om een goede reis bidt hij tot iets dat zelf geen stap kan zetten.
Om winst, om werk, om alles wat je met je handen bereikt en om een goede afloop bidt hij tot iets dat met zijn handen niet kan werken.
Om winst, om werk, om alles wat je met je handen bereikt en om een goede afloop bidt hij tot iets dat met zijn handen niet kan werken.