Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

1 Koningen 3

Salomo vraagt om wijsheid

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
De droom in Gibeon
Salomo werd verwant met Farao, de koning van Egypte.
Hij trouwde met de dochter van Farao en bracht haar naar de stad van David.
Daar bleef zij tot hij klaar was met de bouw van zijn paleis, het huis van de HEERE en de muur rond Jeruzalem.
Maar het volk offerde nog op de hoogten, want er was tot die tijd nog geen huis gebouwd voor de naam van de HEERE.
Salomo hield van de HEERE en leefde naar de verordeningen van zijn vader David.
Alleen offerde hij ook op de hoogten en liet daar reukwerk in rook opgaan.
De koning ging naar Gibeon om daar te offeren, want dat was de belangrijkste hoogte.
Op dat altaar bracht Salomo duizend brandoffers.
In Gibeon verscheen de HEERE 's nachts in een droom aan Salomo.
God zei: Vraag wat ik je moet geven.
Salomo zei: U hebt Uw dienaar David, mijn vader, grote goedheid bewezen, omdat hij in trouw, gerechtigheid en met een oprecht hart met U leefde.
U hebt hem die grote goedheid blijven bewijzen.
U hebt hem een zoon gegeven die vandaag op zijn troon zit.

Nu dan, HEERE, mijn God, U hebt Uw dienaar koning gemaakt in de plaats van mijn vader David.
Maar ik ben nog jong, en ik weet niet hoe ik moet leiden.

Uw dienaar staat midden in Uw volk, dat U gekozen hebt.
Het is een groot volk, zo talrijk dat het niet te tellen is.

Geef Uw dienaar daarom een opmerkzaam hart, om Uw volk recht te spreken en onderscheid te maken tussen goed en kwaad.
Want wie kan dit grote volk van U rechtspreken?

Het was goed in de ogen van de HEERE dat Salomo hierom gevraagd had.
God zei tegen hem: Je hebt hierom gevraagd.
Je hebt niet om een lang leven gevraagd, niet om rijkdom en niet om de dood van je vijanden.
Maar je hebt gevraagd om inzicht om recht te spreken.

Kijk, ik doe wat je gevraagd hebt.
Ik geef je een wijs en verstandig hart.
Niemand vóór jou was zoals jij, en ook na jou zal er niemand zijn zoals jij.

Ook geef ik je wat je niet gevraagd hebt: rijkdom en eer.
Zolang je leeft, zal er onder de koningen niemand zijn zoals jij.

Ga in mijn wegen en houd je aan mijn verordeningen en geboden, zoals je vader David deed.
Dan zal ik je een lang leven geven.

Toen werd Salomo wakker, en zie, het was een droom.
Hij ging naar Jeruzalem en stond voor de ark van het verbond van de HEERE.
Hij bracht brandoffers en dankoffers en gaf een maaltijd voor al zijn dienaren.
Het wijze oordeel van Salomo
Toen kwamen er twee vrouwen bij de koning, prostituees.
Zij gingen voor hem staan.
De ene vrouw zei: Ach, mijn heer, deze vrouw en ik wonen in hetzelfde huis.
Toen zij bij mij in huis was, heb ik een kind gekregen.

Drie dagen na mijn bevalling kreeg deze vrouw ook een kind.
Wij waren samen.
Er was niemand anders bij ons in huis, alleen wij tweeën.

's Nachts is de zoon van deze vrouw gestorven, omdat zij op hem was gaan liggen.
Midden in de nacht stond zij op en nam mijn zoon bij mij weg, terwijl uw dienares sliep.
Zij legde hem in haar armen, en haar dode zoon legde zij in mijn armen.

Toen ik 's morgens opstond om mijn zoon de borst te geven, was hij dood.
Maar toen ik 's morgens goed naar hem keek, zag ik dat het niet mijn zoon was, niet het kind dat ik gebaard had.

Maar de andere vrouw zei: Nee, de levende is mijn zoon, en de dode is jouw zoon.
Maar de eerste zei: Nee, de dode is jouw zoon, en de levende is mijn zoon.
Zo spraken zij voor de koning.
Toen zei de koning: De een zegt: Dit is mijn zoon, die leeft, en jouw zoon is dood.
En de ander zegt: Nee, jouw zoon is dood, en mijn zoon leeft.

De koning zei: Haal een zwaard.
Men bracht een zwaard bij de koning.
De koning zei: Snijd het levende kind in tweeën.
Geef de ene de helft en de andere de andere helft.

Maar de vrouw van wie het levende kind was, werd overmand door liefde voor haar zoon.
Zij zei tegen de koning: Ach, mijn heer, geef het levende kind aan haar, en dood het in geen geval!
Maar de ander zei: Het is niet van mij en niet van jou.
Snijd het maar door!

Toen antwoordde de koning: Geef het levende kind aan de eerste vrouw en dood het in geen geval.
Zij is zijn moeder.

Heel Israël hoorde van het oordeel dat de koning had geveld.
Zij kregen ontzag voor de koning, want zij zagen dat de wijsheid van God in hem was om recht te spreken.

Download hoofdstuk als tekstbestand