Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Spreuken 14

De weg die recht lijkt

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Wijsheid en dwaasheid
Een wijze vrouw bouwt haar huis, maar een dwaze breekt het met eigen handen af.
Wie eerlijk leeft, heeft ontzag voor de HEERE.
Wie kromme wegen gaat, veracht Hem.
In de mond van een dwaas zit een stok voor zijn eigen rug, maar de lippen van wijzen bewaren hen.
Zonder runderen is de voerbak schoon, maar door de kracht van een os is de opbrengst groot.
Een betrouwbare getuige liegt niet, maar een valse getuige blaast leugens uit.
Een spotter zoekt wijsheid en vindt die niet, maar voor iemand met inzicht is kennis makkelijk.
Ga weg bij een dwaas, want bij hem vind je geen woorden van kennis.
De wijsheid van een verstandig mens is dat hij zijn weg begrijpt, maar de dwaasheid van dwazen is bedrog.
Dwazen lachen om schuld, maar bij oprechte mensen is welwillendheid.
Het hart kent zijn eigen bittere verdriet, en een vreemde deelt niet in zijn blijdschap.
Het huis van goddelozen wordt verwoest, maar de tent van oprechte mensen zal bloeien.
Er is een weg die iemand recht lijkt, maar het eind ervan is de weg naar de dood.
Zelfs bij het lachen kan een hart pijn doen, en het eind van die vreugde is verdriet.
Wie in zijn hart afdwaalt, krijgt zijn eigen wegen terug, maar een goed mens krijgt terug wat hij deed.
Een onervaren mens gelooft alles, maar wie verstandig is, let op zijn stappen.
Een wijze is voorzichtig en blijft ver van het kwaad, maar een dwaas is driftig en zorgeloos.
Wie snel boos wordt, doet dwaze dingen, en wie kwade plannen smeedt, wordt gehaat.
Onervaren mensen erven dwaasheid, maar verstandige mensen worden met kennis gekroond.
Ontzag voor de HEERE
Slechte mensen moeten buigen voor goede, en goddelozen bij de poorten van rechtvaardigen.
Een arme wordt zelfs door zijn vriend gehaat, maar wie rijk is, heeft veel vrienden.
Wie op zijn naaste neerkijkt, zondigt.
Gelukkig is wie zich over de armen ontfermt.
Dwalen wie kwaad bedenken niet?
Maar trouw en liefde krijgen wie het goede bedenken.
Bij hard werken is er altijd winst, maar praten alleen brengt gebrek.
De kroon van wijzen is hun rijkdom, maar de dwaasheid van dwazen blijft dwaasheid.
Een betrouwbare getuige redt levens, maar wie leugens uitblaast, is een bedrieger.
In het ontzag voor de HEERE ligt een sterk vertrouwen.
Ook zijn kinderen vinden bij Hem een toevlucht.
Ontzag voor de HEERE is een bron van leven, om weg te blijven van de strikken van de dood.
Een groot volk is de glorie van een koning, maar zonder volk gaat een vorst ten onder.
Wie geduldig is, heeft veel inzicht, maar wie snel opvliegt, stapelt dwaasheid op.
Een rustig hart geeft het lichaam leven, maar jaloezie is verrotting in de botten.
Wie een arme onderdrukt, beledigt zijn Maker, maar wie zich over armen ontfermt, eert Hem.
Een goddeloze wordt door zijn eigen kwaad weggevaagd, maar een rechtvaardige vindt zelfs bij zijn dood een toevlucht.
Wijsheid rust in het hart van wie inzicht heeft, maar bij dwazen komt alles naar buiten.
Gerechtigheid maakt een volk groot, maar zonde is een schandvlek voor de volken.
Een koning is blij met een verstandige dienaar, maar hij wordt boos op wie schande maakt.

Download hoofdstuk als tekstbestand