Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Samuel 1

David hoort van de dood van Saul

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
De Amalekiet met het nieuws
Na de dood van Saul was David teruggekomen van zijn overwinning op de Amalekieten.
Hij bleef twee dagen in Ziklag.
Op de derde dag kwam er een man uit het leger van Saul.
Zijn kleren waren gescheurd en er lag aarde op zijn hoofd.
Toen hij bij David kwam, viel hij op de grond en boog zich neer.
David vroeg hem: Waar kom je vandaan?
Hij zei tegen hem: Ik ben uit het leger van Israël ontsnapt.
David vroeg hem: Wat is er gebeurd?
Vertel het mij toch.

Hij vertelde dat het volk uit de strijd was gevlucht, en dat er veel mensen gesneuveld waren.
Ook Saul en zijn zoon Jonathan waren dood.
David vroeg de jongen die hem het nieuws bracht: Hoe weet je dat Saul en zijn zoon Jonathan dood zijn?
De jongen die hem het nieuws bracht, zei: Ik kwam toevallig op het Gilboagebergte.
Daar leunde Saul op zijn speer, en de wagens en ruiters zaten hem dicht op de hielen.

Hij keek om, zag mij en riep mij.
Ik zei: Hier ben ik.

Hij vroeg mij: Wie ben jij?
Ik zei tegen hem: Ik ben een Amalekiet.

Toen zei hij tegen mij: Kom bij mij staan en dood mij.
Want ik ben in doodsnood, terwijl er nog leven in mij is.

Toen ging ik bij hem staan en doodde hem, want ik wist dat hij zijn val niet zou overleven.
Ik nam de kroon van zijn hoofd en de armband van zijn arm.
Die heb ik hier bij mijn heer gebracht.

Toen greep David zijn kleren en scheurde ze.
Dat deden ook alle mannen die bij hem waren.
Zij rouwden, huilden en vastten tot de avond.
Zij treurden om Saul en zijn zoon Jonathan, om het volk van de HEERE en om het huis van Israël.
Want zij waren door het zwaard gevallen.
David vroeg de jongen die hem het nieuws had gebracht: Waar kom je vandaan?
Hij zei: Ik ben de zoon van een vreemdeling, een Amalekiet.
David zei tegen hem: Hoe durfde jij je hand op te heffen om de gezalfde van de HEERE te doden?
David riep een van de jonge mannen en zei: Kom hier, sla hem neer.
Die sloeg hem, zodat hij stierf.
David zei tegen hem: Je bloed komt op je eigen hoofd.
Want je hebt met je eigen mond tegen jezelf getuigd, toen je zei: Ik heb de gezalfde van de HEERE gedood.

Het klaaglied van David
David zong dit klaaglied over Saul en zijn zoon Jonathan.
Hij zei dat men het de mannen van Juda moest leren: het lied van de boog.
Kijk, het staat geschreven in het boek van de Oprechte.
Sieraad van Israël, op je hoogten ligt hij verslagen!
Hoe zijn de helden gevallen!

Vertel het niet in Gath, maak het niet bekend in de straten van Askelon.
Anders juichen de dochters van de Filistijnen, en springen de dochters van de onbesnedenen op van vreugde.

Bergen van Gilboa, laat er geen dauw of regen op jullie vallen, en geen velden zijn voor hefoffers.
Want daar is het schild van de helden smadelijk weggegooid.
Het schild van Saul, alsof hij niet met olie gezalfd was.

Van het bloed van de gesneuvelden, van het vet van de helden, deinsde de boog van Jonathan niet terug.
Het zwaard van Saul kwam nooit leeg terug.

Saul en Jonathan, geliefd en beminnelijk in hun leven, zijn ook in hun dood niet gescheiden.
Zij waren sneller dan arenden, sterker dan leeuwen.

Dochters van Israël, huil om Saul!
Hij kleedde jullie in scharlaken en weelde.
Hij gaf jullie gouden sieraden op je kleren.

Hoe zijn de helden gevallen midden in de strijd!
Jonathan ligt verslagen op je hoogten!

Ik heb verdriet om jou, mijn broer Jonathan!
Je was mij heel dierbaar.
Jouw liefde was mij kostbaarder dan de liefde van vrouwen.

Hoe zijn de helden gevallen, en zijn de wapens verloren gegaan!

Download hoofdstuk als tekstbestand