Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
1 Kronieken 3
Het koningshuis van David
De zonen van David
Dit zijn de zonen van David die in Hebron geboren werden.
De oudste was Amnon, zijn moeder was Ahinoam uit Jizreël.
De tweede was Daniël, zijn moeder was Abigaïl uit Karmel.
De oudste was Amnon, zijn moeder was Ahinoam uit Jizreël.
De tweede was Daniël, zijn moeder was Abigaïl uit Karmel.
De derde was Absalom, zijn moeder was Maächa, de dochter van Thalmai, de koning van Gesur.
De vierde was Adonia, de zoon van Haggith.
De vierde was Adonia, de zoon van Haggith.
De vijfde was Sefatja, zijn moeder was Abital.
De zesde was Jithream, zijn moeder was Egla, de vrouw van David.
De zesde was Jithream, zijn moeder was Egla, de vrouw van David.
Deze zes werden in Hebron geboren.
Daar regeerde David zeven jaar en zes maanden, en in Jeruzalem regeerde hij 33 jaar.
Daar regeerde David zeven jaar en zes maanden, en in Jeruzalem regeerde hij 33 jaar.
In Jeruzalem kreeg hij Simea, Sobab, Nathan en Salomo.
Deze vier kreeg hij bij Bath-Sua, de dochter van Ammiël.
Deze vier kreeg hij bij Bath-Sua, de dochter van Ammiël.
Verder kreeg hij Jibchar, Elisama, Elifelet,
Nogah, Nefeg, Jafia,
Elisama, Eljada en Elifelet: negen zonen.
Dat waren allemaal zonen van David.
Daarnaast had hij nog zonen bij zijn bijvrouwen.
Thamar was hun zus.
Daarnaast had hij nog zonen bij zijn bijvrouwen.
Thamar was hun zus.
De koningen na Salomo
De zoon van Salomo was Rehabeam.
Zijn zoon was Abia, diens zoon was Asa, en diens zoon was Josafat.
Zijn zoon was Abia, diens zoon was Asa, en diens zoon was Josafat.
Daarna volgden Joram, Ahazia en Joas.
Daarna volgden Amazia, Azaria en Jotham.
Daarna volgden Achaz, Hizkia en Manasse.
Daarna volgden Amon en Josia.
De zonen van Josia waren Johanan, de oudste, daarna Jojakim, daarna Zedekia en daarna Sallum.
De zoon van Jojakim was Jechonia, en diens zoon was Zedekia.
De nakomelingen na de ballingschap
De zoon van Jechonia, die gevangen weggevoerd was, was Sealthiël.
Verder had Jechonia nog Malchiram, Pedaja, Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.
De zonen van Pedaja waren Zerubbabel en Simeï.
De zonen van Zerubbabel waren Mesullam en Hananja.
Selomith was hun zus.
De zonen van Zerubbabel waren Mesullam en Hananja.
Selomith was hun zus.
Verder had Zerubbabel nog vijf kinderen: Hasuba, Ohel, Berechja, Hasadja en Jusabhesed.
De zonen van Hananja waren Pelatja en Jesaja.
Verder waren er de families van Refaja, Arnan, Obadja en Sechanja.
Verder waren er de families van Refaja, Arnan, Obadja en Sechanja.
De zoon van Sechanja was Semaja.
De zonen van Semaja waren Hattus, Jigeal, Bariah, Nearja en Safat: zes in totaal.
De zonen van Semaja waren Hattus, Jigeal, Bariah, Nearja en Safat: zes in totaal.
De zonen van Nearja waren Eljoënai, Hizkia en Azrikam: drie in totaal.
De zonen van Eljoënai waren Hodajeva, Eljasib, Pelaja, Akkub, Johanan, Delaja en Anani: zeven in totaal.