Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Ethiopische boeken

1 Meqabyan 35

Wee jullie, machtigen van Israël

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
Jullie letten niet op het recht van de wees
Wee jullie, machtigen van Israël, want God zal woedend op jullie worden, omdat jullie de wees zijn recht niet gegeven hebben.
Wee jullie, die 's ochtends en 's avonds naar het huis van de drankschenker gaan, die dronken worden en zwelgen, die niet letten op het recht van de wees en van de weduwen, en die neerzitten in genot en brasserij.
Zo zei God tegen de machtigen van Israël: Wee jullie, als jullie niet naar mijn gebod leven, mijn woord niet bewaren en niet liefhebben wat ik wil.
En ik, ik zal de gesel over jullie brengen, en straf en ziekte, en jullie zullen vernietigd worden als wat de worm en de made wegvreten, en jullie tienden zullen in jullie streken niet meer te vinden zijn.
De stad werd een woestenij
En jullie stad zal een woestenij worden, en iedereen die haar vroeger gezien heeft, zal in zijn handen klappen en over haar fluiten en zeggen: Is dit niet de stad die vol zegen en vol goede dingen was?
Zo heeft God haar dus gemaakt om de slechtheid van wie in haar wonen.

Wee haar!
Want zij verhief haar hart en stak haar hoofd omhoog en rekte haar hals uit, totdat God haar vernederde in het stof van de aarde.
En om de hoogmoed van wie in haar wonen, is zij een woestenij geworden, en doorn en distel zijn op haar opgeschoten.
En zij werd een wildernis en een puinhoop, en zij werd een dorre en verlaten plek, en ook de wilde dieren wonen in haar.
En zij werd een verschrikking voor wie langs haar trekken, want de toorn van God is op haar gevallen, en zij heeft gedronken uit de beker van Zijn toorn, om de hoogmoed van haar hart en om de slechtheid van wie in haar wonen.

Download hoofdstuk als tekstbestand