Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Apocriefe boeken
2 Makkabeeën 10
De tempel gereinigd en de Idumeeën verslagen
Acht dagen feest
De Makkabeeër en zijn mannen kregen, terwijl de Heere hen leidde, de tempel en de stad terug.
Zij haalden de altaren weg die de vreemde volken op het plein gebouwd hadden, en ook de tempel van de afgoden.
Toen zij de tempel gereinigd hadden, maakten zij een nieuw altaar.
Zij sloegen vuur uit stenen, namen daar het vuur uit en brachten offers, na twee jaar.
Zij zorgden ook voor het reukwerk, de lampen en de toonbroden.
Zij sloegen vuur uit stenen, namen daar het vuur uit en brachten offers, na twee jaar.
Zij zorgden ook voor het reukwerk, de lampen en de toonbroden.
Daarna vielen zij plat op de grond en baden zij de Heere of zij niet opnieuw in zulke moeilijkheden zouden komen, maar dat Hij hen, als zij ooit weer zouden zondigen, met goedheid zou opvoeden en hen niet zou overgeven aan de godslasterlijke en barbaarse volken.
Het gebeurde dat de reiniging van de tempel plaatsvond op dezelfde dag waarop de tempel door de vreemde volken ontheiligd was, namelijk op de vijfentwintigste van de maand Kislev.
Zij vierden acht dagen met vreugde, zoals bij het Loofhuttenfeest, en zij dachten eraan hoe zij kort tevoren op het Loofhuttenfeest in de bergen en in de grotten als wilde dieren in eenzaamheid geleefd hadden.
Daarom droegen zij wijnranken en mooie takken en ook palmtakken, en zij brachten lofliederen aan Hem die hun voorspoed gegeven had, zodat Zijn plaats gereinigd kon worden.
En zij namen een besluit, met een algemeen gebod en met instemming van heel het volk van de Joden, dat deze dagen elk jaar gevierd zouden worden.
Zo is het einde van het leven van Antiochus, bijgenaamd Epifanes, geweest.
Eupator en Lysias
Nu zullen wij vertellen wat er gebeurd is onder Antiochus Eupator, de zoon van deze goddeloze, en de voortdurende ellende van de oorlogen kort samenvatten.
Toen hij het koninkrijk gekregen had, stelde hij over zijn zaken een zekere Lysias aan, die opperbevelhebber was van Celo-Syrië en Fenicië.
Want Ptolemeüs, bijgenaamd Macron, wilde liever het recht voor de Joden handhaven vanwege het onrecht dat hun aangedaan was, en probeerde hun zaken vreedzaam te regelen.
Daarom werd hij door de vrienden bij Eupator aangeklaagd.
Hij moest telkens horen dat hij een verrader was, omdat hij Cyprus, dat Filometor hem toevertrouwd had, in de steek gelaten had en naar Antiochus Epifanes overgelopen was, en dat hij dat hoge ambt niet voortreffelijk bediend had.
Hij vergiftigde zichzelf en maakte een einde aan zijn leven.
Hij moest telkens horen dat hij een verrader was, omdat hij Cyprus, dat Filometor hem toevertrouwd had, in de steek gelaten had en naar Antiochus Epifanes overgelopen was, en dat hij dat hoge ambt niet voortreffelijk bediend had.
Hij vergiftigde zichzelf en maakte een einde aan zijn leven.
Gorgias werd bevelhebber van die streken.
Hij hield huurtroepen in dienst en voerde onafgebroken oorlog tegen de Joden.
Hij hield huurtroepen in dienst en voerde onafgebroken oorlog tegen de Joden.
En tegelijk met hem deden ook de Idumeeërs de Joden last aan, want zij hadden goed gelegen vestingen in handen.
Zij namen wie uit Jeruzalem verbannen waren bij zich en probeerden de oorlog gaande te houden.
Zij namen wie uit Jeruzalem verbannen waren bij zich en probeerden de oorlog gaande te houden.
De torens van de Idumeeën
De mannen van de Makkabeeër hielden een biddag en vroegen God of Hij hen wilde helpen vechten.
Daarna vielen zij de vestingen van de Idumeeërs aan.
Daarna vielen zij de vestingen van de Idumeeërs aan.
Zij vielen die met geweld aan, veroverden de plaats, verdreven iedereen die op de muren vocht en sloegen iedereen dood die hun tegenkwam.
Zij doodden minstens twintigduizend man.
Zij doodden minstens twintigduizend man.
En toen minstens negenduizend man gevlucht waren in twee heel sterke torens, die goed voorzien waren van alles wat je nodig hebt om een beleg te doorstaan,
liet de Makkabeeër Simon en Jozef achter, en bovendien Zacheüs en veel mannen bij hem, om dat beleg te voeren, en hij trok zelf naar de plaatsen die het harder nodig hadden.
Maar de mannen van Simon waren hebzuchtig.
Zij lieten zich door een aantal mannen in de torens omkopen.
Zij kregen zevenduizend drachmen en lieten een aantal van hen ontsnappen.
Zij lieten zich door een aantal mannen in de torens omkopen.
Zij kregen zevenduizend drachmen en lieten een aantal van hen ontsnappen.
Toen de Makkabeeër hoorde wat daar gebeurd was, riep hij de leiders van het volk bijeen en beschuldigde hij hen ervan dat zij hun broeders voor geld verkocht hadden door de vijanden tot hun eigen schade te laten gaan.
Hij liet hen als verraders ombrengen, en hij nam meteen die twee torens in.
Met de wapens in zijn hand had hij overal succes, en in die twee vestingen bracht hij meer dan twintigduizend mensen om.
De vijf ruiters uit de hemel
Timotheüs, die eerder door de Joden verslagen was, bracht een heel grote troepenmacht huurlingen bijeen en verzamelde een flink aantal ruiters uit Azië.
Hij rukte op alsof hij Judea met wapengeweld zou innemen.
Hij rukte op alsof hij Judea met wapengeweld zou innemen.
Toen hij naderde, gingen de mannen van de Makkabeeër bidden tot God.
Zij strooiden aarde op hun hoofd en deden rouwkleren om hun middel.
Zij strooiden aarde op hun hoofd en deden rouwkleren om hun middel.
Zij vielen neer op de rand voor het altaar en baden of Hij hun genadig wilde zijn en of Hij vijandig wilde zijn tegen hun vijanden en wilde weerstaan wie hen weerstonden, zoals de wet zegt.
Toen zij van het gebed opstonden, namen zij de wapens op en trokken zij ver van de stad.
Toen zij de vijanden naderden, bleven zij staan.
Toen zij de vijanden naderden, bleven zij staan.
Zodra de zon opging, raakten zij met elkaar slaags.
De een had als waarborg voor succes en overwinning naast zijn moed zijn toevlucht tot de Heere, de ander stelde daar zijn eigen woede tegenover als aanvoerder van de strijd.
De een had als waarborg voor succes en overwinning naast zijn moed zijn toevlucht tot de Heere, de ander stelde daar zijn eigen woede tegenover als aanvoerder van de strijd.
Toen de strijd op zijn hevigst was, verschenen er aan de vijanden vijf voorname mannen uit de hemel, op paarden met gouden teugels, en twee van hen waren gidsen van de Joden.
Zij namen de Makkabeeër in hun midden, beschermden hem met hun wapens en zorgden dat hij niet gewond raakte.
Op de vijanden wierpen zij pijlen en bliksems, zodat die door blindheid in verwarring raakten, verslagen werden en in paniek waren.
Op de vijanden wierpen zij pijlen en bliksems, zodat die door blindheid in verwarring raakten, verslagen werden en in paniek waren.
Er werden twintigduizend vijfhonderd man voetvolk en zeshonderd ruiters gedood.
Het einde van Timotheüs
Timotheüs zelf vluchtte in een goed bezette vesting die Gazara heet, waar Cherea de bevelhebber was.
De mannen van de Makkabeeër belegerden de vesting vol moed vierentwintig dagen lang.
Wie binnen zaten, vertrouwden op de sterkte van de plaats.
Zij lasterden buitensporig en schreeuwden gruwelijke woorden.
Zij lasterden buitensporig en schreeuwden gruwelijke woorden.
Toen de vijfentwintigste dag aanbrak, werden een paar jonge mannen bij de Makkabeeër woedend om die godslasteringen.
Zij vielen de muren aan en sloegen heel moedig en met vuur in hun hart iedereen dood die hun voor de voeten kwam.
Zij vielen de muren aan en sloegen heel moedig en met vuur in hun hart iedereen dood die hun voor de voeten kwam.
Anderen klommen op dezelfde manier omhoog naar wie binnen waren.
Zij staken de torens in brand, ontstaken vuren en verbrandden al die godslasteraars levend.
Zij staken de torens in brand, ontstaken vuren en verbrandden al die godslasteraars levend.
Weer anderen braken de poorten open.
Zij lieten een afdeling binnen en namen de stad in.
Zij doodden Timotheüs, die zich in een kuil verstopt had, en zijn broer Chereas en Apollofanes.
Zij lieten een afdeling binnen en namen de stad in.
Zij doodden Timotheüs, die zich in een kuil verstopt had, en zijn broer Chereas en Apollofanes.
Toen zij dat gedaan hadden, dankten zij met lofliederen en dankgebeden de Heere, die Israël zo veel goeds bewezen had en die hun deze overwinning gegeven had.