Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Oude Testament

Psalmen 104

Hoe groot zijn Uw werken

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
U hebt de aarde vastgezet
Loof de HEERE, mijn ziel.
HEERE, mijn God, U bent heel groot.
U bent gekleed in majesteit en pracht.

Hij hult Zich in licht als in een mantel.
Hij spant de hemel uit als een tentdoek.

Hij bouwt Zijn bovenzalen op het water.
Hij maakt de wolken tot Zijn wagen.
Hij gaat op de vleugels van de wind.

Hij maakt Zijn engelen tot geesten, Zijn dienaren tot vlammend vuur.
Hij heeft de aarde op haar pijlers gezet; zij zal nooit wankelen.
U had haar met de oervloed bedekt als met een kleed.
Het water stond boven de bergen.

Voor Uw dreigen vluchtten zij weg.
Voor het geluid van Uw donder haastten zij zich.

Bergen rezen op, dalen zakten weg, naar de plaats die U voor hen had bepaald.
U hebt een grens gesteld die zij niet zullen overschrijden.
Nooit meer zullen zij de aarde bedekken.

Water voor alles wat leeft
Hij stuurt bronnen door de dalen; tussen de bergen stromen zij verder.
Zij geven alle dieren van het veld te drinken.
Wilde ezels lessen er hun dorst.

Bij dat water wonen de vogels van de hemel; tussen de takken laten zij hun stem horen.
Vanuit Zijn bovenzalen geeft Hij de bergen water.
Van de vrucht van Uw werk wordt de aarde verzadigd.

Hij laat gras opkomen voor het vee en planten voor de mens om te verbouwen, zodat er brood uit de aarde komt,
en wijn, die het hart van de mens blij maakt, en olie, die zijn gezicht doet glanzen, en brood, dat het hart van de mens sterk maakt.
De bomen van de HEERE krijgen genoeg, de ceders van de Libanon, die Hij geplant heeft.
Daar nestelen de vogels.
De ooievaar heeft zijn huis in de dennen.

De hoge bergen zijn voor de steenbokken, de rotsen zijn een schuilplaats voor de klipdassen.
De maan voor de vaste tijden
Hij heeft de maan gemaakt voor de vaste tijden.
De zon weet wanneer zij ondergaat.

U brengt de duisternis en het wordt nacht.
Dan komen alle dieren van het bos naar buiten.

De jonge leeuwen brullen om een prooi en vragen zo hun voedsel van God.
Gaat de zon op, dan trekken zij zich terug en gaan liggen in hun holen.
Dan gaat de mens naar buiten, naar zijn werk, en werkt tot de avond.
Hoe groot zijn Uw werken, HEERE.
U hebt ze alle met wijsheid gemaakt.
De aarde is vol van Uw rijkdom.

Daar is de zee, groot en wijd.
Daarin wemelt het van dieren zonder getal, kleine en grote.

Daar varen de schepen, en de Leviathan, die U gevormd hebt om erin te spelen.
Zij allen wachten op U
Zij allen wachten op U, dat U hun voedsel geeft op de juiste tijd.
Geeft U het hun, dan rapen zij het op.
Opent U Uw hand, dan worden zij verzadigd met het goede.

Verbergt U Uw gezicht, dan schrikken zij.
Neemt U hun adem weg, dan sterven zij en keren terug tot stof.

Zendt U Uw Geest, dan worden zij geschapen.
Zo maakt U het gezicht van de aarde weer nieuw.

De majesteit van de HEERE duurt voor altijd.
Laat de HEERE Zich verheugen in Zijn werken.

Kijkt Hij naar de aarde, dan beeft zij.
Raakt Hij de bergen aan, dan roken zij.

Ik zal voor de HEERE zingen zolang ik leef.
Ik zal voor mijn God zingen zolang ik er ben.

Mijn overdenking van Hem zal zoet zijn.
Ik zal blij zijn in de HEERE.

Laat de zondaars van de aarde verdwijnen en laat er geen goddelozen meer zijn.
Loof de HEERE, mijn ziel.
Halleluja.

Download hoofdstuk als tekstbestand