Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Apocriefe boeken

2 Makkabeeën 8

Judas verslaat Nikanor

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 8 minuten
Judas brengt zesduizend man bijeen
Judas de Makkabeeër en zijn mannen kwamen in het geheim de dorpen binnen en riepen hun verwanten bij zich.
Zij namen wie in de Joodse godsdienst gebleven waren met zich mee en brachten zesduizend man bijeen.
Zij riepen de Heere aan of Hij wilde omzien naar het volk dat van alle kanten mishandeld werd, en of Hij zich wilde ontfermen over de tempel die door goddeloze mensen ontheiligd was,
en of Hij medelijden wilde hebben met de stad die nu verwoest was en tot de grond toe geslecht zou worden, en of Hij al het bloed wilde horen dat tot Hem riep,
en of Hij wilde denken aan de onrechtvaardige moord op de onschuldige kleine kinderen, en of Hij om de godslasteringen tegen Zijn naam Zijn afkeer van het kwaad wilde laten zien.
Toen Judas de Makkabeeër een leger bijeengebracht had, werd hij voor de volken onhoudbaar, want de toorn van God was in ontferming veranderd.
Hij overviel steden en dorpen onverwachts en stak ze in brand.
Hij nam goed gelegen plaatsen in en dreef heel wat vijanden op de vlucht.
Hij koos vooral de nachten uit voor zulke hinderlagen, en het gerucht van zijn dapperheid verspreidde zich overal.
Nikanor verkoopt de Joden alvast
Filippus zag dat deze man steeds verder kwam en dat het hem steeds beter ging.
Hij schreef aan Ptolemeüs, de bevelhebber van Celo-Syrië en Fenicië, dat hij de zaak van de koning te hulp moest komen.
Die koos meteen Nikanor uit, de zoon van Patroclus, een van zijn voornaamste vrienden.
Hij stuurde hem met minstens twintigduizend man uit allerlei volken om heel het Joodse volk uit te roeien, en hij gaf hem Gorgias mee, een aanvoerder met veel ervaring in de oorlog.
Nikanor had de koning beloofd de belasting die hij de Romeinen schuldig was, tweeduizend talenten, te betalen uit de opbrengst van gevangen Joden.
Hij stuurde meteen bericht naar de kuststeden en nodigde hen uit Joodse slaven te kopen.
Hij beloofde negentig slaven voor één talent te geven.
Hij verwachtte niet dat de straf van de Almachtige hem zou treffen.
Judas kreeg bericht dat Nikanor in aantocht was.
Toen hij zijn mannen verteld had dat het leger gekomen was, werden zij bang.
Zij vertrouwden niet op de gerechtigheid van God, maar vluchtten alle kanten op en verlieten de plaats.
Anderen verkochten alles wat er nog over was en baden de Heere of Hij hen wilde redden die door de goddeloze Nikanor al verkocht waren voordat zij elkaar ontmoet hadden,
en als Hij het niet om hen wilde doen, dan toch om de verbonden die Hij met hun voorouders gesloten had, en omdat zij naar Zijn eerbiedwaardige en prachtige naam genoemd waren.
Wij vertrouwen op de almachtige God
Judas de Makkabeeër bracht zijn mannen bijeen, zesduizend in getal.
Hij spoorde hen aan zich niet door de vijanden te laten verslaan en niet bang te zijn voor de grote menigte van de volken die onrechtvaardig op hen afkwamen, maar moedig te vechten en voor ogen te houden welke schande zij onrechtvaardig aan de heilige plaats aangedaan hadden,
en de mishandeling van de stad, die door hen bespot was, en het afbreken van het bestuur dat hun voorouders gehad hadden.
En hij zei: Zij vertrouwen op hun wapens en hun brutaliteit, maar wij vertrouwen op de almachtige God, die met één wenk zowel hen die op ons afkomen als de hele wereld kan neerwerpen.
En hij vertelde hun over de hulp die hun voorouders gekregen hadden, en hoe de honderdvijfentachtigduizend man onder Sanherib omgekomen waren,
en over de slag in Babylonië tegen de Galaten, hoe allen die daar in gevecht kwamen maar achtduizend man waren, met vierduizend Macedoniërs, en hoe die achtduizend, toen de Macedoniërs begonnen te aarzelen, honderdtwintigduizend man verslagen hebben door de hulp die hun uit de hemel kwam, en grote winst behaalden.
Zo maakte hij hen moedig en bereid om voor de wetten en het vaderland te sterven.
Hij verdeelde zijn troepen in vier groepen en stelde zijn broers aan als leiders van elke afdeling, namelijk Simon, Jozef en Jonathan, en gaf ieder van hen vijftienhonderd man, en bovendien ook Eleazar.
Hij las hun uit het heilige boek voor en gaf hun als wachtwoord: door de hulp van God.
Zelf voerde hij de eerste afdeling aan en raakte hij slaags met Nikanor.
De buit wordt gedeeld
Omdat de Almachtige met hen streed, doodden zij meer dan negenduizend vijanden.
Zij verwondden en verminkten het grootste deel van de troepen van Nikanor en dwongen hen allemaal te vluchten.
Zij namen het geld mee van de mensen die gekomen waren om hen te kopen.
Zij achtervolgden hen lang, maar keerden terug omdat de tijd hen inhaalde.
Want het was de dag voor de sabbat, en daarom zetten zij de achtervolging niet door.
Toen zij de wapens verzameld hadden en de vijanden hun buit hadden afgenomen, vierden zij de sabbat.
Zij dankten en prezen de Heere zeer, die hen tot die dag toe bewaard had, en dat was het begin van de ontferming die over hen kwam.
Na de sabbat gaven zij van de buit aan wie ziek waren, aan de weduwen en de wezen, en de rest verdeelden zij onder elkaar en onder hun knechten.
Toen zij dat gedaan hadden, hielden zij een algemene biddag en baden zij de barmhartige Heere of Hij Zijn dienaren tot het einde toe genadig wilde zijn.
Zij brachten hun troepen bijeen en doodden meer dan twintigduizend man van de mannen van Timotheüs en Bacchides.
Zij veroverden met veel succes de hooggelegen vestingen en verdeelden een grote buit, met gelijke delen voor zichzelf, voor wie ziek waren, voor de wezen, voor de weduwen en ook voor de ouderen.
Zij verzamelden de wapens en legden die allemaal zorgvuldig op geschikte plaatsen op.
De rest van de buit brachten zij naar Jeruzalem.
Nikanor vlucht als een slaaf
Zij versloegen ook Filarches, die bij Timotheüs hoorde, een heel goddeloos man die de Joden veel verdriet aangedaan had.
En terwijl zij in hun eigen land een dankdag hielden over de overwinning, verbrandden zij Callisthenes, die de heilige poorten in brand gestoken had, in een huisje waarin hij gevlucht was.
Zo kreeg hij het verdiende loon voor zijn goddeloosheid.
En de door en door goddeloze Nikanor, die duizend kooplieden bijeengebracht had om de Joden aan hen te verkopen,
werd vernederd door mensen die hij het minst achtte, door de hulp van de Heere.
Hij legde zijn prachtige kleding af, ging in zijn eentje verder en vluchtte over de Middellandse Zee, als een slaaf die van zijn heer wegloopt.
Hij kwam in Antiochië aan en mocht van geluk spreken dat hij zijn leger kwijt was.
En hij die op zich genomen had de Romeinen de belasting te betalen uit de gevangenen die hij in Jeruzalem zou krijgen, vertelde nu overal dat de Joden God als voorvechter hadden en dat de Joden op die manier niet verwond kunnen worden, omdat zij de wetten volgen die Hij ingesteld heeft.

Download hoofdstuk als tekstbestand