Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Ethiopische boeken

2 Meqabyan 18

Waar is de schoonheid gebleven?

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Wat een dwaling
Wat dwaalt u toch verschrikkelijk, u die niet gelooft in de opstanding van de doden!
En wanneer men u wegvoert naar een plek die u niet kent, dan zult u op dat moment berouw hebben, wanneer u er niets meer aan hebt; en wanneer men u in het oordeel gooit, omdat u niet geloofd hebt in de opstanding van de doden, naar lichaam en ziel samen.
En u zult vergolden worden naar wat u gedaan hebt, goed of kwaad, omdat u het hart van uw naasten bedorven hebt door te zeggen: Wij geloven dat de doden, die tot as en aarde geworden zijn, niet opstaan.
En daardoor worden hun metgezellen dwaas.
Want hun dood wordt niet kwijtgescholden en zij hebben geen kracht om aan hun lot te ontkomen, en ook door hun werk worden zij niet vrijgesteld, want zij moeten voor het oordeel van God verschijnen.
En zij zullen zich diep schamen wanneer Hij hen in Zijn toorn straft en woedend op hen is om al het kwaad dat zij gedaan hebben.
Want zij praten terwijl zij de weg van God niet kennen, en zij weten zelf niet waar zij vandaan gekomen zijn.
En zij weten niet waar zij heen gaan: het oordeel van de vlam van het vuur in.
Want zij onderwijzen hun naasten naar de verkeerdheid van hun hart, want zij zijn bitter en ruw in wat zij doen, en hardvochtig, en zij leren een verdraaid woord en zeggen: Er is geen opstanding van de doden.
En op die dag zullen zij weten dat de doden opstaan, en zij zullen geoordeeld worden omdat zij niet geloofd hebben in de opstanding van de doden, voor het oog van heel de mensheid.
Om Adam zijn wij gestorven
Want wij zijn allemaal de vrucht van Adam, en om Adam zijn wij gestorven.
Want over ons allemaal is, om de dwaling van onze vader Adam, het doodvonnis van God gekomen.
En verder: om vergolden te worden voor wat wij gedaan hebben, staan wij op met diezelfde Adam, onze vader.
Want door de onwetendheid van onze vader Adam is de wereld aan de dood onderworpen geraakt.
En daarom werden wij vergolden door de overtreding van Adam, en ons vlees verging in het graf, en ook onze botten werden verbrijzeld.
En de aarde dronk ons merg, en onze schoonheid werd bedorven en verging tot as, en ons lichaam werd begraven in de aarde, en onze mooie stem werd begraven in het stof.
En het licht ging weg uit onze heldere ogen, en onze schoonheid werd bedorven in het graf en werd stof.
Waar is het gebleven?
Waar is de glans van de schoonheid van de goede jongemannen, die er zo aantrekkelijk uitzagen, en waar is het mooie van hun stem?
Waar is de grootheid van de sterken?
En waar is de kracht van de koningen en de eer van de vorsten, hun zitten op paarden, hun tooi van goud en zilver, en hun glinsterende wapenrusting?
Waar is de smaak van het eten bij zoete wijn?

Download hoofdstuk als tekstbestand