Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Romeinen 4

Abraham geloofde God

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Abraham en David
Wat zullen wij dan zeggen over Abraham, onze voorvader naar het vlees?
Wat heeft hij bereikt?
Als Abraham rechtvaardig verklaard is uit werken, dan heeft hij iets om over te roemen, maar niet bij God.
Wat zegt de Schrift?
Abraham geloofde God, en dat werd hem als gerechtigheid aangerekend.
Wie werkt, krijgt zijn loon niet uit genade, maar omdat hij er recht op heeft.
Maar wie niet werkt en gelooft in Hem die de goddeloze rechtvaardig verklaart, krijgt zijn geloof als gerechtigheid aangerekend.
Zo spreekt ook David de mens gelukkig aan wie God gerechtigheid toerekent zonder werken.
Hij zegt: Gelukkig zijn zij van wie het onrecht vergeven is en van wie de zonden bedekt zijn.
Gelukkig is de man aan wie de Heere de zonde niet toerekent.
Niet door de besnijdenis
Geldt dat geluk alleen voor de besnedene, of ook voor de onbesnedene?
Wij zeggen immers dat Abraham zijn geloof als gerechtigheid is aangerekend.
Hoe is het hem dan aangerekend?
Toen hij besneden was of toen hij nog onbesneden was?
Niet als besnedene, maar als onbesnedene.
Het teken van de besnijdenis kreeg hij als zegel van de gerechtigheid door het geloof, die hij als onbesnedene al had.
Zo werd hij de vader van alle onbesneden gelovigen, zodat ook hun de gerechtigheid wordt aangerekend.
Hij is ook de vader van de besnedenen, tenminste van wie niet alleen besneden zijn.
Zij gaan namelijk ook in de voetsporen van het geloof dat onze vader Abraham had toen hij nog onbesneden was.
De belofte dat hij de wereld zou erven, kreeg Abraham of zijn nageslacht niet door de wet.
Die kwam door de gerechtigheid van het geloof.
Als de mensen van de wet erfgenaam zijn, dan is het geloof zinloos en de belofte krachteloos.
Want de wet brengt toorn.
Waar geen wet is, is ook geen overtreding.
Daarom is de belofte uit het geloof, zodat zij naar genade is.
Zo staat zij vast voor het hele nageslacht.
Dat geldt niet alleen voor wie uit de wet leeft, maar ook voor wie leeft uit het geloof van Abraham.
Hij is de vader van ons allemaal.
Zo staat er geschreven: Ik heb je gemaakt tot vader van veel volken.
Dat geldt voor God, in wie hij geloofde, die de doden levend maakt en roept wat niet bestaat, alsof het bestond.
Sterk in het geloof
Tegen alle hoop in bleef Abraham hopen en geloven dat hij vader van veel volken zou worden.
Er was immers gezegd: Zo talrijk zal je nageslacht zijn.
Zijn geloof werd niet zwak.
Hij keek wel naar zijn eigen lichaam, dat al versleten was, want hij was ongeveer honderd jaar.
Ook zag hij dat Sara geen kinderen meer kon krijgen.
Toch twijfelde hij niet aan de belofte van God door ongeloof.
Hij werd juist sterk in het geloof en gaf God de eer.
Hij was er helemaal van overtuigd dat God kan doen wat Hij belooft.
Daarom is het hem ook als gerechtigheid aangerekend.
Dat het hem aangerekend is, staat niet alleen om hem geschreven.
Het staat er ook om ons.
Ook aan ons wordt het aangerekend, als wij geloven in Hem die Jezus, onze Heere, uit de doden heeft opgewekt.
Hij is overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardiging.

Download hoofdstuk als tekstbestand