Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
1 Samuel 31
De dood van Saul
Saul en zijn zonen sneuvelen
De Filistijnen streden tegen Israël.
De mannen van Israël vluchtten voor de Filistijnen, en velen vielen dood neer op het Gilboagebergte.
De mannen van Israël vluchtten voor de Filistijnen, en velen vielen dood neer op het Gilboagebergte.
De Filistijnen zaten Saul en zijn zonen dicht op de hielen.
De Filistijnen doodden Jonathan, Abinadab en Malchisua, de zonen van Saul.
De Filistijnen doodden Jonathan, Abinadab en Malchisua, de zonen van Saul.
De strijd tegen Saul werd hevig.
De boogschutters vonden hem, en hij raakte door de schutters zwaar gewond.
De boogschutters vonden hem, en hij raakte door de schutters zwaar gewond.
Toen zei Saul tegen zijn wapendrager: Trek je zwaard en doorsteek mij.
Anders komen die onbesnedenen mij doorsteken en drijven zij de spot met mij.
Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij was zeer bang.
Toen nam Saul zelf het zwaard en liet zich erop vallen.
Anders komen die onbesnedenen mij doorsteken en drijven zij de spot met mij.
Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij was zeer bang.
Toen nam Saul zelf het zwaard en liet zich erop vallen.
Toen zijn wapendrager zag dat Saul dood was, liet ook hij zich op zijn zwaard vallen en stierf met hem.
Zo stierven op dezelfde dag Saul, zijn drie zonen, zijn wapendrager en al zijn mannen.
De mannen van Israël aan de overkant van het dal en aan de overkant van de Jordaan zagen dat de mannen van Israël gevlucht waren.
Zij zagen dat Saul en zijn zonen dood waren.
Toen verlieten zij de steden en vluchtten.
De Filistijnen kwamen en gingen daar wonen.
Zij zagen dat Saul en zijn zonen dood waren.
Toen verlieten zij de steden en vluchtten.
De Filistijnen kwamen en gingen daar wonen.
De mannen van Jabes halen Saul op
De volgende dag kwamen de Filistijnen om de gesneuvelden te plunderen.
Zij vonden Saul en zijn drie zonen op het Gilboagebergte liggen.
Zij vonden Saul en zijn drie zonen op het Gilboagebergte liggen.
Zij hakten zijn hoofd af en namen zijn wapens mee.
Zij lieten die rondbrengen door het land van de Filistijnen.
Zo werd het nieuws verteld in de tempels van hun afgoden en onder het volk.
Zij lieten die rondbrengen door het land van de Filistijnen.
Zo werd het nieuws verteld in de tempels van hun afgoden en onder het volk.
Zijn wapens legden zij in de tempel van Astarte, en zijn lichaam hingen zij op aan de muur van Beth-san.
De inwoners van Jabes in Gilead hoorden wat de Filistijnen met Saul hadden gedaan.
Toen gingen alle strijdbare mannen op weg en liepen de hele nacht door.
Zij haalden het lichaam van Saul en de lichamen van zijn zonen van de muur van Beth-san.
Zij kwamen in Jabes en verbrandden ze daar.
Zij haalden het lichaam van Saul en de lichamen van zijn zonen van de muur van Beth-san.
Zij kwamen in Jabes en verbrandden ze daar.
Zij namen hun beenderen en begroeven die onder de boom in Jabes.
Daarna vastten zij zeven dagen.
Daarna vastten zij zeven dagen.