Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
2 Makkabeeën 15
De nederlaag van Nikanor
Is er een Heere in de hemel?
Toen Nikanor hoorde dat de mannen van Judas zich in de streken van Samaria ophielden, besloot hij hen op de rustdag helemaal veilig te overvallen.
En toen de Joden die hem noodgedwongen volgden tegen hem zeiden: Breng hen toch niet zo wreed en barbaars om, maar houd die dag in ere, die vroeger geheiligd is door Hem die alles ziet,
vroeg deze door en door slechte man: Is er dan een Heere in de hemel die geboden heeft dat men de sabbatdag houdt?
En zij antwoordden: Er is een Heere die leeft.
Hij is in de hemel een machtige vorst, die geboden heeft de zevende dag te vieren.
Hij is in de hemel een machtige vorst, die geboden heeft de zevende dag te vieren.
En de ander zei: Ik ben ook een machtige vorst op de aarde, en ik beveel u de wapens op te nemen en de opdrachten van de koning uit te voeren.
En toch kon hij zijn ellendige plan niet uitvoeren.
En toch kon hij zijn ellendige plan niet uitvoeren.
Nikanor stak vol hoogmoed zijn hals omhoog en had bedacht een openbaar overwinningsteken op te richten over de mannen van Judas.
De droom van Onias en Jeremia
Maar de Makkabeeër vertrouwde onophoudelijk en met alle hoop dat hij hulp van de Heere zou krijgen.
Hij spoorde zijn mannen aan niet bang te zijn voor de komst van de volken, maar te denken aan de hulp die hun zo vaak uit de hemel gekomen was, en nu van de Almachtige de overwinning te verwachten die Hij hun zou geven.
Hij bemoedigde hen uit de wet en de profeten, en hij herinnerde hen aan de gevaren die zij al doorstaan hadden, en zo maakte hij hen moedig.
Hij wekte hen van binnen op, spoorde hen aan en liet hun meteen de ontrouw van de volken zien en het schenden van hun eden.
Zo bewapende hij ieder van hen, niet zozeer met de zekerheid van schilden en speren als wel met de aansporing van goede woorden.
En toen hij hun daarbij een geloofwaardige droom verteld had, maakte hij hen allemaal heel blij.
En toen hij hun daarbij een geloofwaardige droom verteld had, maakte hij hen allemaal heel blij.
Zijn visioen was zo.
Onias, die het hogepriesterschap bediend had, een eervolle en goede man, beschaafd in de omgang, zachtmoedig van manieren, die gepast sprak en die zich vanaf zijn kinderjaren geoefend had in alles wat bij de deugd hoort, stak zijn handen uit en bad voor de gemeenschap van de Joden.
Onias, die het hogepriesterschap bediend had, een eervolle en goede man, beschaafd in de omgang, zachtmoedig van manieren, die gepast sprak en die zich vanaf zijn kinderjaren geoefend had in alles wat bij de deugd hoort, stak zijn handen uit en bad voor de gemeenschap van de Joden.
En zo verscheen ook een man met grijze haren die prachtig straalde, en de waardigheid die om hem heen hing, was zeer te bewonderen en heel voortreffelijk.
En Onias antwoordde: Dit is Jeremia, de profeet van God, die van zijn broeders houdt en die veel bidt voor het volk en voor de heilige stad.
En Jeremia stak zijn rechterhand uit en gaf Judas een gouden zwaard, en terwijl hij het gaf, zei hij:
Neem dit heilige zwaard aan, een geschenk van God, waarmee u de vijanden zult verwonden.
Klaar voor de slag
Zij werden aangespoord door deze woorden van Judas, die heel goed waren en die krachtig aanzetten tot moed en het hart van de jonge mannen manmoedig maakten.
Zij besloten geen kamp op te slaan, maar moedig aan te vallen, met alle dapperheid onder de vijanden te vallen en het uiterste te wagen, nu de stad, het heiligdom en de tempel in gevaar waren.
Zij besloten geen kamp op te slaan, maar moedig aan te vallen, met alle dapperheid onder de vijanden te vallen en het uiterste te wagen, nu de stad, het heiligdom en de tempel in gevaar waren.
Want de zorg om vrouwen en kinderen en ook om broers en verwanten telde bij hen minder.
De grootste en eerste vrees was voor de geheiligde tempel.
De grootste en eerste vrees was voor de geheiligde tempel.
Ook wie in de stad achtergebleven waren, hadden grote angst, want de slag onder de blote hemel maakte hen van streek.
Toen zij allemaal verwachtten dat het treffen zou beginnen, en de vijanden aanvielen, hun leger in slagorde stond, de dieren op een geschikte plaats stonden en de ruiterij bij de vleugels was opgesteld,
zag de Makkabeeër die grote menigte, de allerlei wapenrustingen en de woestheid van de dieren.
Hij hief zijn handen op naar de hemel en riep de Heere aan, die wonderlijke dingen doet, want hij wist dat de overwinning niet met wapens gewonnen wordt, maar door Hem gegeven wordt aan wie Hij dat waard vindt.
Hij hief zijn handen op naar de hemel en riep de Heere aan, die wonderlijke dingen doet, want hij wist dat de overwinning niet met wapens gewonnen wordt, maar door Hem gegeven wordt aan wie Hij dat waard vindt.
Het gebed van Judas
En terwijl hij bad, sprak hij deze woorden: U, Heere, hebt Uw engel gestuurd in de tijd van Hizkia, de koning van Juda, en die heeft in het leger van Sanherib honderdvijfentachtigduizend man gedood.
En nu, Vorst van de hemel, stuur Uw goede engel voor ons uit, om schrik en beving te brengen.
Laat door de kracht van Uw arm neergeslagen worden wie met godslastering tegen Uw heilige volk gekomen zijn.
En met deze woorden hield hij op met bidden.
En met deze woorden hield hij op met bidden.
De mannen van Nikanor kwamen aan met trompetten en overwinningsliederen.
Maar de mannen van Judas vielen de vijanden aan met aanroeping en gebeden.
Zij vochten met hun handen, maar baden met hun hart tot God.
Zij versloegen minstens vijfendertigduizend man en waren heel blij over deze verschijning van God.
Zij versloegen minstens vijfendertigduizend man en waren heel blij over deze verschijning van God.
De dertiende van Adar
Toen zij uit die nood gered waren en met vreugde aftrokken, merkten zij dat Nikanor eerder al gevallen was, in zijn wapenrusting.
Er ontstond groot geschreeuw en rumoer, en zij prezen de Heere in de taal van hun voorouders.
En hij die altijd met lichaam en ziel de eerste voorvechter van zijn medeburgers geweest was en die zijn leven lang de welwillendheid tegenover zijn eigen volk bewaard had, gaf bevel het hoofd van Nikanor en zijn hand met de schouder af te snijden en naar Jeruzalem te brengen.
Toen hij daar gekomen was, riep hij zijn volk en de priesters bijeen.
Hij ging voor het altaar staan en stuurde een bericht naar wie in de burcht zaten.
Hij ging voor het altaar staan en stuurde een bericht naar wie in de burcht zaten.
Hij liet hun het hoofd zien van de misdadige Nikanor en de hand van deze godslasteraar, die hij uitgestoken had tegen het heilige huis van de Almachtige en waarmee hij zijn hals had opgestoken.
Hij sneed de tong van de goddeloze Nikanor af en zei dat hij die in stukken aan de vogels zou geven en dat hij die dingen als loon voor zijn dwaasheid tegenover de tempel zou ophangen.
En zij keken allemaal op naar de hemel en dankten de doorluchtige Heere.
Zij zeiden: Gezegend is Hij die Zijn plaats onbesmet bewaard heeft.
Zij zeiden: Gezegend is Hij die Zijn plaats onbesmet bewaard heeft.
Hij hing het hoofd van Nikanor aan de burcht, zodat het voor iedereen een duidelijk en openbaar teken zou zijn van de hulp van de Heere.
En zij besloten allemaal met een algemeen besluit dat zij deze dag zeker niet ongeëerd zouden laten,
maar dat zij de dertiende dag van de twaalfde maand, die in het Syrisch Adar heet, zouden vieren, de dag voor het feest van Mordechai.
Het slot van het boek
Nu de zaak van Nikanor zo afgelopen is en de Hebreeën vanaf die tijd de stad in handen gehad hebben, zal ik hier mijn verhaal afbreken.
Als ik het goed heb samengesteld, zoals het in een geschiedenis hoort, dan was dat mijn bedoeling.
Maar als ik het slecht en onvolledig gedaan heb, dan is dat wat ik kon doen.
Maar als ik het slecht en onvolledig gedaan heb, dan is dat wat ik kon doen.
Want zoals het ongezond is om alleen wijn te drinken, en ook om alleen water te drinken, en zoals wijn met water gemengd een aangename smaak geeft en het prettig is om wijn met water gemengd te drinken, zo is ook een goed geschreven geschiedenis aangenaam voor de oren van de lezers.
En dit zij dan het einde.
En dit zij dan het einde.