Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV
Oude Testament
Psalmen 53
De dwaas zegt: er is geen God
Wie is er verstandig?
Een lied van David om van te leren, voor de koorleider, op de wijs van Machalat.
De dwaas zegt bij zichzelf: Er is geen God.
Ze zijn verdorven en doen afschuwelijk onrecht.
Er is niemand die goed doet.
Ze zijn verdorven en doen afschuwelijk onrecht.
Er is niemand die goed doet.
God kijkt uit de hemel neer op de mensen.
Hij wil zien of er iemand verstandig is, iemand die God zoekt.
Hij wil zien of er iemand verstandig is, iemand die God zoekt.
Allemaal zijn ze afgedwaald, samen zijn ze bedorven.
Er is niemand die goed doet, zelfs niet één.
Er is niemand die goed doet, zelfs niet één.
Hebben ze dan geen inzicht, die onrecht doen?
Ze eten het volk van God op alsof het brood is.
God roepen ze niet aan.
Ze eten het volk van God op alsof het brood is.
God roepen ze niet aan.
Daar werden ze bang, banger dan ooit, terwijl er niets te vrezen was.
Want God verstrooide de botten van wie jou belegerde.
Jij maakte hen te schande, want God heeft hen afgewezen.
Want God verstrooide de botten van wie jou belegerde.
Jij maakte hen te schande, want God heeft hen afgewezen.
Kwam de redding voor Israël maar uit Sion!
Als God het lot van Zijn volk keert, zal Jakob juichen en Israël blij zijn.
Als God het lot van Zijn volk keert, zal Jakob juichen en Israël blij zijn.