Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Psalmen 22

Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Ik ben een worm en geen mens
Een psalm van David, voor de koorleider, op de wijs van De hinde van de dageraad.
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?
U bent ver van mijn redding, ver van mijn schreeuwen.

Mijn God, ik roep overdag, maar U antwoordt niet.
Ik roep 's nachts, maar ik vind geen rust.

Toch bent U heilig.
U troont op de lofzangen van Israël.

Op U hebben onze vaderen vertrouwd.
Zij vertrouwden en U hebt hen gered.

Zij riepen tot U en zij werden bevrijd.
Op U vertrouwden zij en zij werden niet beschaamd.

Maar ik ben een worm en geen mens.
Ik word bespot door mensen en veracht door het volk.

Iedereen die mij ziet, lacht om mij.
Zij trekken een grimas en schudden hun hoofd.
Zij zeggen:
Hij heeft het bij de HEERE neergelegd.
Laat die hem redden.
Laat die hem bevrijden, want Hij houdt toch van hem.

U bent het toch die mij uit de buik gehaald hebt.
U liet mij veilig zijn aan de borst van mijn moeder.

Vanaf mijn geboorte ben ik op U geworpen.
Vanaf de buik van mijn moeder bent U mijn God.

Blijf dan niet ver van mij, want de nood is dichtbij en er is geen helper.
Zij verdelen mijn kleren
Veel stieren hebben mij omsingeld.
Sterke stieren van Basan hebben mij omringd.

Zij sperren hun muil tegen mij open, als een brullende leeuw die verscheurt.
Ik ben uitgegoten als water.
Al mijn botten zijn ontwricht.
Mijn hart is als was; het is gesmolten in mijn binnenste.

Mijn kracht is opgedroogd als een potscherf.
Mijn tong kleeft aan mijn gehemelte.
U legt mij in het stof van de dood.

Want honden hebben mij omsingeld.
Een bende boosdoeners heeft mij omringd.
Zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord.

Ik kan al mijn botten tellen.
Zij kijken toe en staren mij aan.

Zij verdelen mijn kleren onder elkaar.
Over mijn mantel werpen zij het lot.

Maar U, HEERE, blijf niet ver.
Mijn kracht, kom mij snel te hulp.

Red mijn leven van het zwaard, mijn kostbare leven uit de macht van de hond.
Verlos mij uit de muil van de leeuw.
U hebt mij geantwoord van tussen de hoorns van de wilde stieren.

Ik zal Uw naam vertellen
Dan zal ik Uw naam vertellen aan mijn volksgenoten.
Midden in de grote kring zal ik U prijzen.

Jullie die ontzag hebben voor de HEERE, prijs Hem!
Heel het nageslacht van Jakob, eer Hem!
Heb ontzag voor Hem, heel het nageslacht van Israël!

Want Hij heeft de ellende van de arme niet veracht en niet verafschuwd.
Hij heeft Zijn gezicht niet voor hem verborgen.
Toen hij tot Hem riep, hoorde Hij het.

Over U gaat mijn lofzang in de grote menigte.
Mijn beloften zal ik nakomen bij wie ontzag voor Hem hebben.

De armen zullen eten en verzadigd worden.
Wie de HEERE zoeken, zullen Hem prijzen.
Jullie hart zal voor altijd leven.

Alle einden van de aarde zullen eraan denken en zich tot de HEERE keren.
Alle families van de volken zullen zich voor U buigen.

Want het koningschap is van de HEERE.
Hij heerst over de volken.

Alle rijken van de aarde zullen eten en zich buigen.
Voor Hem zullen allen knielen die naar het stof afdalen, ook wie zijn eigen leven niet in stand kan houden.

Het nageslacht zal Hem dienen.
Er zal over de Heer verteld worden aan komende geslachten.

Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid verkondigen aan een volk dat nog geboren wordt.
Want Hij heeft het gedaan.

Download hoofdstuk als tekstbestand