Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Romeinen 7

De wet en de zonde

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Vrij van de wet
Broeders, weten jullie dit niet?
Ik spreek tegen mensen die de wet kennen.
De wet heerst over een mens zolang hij leeft.
Een getrouwde vrouw is door de wet gebonden aan haar man zolang hij leeft.
Als haar man sterft, is zij vrij van de wet die haar aan hem bond.
Gaat zij bij een andere man horen terwijl haar man leeft, dan heet zij een overspelige vrouw.
Maar als haar man gestorven is, is zij vrij van die wet.
Dan pleegt zij geen overspel als zij bij een ander gaat horen.
Zo zijn ook jullie gedood voor de wet, door het lichaam van Christus.
Nu horen jullie bij een Ander: bij Hem die uit de doden is opgewekt.
Zo dragen wij vrucht voor God.
Toen wij nog leefden zoals wij van onszelf zijn, werkten de zondige verlangens in ons.
De wet maakte die verlangens wakker en zij droegen vrucht voor de dood.
Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet.
Wij zijn gestorven aan wat ons gevangen hield.
Zo dienen wij God op de nieuwe manier van de Geest, niet op de oude manier van de letter.
Is de wet zonde?
Wat zullen wij dan zeggen?
Is de wet zonde?
Absoluut niet.
Toch leerde ik de zonde pas kennen door de wet.
Ik zou niet weten wat begeren was, als de wet niet zei: Je mag niet begeren.
De zonde greep haar kans door het gebod en wekte allerlei begeerte in mij op.
Zonder de wet is de zonde namelijk dood.
Vroeger leefde ik zonder de wet.
Maar toen het gebod kwam, werd de zonde levend en stierf ik.
Het gebod moest leven geven, maar bracht mij juist de dood.
De zonde greep haar kans door het gebod.
Zij misleidde mij en doodde mij daarmee.
De wet is dus heilig, en het gebod is heilig, rechtvaardig en goed.
Is het goede dan mijn dood geworden?
Absoluut niet.
De zonde heeft dat gedaan.
Zij gebruikte het goede en bracht mij de dood.
Zo werd zichtbaar hoe erg de zonde is, want door het gebod werd zij nog erger.
Het goede dat ik wil, doe ik niet
Wij weten dat de wet geestelijk is.
Maar ik ben een mens van vlees en bloed, verkocht aan de zonde.
Ik begrijp niet wat ik doe.
Wat ik wil, doe ik niet; wat ik haat, doe ik juist.
Doe ik wat ik niet wil, dan geef ik toe dat de wet goed is.
Dan doe ik het zelf niet meer, maar de zonde die in mij woont.
Ik weet dat er in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont.
Het willen zit wel in mij, maar het goede doen lukt niet.
Het goede dat ik wil, doe ik niet.
Het kwade dat ik niet wil, doe ik wel.
Doe ik wat ik niet wil, dan doe ik het zelf niet meer.
De zonde die in mij woont doet het.
Zo ontdek ik deze wet in mijzelf: als ik het goede wil doen, ligt het kwade vlakbij.
Diep vanbinnen vind ik vreugde in de wet van God.
Maar ik zie een andere wet in mij die daartegen vecht.
Die maakt mij gevangene van de wet van de zonde, die in mij werkt.
Wat ben ik een ellendig mens.
Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?
Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.
Met mijn verstand dien ik dus de wet van God, maar met mijn vlees de wet van de zonde.

Download hoofdstuk als tekstbestand