Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Ethiopische boeken
4 Baruch 4
De sleutels voor de zon
De poort staat open
Toen het morgen werd, zie, toen omsingelde het leger van de Chaldeeën de stad.
De grote engel blies op de bazuin en zei: Kom binnen, leger van de Chaldeeën, want kijk, de poort staat voor jullie open.
En meteen kwam de koning binnen met zijn legers, en zij voerden heel het volk gevangen weg.
En meteen nam Jeremia de sleutels van het heiligdom, ging de stad uit en wierp die sleutels voor de zon, en hij zei: Ik zeg je, zon, neem de sleutels van het huis van God en bewaar ze tot de dag waarop de Heere ze van je opeist.
Want ons is het niet gegeven, naar onze afkomst, om ze te bewaren.
Want ons is het niet gegeven, naar onze afkomst, om ze te bewaren.
Want wij zijn onwaardige bewakers gebleken, omdat wij onze zonden bedekten.
En terwijl Jeremia nog om het volk huilde, brachten zij hem naar buiten en sleepten en sleurden zij hem met het volk mee tot in Babel.
De weeklacht van Baruch
En Baruch nam stof en wierp het op zijn hoofd.
Hij ging zitten en hief deze weeklacht aan: Waarom is Jeruzalem verwoest?
Om de zonde van het geliefde volk.
Zij is overgegeven in de hand van haar vijand, om onze zonden en die van het volk.
Hij ging zitten en hief deze weeklacht aan: Waarom is Jeruzalem verwoest?
Om de zonde van het geliefde volk.
Zij is overgegeven in de hand van haar vijand, om onze zonden en die van het volk.
Laat de goddelozen niet opscheppen en zeggen: wij hebben de stad van God kunnen innemen door onze kracht.
Niet door jullie kracht hebben jullie haar veroverd, maar om onze zonden is zij aan jullie overgegeven.
Niet door jullie kracht hebben jullie haar veroverd, maar om onze zonden is zij aan jullie overgegeven.
Onze God zal Zich over ons ontfermen en ons teruggeven aan onze stad, maar jullie zullen geen leven hebben.
Gelukkig zijn onze voorouders Abraham, Izak en Jakob, want zij zijn uit deze wereld heengegaan en hebben de verwoesting van deze stad niet gezien.
En nadat hij dit gezegd had, ging hij huilend naar buiten en zei: Ik rouw om jou, Jeruzalem.
En hij ging de stad uit en woonde in een graf.
En hij ging de stad uit en woonde in een graf.
Hij verbleef in een graf, en de engelen kwamen bij hem en vertelden hem over alles.