Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
1 Kronieken 24
De groepen van de priesters
De verdeling door het lot
Dit zijn de groepen van de nakomelingen van Aäron.
De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Ithamar.
De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Ithamar.
Nadab en Abihu stierven nog tijdens het leven van hun vader, en zij hadden geen zonen.
Daarom deden Eleazar en Ithamar het priesterwerk.
Daarom deden Eleazar en Ithamar het priesterwerk.
David deelde hen in naar hun taak in de dienst, samen met Zadok uit de familie van Eleazar en Abimelech uit de familie van Ithamar.
Bij de indeling bleken er onder de nakomelingen van Eleazar meer familiehoofden te zijn dan onder die van Ithamar.
Uit Eleazar kwamen zestien familiehoofden en uit Ithamar acht.
Uit Eleazar kwamen zestien familiehoofden en uit Ithamar acht.
Zij werden door loting ingedeeld, de een naast de ander.
Onder de nakomelingen van Eleazar en van Ithamar waren namelijk leiders van het heiligdom en leiders in de dienst van God.
Onder de nakomelingen van Eleazar en van Ithamar waren namelijk leiders van het heiligdom en leiders in de dienst van God.
Semaja, de zoon van Nethaneël, een Levitische schrijver, schreef hen op.
Daarbij waren de koning en de leiders, de priester Zadok, Achimelech, de zoon van Abjathar, en de familiehoofden van priesters en Levieten.
Telkens werd er één familie voor Eleazar genomen en één voor Ithamar.
Daarbij waren de koning en de leiders, de priester Zadok, Achimelech, de zoon van Abjathar, en de familiehoofden van priesters en Levieten.
Telkens werd er één familie voor Eleazar genomen en één voor Ithamar.
De vierentwintig groepen
Het eerste lot viel op Jojarib, het tweede op Jedaja,
het derde op Harim, het vierde op Seorim,
het vijfde op Malchia, het zesde op Mijamin,
het zevende op Hakkoz, het achtste op Abia,
het negende op Jesua, het tiende op Sechanja,
het elfde op Eljasib, het twaalfde op Jakim,
het dertiende op Huppa, het veertiende op Jesebeab,
het vijftiende op Bilga, het zestiende op Immer,
het zeventiende op Hezir, het achttiende op Happizzes,
het negentiende op Petahja, het twintigste op Jehezkel,
het eenentwintigste op Jachin, het tweeëntwintigste op Gamul,
het drieëntwintigste op Delaja en het vierentwintigste op Maäzja.
Zo was hun taak geregeld wanneer zij het huis van de HEERE binnengingen.
Dat ging volgens de regel die hun voorvader Aäron gegeven had, zoals de HEERE, de God van Israël, hem geboden had.
Dat ging volgens de regel die hun voorvader Aäron gegeven had, zoals de HEERE, de God van Israël, hem geboden had.
De overige Levieten
Van de overige Levieten waren dit de hoofden.
Uit de familie Amram was dat Subael, en uit de zonen van Subael Jechdeja.
Uit de familie Amram was dat Subael, en uit de zonen van Subael Jechdeja.
Uit de familie Rehabja was Jissia het hoofd.
Uit de familie Jizhar was dat Selomoth, en uit de zonen van Selomoth Jahath.
Uit de familie Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziël de derde en Jekameam de vierde.
Uit de familie Uzziël was dat Micha, en uit de zonen van Micha Samir.
De broer van Micha was Jissia, en uit de zonen van Jissia was dat Zecharja.
De zonen van Merari waren Maheli en Musi.
De zoon van Jaazia was Beno.
De zoon van Jaazia was Beno.
De zonen van Merari via Jaazia waren Beno, Soham, Zakkur en Hibri.
De zoon van Maheli was Eleazar, en die had geen kinderen.
De zoon van Kis was Jerahmeël.
De zonen van Musi waren Maheli, Eder en Jeremoth.
Dit zijn de Levieten, ingedeeld naar hun families.
Dit zijn de Levieten, ingedeeld naar hun families.
Ook zij wierpen het lot, net als hun verwanten, de nakomelingen van Aäron.
Dat gebeurde in het bijzijn van koning David, Zadok, Achimelech en de familiehoofden van de priesters en de Levieten.
Voor het oudste hoofd gold dezelfde regel als voor zijn jongste broer.
Dat gebeurde in het bijzijn van koning David, Zadok, Achimelech en de familiehoofden van de priesters en de Levieten.
Voor het oudste hoofd gold dezelfde regel als voor zijn jongste broer.