Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Openbaring 14

Het Lam en de oogst

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
Het nieuwe lied op de berg Sion
Toen zag ik het Lam op de berg Sion staan, en met Hem honderdvierenveertigduizend mensen.
Zij hadden de Naam van Zijn Vader op hun voorhoofd geschreven.
En ik hoorde een stem uit de hemel, als het geluid van veel water en als het geluid van een zware donderslag.
Ik hoorde ook citerspelers op hun citers spelen.
Zij zongen een nieuw lied voor de troon, voor de vier wezens en voor de oudsten.
Niemand kon dat lied leren, behalve de honderdvierenveertigduizend die van de aarde gekocht waren.
Dit zijn de mensen die zich niet met vrouwen bevlekt hebben, want zij zijn rein.
Zij volgen het Lam waar Het ook heen gaat.
Zij zijn uit de mensen gekocht als eerstelingen voor God en het Lam.
In hun mond is geen leugen gevonden.
Zij zijn onberispelijk voor de troon van God.
Drie engelen met een boodschap
Toen zag ik een andere engel hoog aan de hemel vliegen.
Hij had het eeuwige evangelie om te verkondigen aan wie op de aarde wonen, aan elke natie, stam, taal en volk.
Hij zei met luide stem: Heb ontzag voor God en geef Hem de eer, want het uur van Zijn oordeel is gekomen.
Aanbid Hem die de hemel, de aarde, de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.

Er volgde een andere engel, die zei: Gevallen, gevallen is Babylon, de grote stad.
Zij heeft alle volken laten drinken van de wijn van haar ontucht.

En een derde engel volgde hen en zei met luide stem: Aanbidt iemand het beest en zijn beeld?
Krijgt hij het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand?

Dan zal hij ook drinken van de wijn van de toorn van God, onverdund ingeschonken in de beker van Zijn toorn.
Hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel, waar de heilige engelen en het Lam bij zijn.

De rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid.
Dag en nacht hebben zij geen rust, wie het beest en zijn beeld aanbidden en wie het merkteken van zijn naam krijgt.

Hier is de volharding van de heiligen.
Hier zijn zij die de geboden van God bewaren en het geloof in Jezus.
En ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij: Schrijf op: gelukkig zijn de doden die in de Heere sterven.
Ja, zegt de Geest, zij mogen rusten van hun werk, want hun werken gaan met hen mee.

De oogst van de aarde
Toen zag ik een witte wolk.
Op die wolk zat Iemand die op een mensenzoon leek.
Hij had een gouden krans op Zijn hoofd en een scherpe zeis in Zijn hand.
Een andere engel kwam uit de tempel en riep met luide stem tegen Hem die op de wolk zat: Sla Uw zeis erin en maai.
Het uur om te maaien is gekomen, want de oogst van de aarde is rijp.

En Hij die op de wolk zat, sloeg Zijn zeis in de aarde, en de aarde werd gemaaid.
Er kwam nog een engel uit de tempel in de hemel, en ook hij had een scherpe zeis.
En er kwam een engel bij het altaar vandaan, die macht had over het vuur.
Hij riep luid tegen de engel met de scherpe zeis: Sla je zeis erin en snijd de trossen van de wijngaard van de aarde af.
De druiven zijn namelijk rijp.

De engel sloeg zijn zeis in de aarde en sneed de druiven van de wijngaard van de aarde af.
Hij gooide ze in de grote perskuip van de toorn van God.
De perskuip werd buiten de stad getreden.
Uit de perskuip kwam bloed, tot aan de tomen van de paarden, over een afstand van ongeveer driehonderd kilometer.

Download hoofdstuk als tekstbestand