Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

1 Korintiërs 12

Veel gaven, één lichaam

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Gaven van dezelfde Geest
Broeders, over de geestelijke gaven wil ik jullie niet in het ongewisse laten.
Jullie weten dat jullie bij de volken hoorden.
Jullie werden meegetrokken naar stomme afgoden.
Daarom maak ik jullie dit bekend: niemand die door de Geest van God spreekt, zegt dat Jezus vervloekt is.
En niemand kan zeggen dat Jezus de Heere is, behalve door de Heilige Geest.
Er zijn verschillende gaven, maar het is dezelfde Geest.
Er zijn verschillende diensten, maar het is dezelfde Heere.
Er zijn verschillende werkingen, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt.
Aan ieder wordt de Geest zichtbaar gegeven, tot nut van iedereen.
Aan de een geeft de Geest een woord van wijsheid, aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest.
Aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan weer een ander gaven om te genezen, door die ene Geest.
Aan een ander geeft Hij kracht om wonderen te doen, aan een ander profetie en aan een ander onderscheid van geesten.
Weer een ander krijgt verschillende talen, en een ander de uitleg daarvan.
Dit alles werkt die ene en dezelfde Geest.
Hij deelt aan ieder afzonderlijk uit, zoals Hij wil.
Het lichaam en zijn delen
Het lichaam is één en heeft toch veel delen.
Al die delen samen vormen één lichaam.
Zo is het ook met Christus.
Wij zijn immers allemaal door één Geest tot één lichaam gedoopt: Joden en Grieken, slaven en vrijen.
En wij zijn allemaal met één Geest gedrenkt.
Het lichaam bestaat ook niet uit één deel, maar uit veel delen.
Stel dat de voet zei: Ik ben de hand niet, dus ik hoor niet bij het lichaam.
Hoort hij daarom niet bij het lichaam?
En stel dat het oor zei: Ik ben het oog niet, dus ik hoor niet bij het lichaam.
Hoort het daarom niet bij het lichaam?
Als het hele lichaam oog was, waar bleef dan het gehoor?
Als het hele lichaam gehoor was, waar bleef dan de reuk?
Maar God heeft de lichaamsdelen een plaats gegeven, ieder afzonderlijk, zoals Hij het wilde.
Waren zij allemaal één deel, waar bleef dan het lichaam?
Nu zijn er veel delen, maar is er één lichaam.
Het oog kan niet tegen de hand zeggen: Ik heb je niet nodig.
Het hoofd kan dat ook niet zeggen tegen de voeten.
Integendeel: juist de delen die het zwakst lijken, zijn onmisbaar.
De delen die wij het minst eervol vinden, geven wij juist extra eer.
Wat wij liever bedekken, behandelen wij extra netjes.
Wat er goed uitziet heeft dat niet nodig.
God heeft het lichaam zo samengesteld dat wat tekortkomt extra eer krijgt.
Zo is er geen verdeeldheid in het lichaam en zorgen de delen gelijk voor elkaar.
Lijdt één deel, dan lijden alle delen mee.
Wordt één deel geëerd, dan zijn alle delen mee blij.
Jullie zijn het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk een deel daarvan.
God heeft in de gemeenschap mensen aangesteld: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars.
Verder krachten, gaven om te genezen, hulp, leiding en verschillende talen.
Zijn zij allemaal apostelen?
Zijn zij allemaal profeten?
Zijn zij allemaal leraars?
Doen zij allemaal wonderen?
Hebben zij allemaal gaven om te genezen?
Spreken zij allemaal in talen?
Leggen zij allemaal uit?
Streef naar de beste gaven.
En ik wijs jullie een weg die nog veel beter is.

Download hoofdstuk als tekstbestand