Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

2 Korintiërs 3

Dienaren van een nieuw verbond

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
Jullie zijn onze brief
Beginnen wij onszelf weer aan te prijzen?
Of hebben wij aanbevelingsbrieven nodig, aan jullie of van jullie, zoals sommigen?
Jullie zijn onze brief, geschreven in ons hart, gekend en gelezen door alle mensen.
Het is duidelijk dat jullie een brief van Christus zijn, door ons bezorgd.
Die brief is niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God.
Hij staat niet op stenen platen, maar op platen van vlees in het hart.
Zo'n vertrouwen hebben wij door Christus bij God.
Niet dat wij uit onszelf iets kunnen bedenken.
Ons vermogen komt uit God.
Hij heeft ons geschikt gemaakt om dienaars van een nieuw verbond te zijn.
Dat verbond is niet van de letter, maar van de Geest.
De letter doodt, maar de Geest maakt levend.
De doek van Mozes
De bediening van de dood stond met letters in steen gegrift.
Toch kwam die met heerlijkheid, zodat de Israëlieten Mozes niet konden aankijken door de glans op zijn gezicht, die weer verdween.
Zal de bediening van de Geest dan niet veel heerlijker zijn?
Kwam de bediening van de veroordeling al met heerlijkheid, hoeveel te meer is de bediening van de gerechtigheid vol heerlijkheid.
Wat toen heerlijk was, stelt nu zelfs niets meer voor, vergeleken met die veel grotere heerlijkheid.
Kwam wat verdwijnt al met heerlijkheid, hoeveel te meer is dan wat blijft vol heerlijkheid.
Omdat wij zo'n hoop hebben, spreken wij met veel vrijmoedigheid.
Wij doen niet zoals Mozes, die een doek over zijn gezicht legde.
Zo konden de Israëlieten het einde van wat verdween niet zien.
Maar hun denken werd hard.
Tot op vandaag blijft diezelfde doek liggen als het oude verbond gelezen wordt.
Alleen in Christus wordt hij weggenomen.
Tot op vandaag ligt er een doek op hun hart als Mozes gelezen wordt.
Maar zodra iemand zich tot de Heere keert, wordt de doek weggenomen.
De Heere is de Geest.
En waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid.
Wij allen zien met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere, als in een spiegel.
Zo worden wij veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Geest van de Heere.

Download hoofdstuk als tekstbestand