Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Psalmen 132

Sta op, HEERE, naar Uw rustplaats

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 2 minuten
De eed van David
Een pelgrimslied.
HEERE, denk aan David, aan al zijn moeite.

Hij heeft de HEERE gezworen, hij heeft een gelofte gedaan aan de Machtige van Jakob:
Ik zal mijn huis niet binnengaan, ik zal niet op mijn bed gaan liggen,
ik zal mijn ogen geen slaap gunnen, mijn oogleden geen sluimer,
totdat ik een plaats voor de HEERE gevonden heb, een woning voor de Machtige van Jakob.
Wij gaan Zijn woning binnen
Kijk, wij hoorden ervan in Efratha.
Wij vonden haar in de velden van Jaär.

Laten wij Zijn woning binnengaan.
Laten wij ons buigen voor de voetbank van Zijn voeten.

Sta op, HEERE, naar Uw rustplaats, U en de ark van Uw kracht.
Laat Uw priesters bekleed worden met gerechtigheid.
Laat wie U trouw zijn juichen.

Wijs Uw gezalfde niet af, om David, Uw dienaar.
De eed van de HEERE
De HEERE heeft David de waarheid gezworen, en Hij zal daar niet van afwijken: Een zoon uit je eigen lichaam zal ik op je troon zetten.
Als je zonen mijn verbond houden en mijn getuigenissen die ik hun leren zal, dan zullen ook hun zonen voor altijd op je troon zitten.
Want de HEERE heeft Sion uitgekozen.
Hij wilde daar wonen en zei:
Dit is mijn rustplaats voor altijd.
Hier zal ik wonen, want dat wilde ik.

Ik zal haar voorraad rijk zegenen.
Haar armen zal ik met brood verzadigen.

Haar priesters zal ik bekleden met redding, en wie haar trouw zijn zullen luid juichen.
Daar zal ik voor David een hoorn laten opkomen.
Ik heb voor mijn gezalfde een lamp klaargezet.

Zijn vijanden zal ik bekleden met schaamte, maar op zijn hoofd zal zijn kroon bloeien.

Download hoofdstuk als tekstbestand