Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Spreuken 10
De spreuken van Salomo
Rechtvaardig en goddeloos
De spreuken van Salomo.
Een wijze zoon maakt zijn vader blij, maar een dwaze zoon is het verdriet van zijn moeder.
Een wijze zoon maakt zijn vader blij, maar een dwaze zoon is het verdriet van zijn moeder.
Schatten die je onrechtvaardig verdient, helpen niet.
Maar rechtvaardigheid redt van de dood.
Maar rechtvaardigheid redt van de dood.
De HEERE laat rechtvaardige mensen geen honger lijden, maar de begeerte van goddelozen stoot Hij weg.
Een luie hand maakt arm, maar de hand van wie hard werkt, maakt rijk.
Wie in de zomer oogst, is een verstandige zoon.
Wie in de oogsttijd ligt te slapen, maakt schande.
Wie in de oogsttijd ligt te slapen, maakt schande.
Op het hoofd van de rechtvaardige rusten zegeningen, maar de mond van goddelozen verbergt geweld.
De herinnering aan een rechtvaardige is een zegen, maar de naam van goddelozen vergaat.
Wie wijs van hart is, neemt geboden aan, maar wie dwaas praat, komt ten val.
Wie eerlijk leeft, loopt veilig, maar wie kromme wegen gaat, wordt ontmaskerd.
Wie met zijn oog knipoogt, richt verdriet aan, en wie dwaas praat, komt ten val.
De mond van een rechtvaardige is een bron van leven, maar de mond van goddelozen verbergt geweld.
Haat roept ruzie op, maar liefde dekt alle overtredingen toe.
Op de lippen van een verstandige vind je wijsheid, maar op de rug van wie geen verstand heeft de stok.
Wijze mensen leggen kennis op, maar de mond van een dwaas brengt de ondergang dichtbij.
Het bezit van een rijke is zijn sterke stad, maar armoede is de ondergang van wie arm zijn.
Wat een rechtvaardige verdient, leidt tot leven.
Wat een goddeloze opbrengt, leidt tot zonde.
Wat een goddeloze opbrengt, leidt tot zonde.
Woorden die voeden
Wie zich laat opvoeden, gaat het pad naar het leven.
Wie terechtwijzing afwijst, brengt anderen op een dwaalspoor.
Wie terechtwijzing afwijst, brengt anderen op een dwaalspoor.
Wie haat verbergt, heeft valse lippen.
Wie kwaad rondstrooit, is een dwaas.
Wie kwaad rondstrooit, is een dwaas.
Waar veel woorden zijn, ontbreekt de overtreding niet.
Wie zijn lippen in bedwang houdt, is verstandig.
Wie zijn lippen in bedwang houdt, is verstandig.
De tong van een rechtvaardige is uitgelezen zilver.
Het hart van goddelozen is weinig waard.
Het hart van goddelozen is weinig waard.
De lippen van een rechtvaardige voeden velen, maar dwazen sterven door gebrek aan verstand.
De zegen van de HEERE maakt rijk, en Hij voegt er geen verdriet aan toe.
Voor een dwaas is schandelijk doen een spelletje, maar wijsheid hoort bij een man van inzicht.
Waar een goddeloze bang voor is, dat overkomt hem.
Wat rechtvaardigen verlangen, geeft God.
Wat rechtvaardigen verlangen, geeft God.
Als een storm voorbijtrekt, is de goddeloze weg, maar de rechtvaardige staat voor altijd vast.
Zoals azijn voor de tanden en rook voor de ogen, zo is een luiaard voor wie hem stuurt.
Ontzag voor de HEERE verlengt je dagen, maar de jaren van goddelozen worden korter.
De hoop van rechtvaardigen wordt blijdschap, maar de verwachting van goddelozen vergaat.
De weg van de HEERE is een vesting voor wie oprecht is, maar de ondergang van wie kwaad doen.
De rechtvaardige zal nooit wankelen, maar goddelozen zullen het land niet bewonen.
De mond van een rechtvaardige brengt wijsheid voort, maar een valse tong wordt afgesneden.
De lippen van een rechtvaardige weten wat goed valt, maar de mond van goddelozen alleen wat krom is.