Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

2 Kronieken 17

Josafat laat het volk onderwijzen

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 3 minuten
Josafat volgt de HEERE
Zijn zoon Josafat werd koning in zijn plaats.
Hij maakte zich sterk tegen Israël.
Hij legerde troepen in alle versterkte steden van Juda.
Ook zette hij bezettingen in het land Juda en in de steden van Efraïm die zijn vader Asa ingenomen had.
De HEERE was met Josafat, want hij ging de wegen die zijn voorvader David in het begin gegaan was.
Hij zocht de Baäls niet.
Hij zocht juist de God van zijn vader en leefde naar zijn geboden.
Hij deed niet wat Israël deed.
De HEERE maakte het koningschap in zijn hand vast.
Heel Juda gaf Josafat geschenken, en hij kreeg veel rijkdom en eer.
Hij ging met opgeheven hoofd de wegen van de HEERE.
Hij haalde ook de offerhoogten en de gewijde palen uit Juda weg.
Onderwijs in de steden van Juda
In het derde jaar van zijn regering stuurde hij zijn leiders eropuit om in de steden van Juda te onderwijzen.
Het waren Ben-Chaïl, Obadja, Zecharja, Nethaneël en Michaja.
Met hen gingen de Levieten Semaja, Nethanja, Zebadja, Asaël, Semiramoth, Jonathan, Adonia, Tobia en Tob-Adonia mee.
Ook gingen de priesters Elisama en Joram mee.
Zij onderwezen in Juda, met het wetboek van de HEERE bij zich.
Zij trokken alle steden van Juda rond en onderwezen het volk.
Rust en rijkdom
De schrik van de HEERE kwam over alle koninkrijken in de landen rond Juda, zodat zij geen oorlog tegen Josafat voerden.
Sommige Filistijnen brachten Josafat geschenken en een opgelegde schatting in zilver.
De Arabieren brachten hem kleinvee: 7.700 rammen en 7.700 bokken.
Zo werd Josafat steeds groter.
Hij bouwde burchten en voorraadsteden in Juda.
Hij had veel voorraden in de steden van Juda.
In Jeruzalem had hij soldaten, dappere strijders.
De legers van Josafat
Dit is hun telling, per familie.
Uit Juda kwamen de aanvoerders over duizend man.
Adna was aanvoerder, met 300.000 dappere strijders.
Naast hem stond aanvoerder Johanan, met 280.000 man.
Naast hem stond Amasia, de zoon van Zichri, die zich vrijwillig aan de HEERE gegeven had, met 200.000 dappere strijders.
Uit Benjamin kwam Eljada, een dappere held, met 200.000 man die boog en schild droegen.
Naast hem stond Jozabad, met 180.000 man die voor de oorlog toegerust waren.
Zij stonden in dienst van de koning.
Daarnaast waren er nog de mannen die de koning in de versterkte steden van heel Juda gelegerd had.

Download hoofdstuk als tekstbestand