Direct naar de inhoud

Nr
Origineel 1637
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
SV 1637
KT 1637
SV 1888
KT 1888
OV
OSV KT
Hebr/Grieks/Aram/Lat/Ge'ez
Verschillen SV-OV
Verschillen KT SV-OSV

Nieuwe Testament

Mattheüs 4

Jezus wordt verzocht en begint Zijn werk

ProeftekstGods Woord in begrijpelijke taal · ongeveer 4 minuten
De verzoeking in de woestijn
Toen leidde de Geest Jezus de woestijn in, om daar door de duivel op de proef te worden gesteld.
Jezus vastte 40 dagen en 40 nachten.
Daarna kreeg Hij honger.
De verleider kwam naar Hem toe en zei: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden moeten worden.
Maar Jezus antwoordde: Er staat geschreven: Een mens leeft niet alleen van brood, maar van elk woord dat uit Gods mond komt.
Daarna nam de duivel Hem mee naar de heilige stad en zette Hem op het hoogste punt van de tempel.
De duivel zei tegen Hem: Als U Gods Zoon bent, spring dan naar beneden.
Er staat immers geschreven: God zal Zijn engelen bevel geven om voor U te zorgen.
Zij zullen U op hun handen dragen, zodat U Uw voet nooit aan een steen stoot.

Jezus antwoordde hem: Er staat ook geschreven: Stel de Heere, uw God, niet op de proef.
Daarna nam de duivel Hem mee naar een zeer hoge berg.
Hij liet Hem alle koninkrijken van de wereld en hun pracht zien.
Hij zei tegen Hem: Ik geef U dit alles als U voor mij neerknielt en mij aanbidt.
Toen zei Jezus tegen hem: Ga weg, satan!
Want er staat geschreven: Aanbid de Heere, uw God, en dien Hem alleen.

Toen liet de duivel Hem met rust.
Er kwamen engelen naar Jezus toe en zij dienden Hem.
Jezus gaat in Kapernaüm wonen
Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, keerde Hij terug naar Galilea.
Hij verliet Nazareth en ging in Kapernaüm wonen.
Die stad ligt aan het meer, in het gebied van Zebulon en Naftali.
Zo ging in vervulling wat de profeet Jesaja had gezegd:
Land van Zebulon en land van Naftali, aan de weg naar de zee, aan de overkant van de Jordaan: Galilea van de volken.
Het volk dat in duisternis leefde, heeft een groot licht gezien.
Voor de mensen in het land waar de schaduw van de dood hing, is een licht opgegaan.

Jezus begint te prediken
Vanaf dat moment begon Jezus te prediken: Keer terug naar God, want het koninkrijk van de hemel is dichtbij.
Vier vissers worden geroepen
Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag Hij twee broers.
Simon, die Petrus werd genoemd, en zijn broer Andreas gooiden een net in het water.
Zij waren vissers.
Hij zei tegen hen: Volg mij.
Ik zal van jullie vissers van mensen maken.

Meteen lieten zij hun netten achter en volgden Hem.
Iets verder zag Hij twee andere broers: Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes.
Ze zaten met hun vader Zebedeüs in de boot en herstelden hun netten.
Jezus riep hen.
Meteen verlieten zij de boot en hun vader en volgden Hem.
Jezus trekt door Galilea
Jezus trok door heel Galilea.
Hij gaf onderwijs in hun synagogen en verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk.
Hij genas elke ziekte en elke kwaal onder het volk.
Het nieuws over Hem verspreidde zich door heel Syrië.
Mensen brachten iedereen bij Hem die ziek was of pijn leed.
Ook brachten ze mensen die door de duivel bezeten waren, epileptische aanvallen hadden of verlamd waren.
Hij genas hen allemaal.
Grote groepen mensen volgden Hem vanuit Galilea, Dekapolis, Jeruzalem, Judea en het gebied aan de overkant van de Jordaan.

Download hoofdstuk als tekstbestand