Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Psalmen 106

Wij hebben gezondigd, net als onze voorouders

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 5 minuten
Denk aan mij, HEERE
Halleluja.
Loof de HEERE, want Hij is goed, want Zijn trouw duurt voor altijd.

Wie kan de machtige daden van de HEERE navertellen?
Wie kan al Zijn lof verkondigen?

Gelukkig zijn zij die het recht bewaren, die altijd doen wat rechtvaardig is.
Denk aan mij, HEERE, met de goedheid die U voor Uw volk hebt.
Zie naar mij om met Uw redding,
zodat ik het goede zie van wie U koos, mij verheug met de vreugde van Uw volk en mij beroem samen met Uw eigen bezit.
Bij de Schelfzee en in de woestijn
Wij hebben gezondigd, net als onze voorouders.
Wij hebben verkeerd gedaan, wij hebben slecht gehandeld.

Onze voorouders in Egypte letten niet op Uw wonderen.
Zij dachten niet aan Uw grote trouw, maar waren opstandig bij de zee, bij de Schelfzee.

Toch verloste Hij hen om Zijn naam, om Zijn kracht bekend te maken.
Hij bedreigde de Schelfzee, zodat zij droogviel.
Hij liet hen door de diepte gaan als door een woestijn.

Hij verloste hen uit de hand van wie hen haatte.
Hij bevrijdde hen uit de hand van de vijand.

Het water bedekte hun tegenstanders.
Niet één van hen bleef over.

Toen geloofden zij Zijn woorden.
Zij zongen Zijn lof.

Maar zij vergaten Zijn daden al snel.
Zij wachtten Zijn raad niet af.

In de woestijn werden zij hebberig.
In de wildernis daagden zij God uit.

Toen gaf Hij hun wat zij vroegen, maar Hij maakte hen ook mager van binnen.
In het kamp werden zij jaloers op Mozes en op Aäron, de heilige van de HEERE.
De aarde ging open en verslond Dathan.
Zij bedekte de groep van Abiram.

Een vuur brandde in hun groep.
Een vlam verbrandde de goddelozen.

Bij de Horeb maakten zij een kalf.
Zij bogen voor een gegoten beeld.

Zij ruilden hun Eer in voor het beeld van een stier die gras eet.
Zij vergaten God, hun Redder, die grote dingen had gedaan in Egypte,
wonderen in het land van Cham, ontzagwekkende daden bij de Schelfzee.
Daarom zei Hij dat Hij hen zou vernietigen.
Maar Mozes, die Hij had uitgekozen, ging voor Hem in de bres staan om Zijn woede af te wenden, zodat Hij hen niet vernietigde.

Zij versmaadden het mooie land
Zij versmaadden ook het mooie land.
Zij geloofden Zijn woord niet.

Zij mopperden in hun tenten.
Naar de stem van de HEERE luisterden zij niet.

Daarom hief Hij Zijn hand tegen hen op en zwoer dat Hij hen zou laten vallen in de woestijn,
dat Hij hun nakomelingen zou laten vallen tussen de volken en hen zou verstrooien over de landen.
Zij bonden zich ook aan Baäl-peor en aten van offers voor de doden.
Zo maakten zij de Heere boos met wat zij deden, en er brak een plaag onder hen uit.
Toen stond Pinehas op en sprak recht, en de plaag hield op.
Dat is hem gerekend als gerechtigheid, van geslacht op geslacht, voor altijd.
Bij het water van Meriba maakten zij Hem heel boos, en het liep slecht af met Mozes door hun schuld.
Want zij maakten zijn geest bitter, zodat hij ondoordachte woorden sprak.
Vermengd met de volken
Zij vernietigden de volken niet die de HEERE hun genoemd had.
In plaats daarvan vermengden zij zich met de volken en leerden hun gewoonten.
Zij dienden hun afgoden, en die werden een val voor hen.
Zij offerden zelfs hun zonen en hun dochters aan de demonen.
Zij vergoten onschuldig bloed, het bloed van hun zonen en dochters, dat zij offerden aan de afgoden van Kanaän.
Zo raakte het land ontheiligd door die bloedschuld.

Zij maakten zich onrein door wat zij deden.
Met hun daden waren zij ontrouw.

Daarom ontstak de toorn van de HEERE tegen Zijn volk.
Hij kreeg een afkeer van Zijn eigen bezit.

Hij gaf hen over in de hand van de volken.
Wie hen haatten, heersten over hen.

Hun vijanden onderdrukten hen.
Zij werden vernederd onder hun hand.

Vaak heeft Hij hen gered, maar zij tergden Hem met hun eigen plannen en raakten uitgeput door hun eigen schuld.
Toch zag Hij hun nood
Toch zag Hij hun nood aan, toen Hij hun schreeuw hoorde.
Hij dacht aan Zijn verbond, hun ten goede.
Hij kreeg spijt om Zijn grote trouw.

Hij gaf hun ontferming bij allen die hen gevangen hielden.
Verlos ons, HEERE, onze God, en breng ons bijeen uit de volken, zodat wij Uw heilige naam loven en ons beroemen op Uw lof.
Geprezen zij de HEERE, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Laat het hele volk zeggen: Amen.
Halleluja.

Download hoofdstuk als tekstbestand